Opleiden als onderscheidend vermogen
Alle afbouwbedrijven
aangesloten bij NOA
18 februari 2026

Vakmanschap vraagt om goed leermeesterschap

De afbouwsector staat of valt met vakmanschap. Maar dat vakmanschap ontstaat niet vanzelf. In de cao-Afbouw is daarom vastgelegd dat leermeesters verplicht een cursus moeten volgen en hun kennis periodiek moeten bijhouden. Volgens Ronald Keupink, directeur en eigenaar van Keupink Stukadoorswerken, is die verplichting geen papieren maatregel, maar een noodzakelijke investering in de toekomst van het vak.

Keupink heeft al jaren meerdere leerlingen in dienst en beschikt over een team van ervaren leermeesters. “We hebben nu drie tot vier jonge jongens lopen. Dan kun je niet volstaan met ‘loop maar mee en kijk hoe ik het doe’. Opleiden vraagt meer dan alleen vakkennis.” Keupink volgde zelf de leermeestercursus, die - net als de tweejaarlijkse herhalingscurcus - volgens de cao verplicht is. “Je leert daar niet alleen wát je moet overdragen, maar vooral hóe je dat doet. Elke leerling is anders. De een heeft veel sturing nodig, de ander juist ruimte. Dat leer je herkennen en daar leer je mee omgaan.”

Volgens Keupink zit de meerwaarde van de cursus vooral in het inzicht in het complete proces: van ontvangst en introductie tot begeleiding en ontwikkeling. “Vroeger koppelden we een nieuwe leerling direct aan één leermeester. Nu pakken we dat anders aan. Nieuwe jongens maken eerst kennis met het hele bedrijf. Ze moeten zich welkom voelen en weten wie iedereen is. Dat maakt echt verschil.” Die aanpak sluit aan bij de visie die ook in de leermeesteropleidingen centraal staat: goede begeleiding begint bij aandacht en structuur, niet bij snelheid of productiviteit.

Meerdere leermeesters

Stukadoorsbedrijf Keupink heeft meerdere leermeesters in dienst, waaronder Johnny Zagers en Wim Tieleman. Laatstgenoemde wordt voltijd leraar op ROC in Zutphen. “Dat zegt iets over het niveau en de betrokkenheid,” aldus Keupink. “Leermeester zijn moet je liggen. Je moet het leuk vinden om kennis over te dragen en verantwoordelijkheid te nemen voor iemand anders zijn ontwikkeling.” De leermeestercursus helpt volgens hem ook om die rol serieus te nemen. “Je beseft beter wat je invloed is. Voor jou is het misschien ‘weer een leerling’, maar voor die jongen ben jij vaak degene die hem het vak leert en richting geeft. Dat blijft hangen.”

Over de verplichte herhaling van de cursus is Keupink genuanceerd. “Ik vind het goed dat er een verplichting is. Zonder herhaling zakt kennis weg. Als werkgever heb ik er geen moeite mee dat mensen een dag kwijt zijn aan scholing. Als je leerlingen goed wilt opleiden, hoort dat erbij.” Juist in een sector waar opvolging geen vanzelfsprekendheid meer is, ziet Keupink opleiden als randvoorwaarde voor continuïteit. “We hebben oudere vakmensen die richting pensioen gaan. Dan moet je nu investeren in jongeren. Niet door ze goedkoop werk te laten doen, maar door ze echt iets te leren.”

Opleiden als onderscheidend vermogen

Opvallend is dat Keupink relatief makkelijk jonge mensen weet aan te trekken. “We hebben leerlingen via Afbouwprofs Oost Nederland en er komt er na de zomer weer een bij. Ik weet niet precies waarom, maar blijkbaar doen we iets goed.” Volgens hem speelt de manier van begeleiden daarin een grote rol. “Leerlingen blijven als ze merken dat ze serieus genomen worden en echt beter worden in hun vak.” De conclusie van Keupink is helder: “Je kunt pas kwaliteit leveren als je bereid bent te investeren in mensen. Goed leermeesterschap is geen bijzaak, maar een vak op zich. Die cursus helpt om dat vak beter uit te oefenen.”

Nieuwe trainingen

Op 13 en 20 mei staat de cursus Zicht op je Leermeesterschap op de planning. In deze cursus werk je gericht aan jouw rol als leermeester en krijg je praktisch inzicht in het begeleiden en ontwikkelen van leerlingen in de dagelijkse praktijk. Voor wie de stof dit jaar moet opfrissen is op 23 september een herhalingscursus ingepland. Schrijf in op www.noa.nl/agenda.

Deel dit artikel:

Laatste nieuws