Een betonvloer in een stal lijkt misschien eenvoudig. Beton erin, vlinderen, klaar. Maar wie Frans de Ronde spreekt, merkt al snel dat die voorstelling te kort door de bocht is. Zeker in de agrarische sector is een betonvloer nooit zomaar een vloer. Hij moet bestand zijn tegen mest, voer, reiniging, machines, dieren en dagelijks gebruik. Hij moet schoon te houden zijn, maar ook veilig. Glad genoeg voor hygiëne, ruw genoeg om uitglijden te voorkomen. En soms moet hij ook nog voldoen aan certificeringseisen.
Voor Betonvloeren De Ronde B.V. uit Ommen is dat dagelijkse praktijk. Het familiebedrijf maakt woonvloeren, garagevloeren, bedrijfsvloeren en veel agrarische betonvloeren. “We maken ongeveer één à twee woonvloeren per week”, vertelt Marlon de Ronde, schoondochter van Frans, getrouwd met oudste zoon Mark, die het bedrijf langzaamaan van zijn ouders Frans en Nelleke overneemt. Mark’s zus Eline werkt samen met Marlon op kantoor. “Daarnaast maken we ook garagevloeren”, vervolgt Marlon. “De rest bestaat vooral uit bedrijfsvloeren. Dat kan variëren van agrarische bedrijven tot bedrijfsverzamelgebouwen. Momenteel hebben we aardig wat agrarische vloeren in de planning.”
Die agrarische tak past bij het bedrijf. Oprichter en eigenaar Frans de Ronde had al jong de droom om boer te worden. Hoewel geboren en getogen in Schiedam kon hij uiteindelijk in Ommen op een eigen boerderij beginnen. Uiteindelijk kwam hij via omwegen in de betonwereld terecht. “Ik kon ons boerenbedrijf financieel niet draaiend houden”, vertelt hij nuchter en nog steeds met Schiedamse tongval. “Toen ben ik me gaan verhuren en kwam ik per ongeluk in de betonwereld terecht. Op een gegeven moment ben ik samen met Nelleke helemaal in beton verder gegaan.”
Toch is de band met de agrarische wereld gebleven. Frans komt nog altijd graag bij boeren over de vloer. Letterlijk. “Ik hou wel van die agrarische wereld. We hebben een heel aantal klanten in de sector en werken ook voor agrarische aannemers. Daar heb je een bepaalde klik mee. Dat is makkelijk.”
Het verschil met woonbeton zit volgens De Ronde niet in minder vakmanschap, maar in andere eisen. Bij woonbeton draait het vaak om uitstraling, kleur, glans, beleving en interieur. Bij een agrarische vloer telt vooral de prestatie in gebruik. Kan de vloer tegen mest? Hoe wordt hij gereinigd? Welke dieren lopen erop? Komt er voer overheen? Moeten er machines overheen? Is de vloer veilig genoeg voor mens en dier?
Dat betekent niet dat het afwerkingsniveau lager ligt. Integendeel, zegt Frans. “Boeren zijn net mensen. Je hebt makkelijke boeren en je hebt hele precieze boeren. De ene vindt het al gauw goed, de ander wil het echt tot in de puntjes netjes. Wij proberen het afwerkniveau overal hoog te maken. Ook voor een stal.”
Marlon ziet dat ook in de praktijk. Veel agrarische opdrachtgevers vertrouwen op de kennis van het bedrijf. “Dat verschilt per boer, maar de meesten zeggen: jullie doen dit vaker, dus ik laat het graag aan jullie over.” Juist dan komt het aan op adviseren. Want wat een opdrachtgever vraagt, is niet altijd wat een stal, dier of productieproces nodig heeft.
Een van de belangrijkste verschillen met woonvloeren zit in het betonmengsel. Een agrarische vloer krijgt veel meer chemische belasting te verduren. Mest, zuren uit voer, reinigingsmiddelen en vocht kunnen invloed hebben op de vloer. “Er moet echt een andere milieuklasse beton in”, zegt Marlon. “Een betonmengsel dat bestand is tegen mest.”
Frans vult aan dat de toepassing bepalend is. “In een veestal met koeien, waar maïs gevoerd wordt, heb je een hoge milieukwaliteit nodig. Dat beton moet minder gevoelig zijn voor het invreten van zuren. In een koeienstal heb je bijvoorbeeld te maken met XA3. Bij een kippenschuur kom je vaak op XA2 uit, soms ook XA3. Daar heb je in de agrarische sector veel mee te maken.”
Toch is een agrarische vloer niet automatisch dikker of zwaarder dan een andere betonvloer. Dat beeld klopt volgens Frans niet altijd. Landbouwvoertuigen zijn zwaar, maar rijden vaak op grote banden waardoor de belasting wordt verdeeld. Uitzonderingen zijn er wel. Bijvoorbeeld in aardappelschuren, waar grote tonnages over de vloer worden verdeeld en kisten soms acht of negen meter hoog worden gestapeld. “Dan moet de vloer vooral vlak zijn”, zegt Frans. “Daar heb je weer minder met milieuklassen te maken, maar des te meer met belasting en vlakheid.”
Wat een agrarische betonvloer bijzonder maakt, is dat de gebruiker niet alleen een mens of machine is. Vaak bepaalt het dier voor een belangrijk deel de vloeropbouw en afwerking. Een vloer voor koeien is anders dan een vloer voor varkens of kippen. “Iedereen heeft zijn eigen specificaties”, zegt Frans.
Bij vleeskippen moet de vloer juist heel glad en goed afgewerkt zijn. “Die stallen worden iedere zeven of acht weken schoongemaakt”, legt hij uit. “Dan wil je een supergladde vloer met een hoge afwerking.” Hygiëne en reinigbaarheid staan daar voorop.
Bij koeien ligt dat anders. Waar dieren lopen, mag de vloer niet te glad zijn. “Een koeienvloer moet ruwer zijn. Als een koe uitglijdt op een gladde vloer, kost dat een boer meer dan wanneer hij de vloer iets minder makkelijk schoon krijgt. Een koe kan dan een fractuur oplopen. Dan is zo’n dier niet meer geschikt voor productie.”
Bij varkens speelt weer iets anders. Varkensvloeren zijn vaak licht bollend, zodat mest kan aflopen. Tegelijkertijd mag ook die vloer niet te glad worden. “Dan glijden de varkens uit”, zegt Frans. “Je moet dus steeds kijken: wat gebeurt er op die vloer en wie of wat gebruikt hem?”
Dat kwam ook naar voren bij een project voor vleesvarkensbedrijf Hoeve. Daar was behoefte aan een veilige en voor biologische boeren gecertificeerde betonvloer voor vernieuwde varkensstallen. De vloer moest niet te glad zijn, maar ook niet zo stroef dat comfortabel liggen onmogelijk werd. Ook moest het materiaal bestand zijn tegen mest en jarenlang meegaan.
Bij zo’n project draait het om details. Hoe loopt de vloer af? Hoe sluit hij aan op roosters? Welke bolling is nodig? Welke eisen gelden voor certificering? De Ronde kwam vooraf kijken, inventariseerde de situatie en stemde materiaal, uitvoering en planning daarop af. Juist dat voortraject is bepalend. Een goede vloer ontstaat niet pas op de dag van storten, maar al in de weken daarvoor: in de juiste keuzes, een nauwkeurige maatvoering en een zorgvuldige voorbereiding.
Later kwam Hoeve opnieuw bij De Ronde terecht, dit keer voor een voerkeuken. Daar worden onder meer graan, maïs, soja en mineralen verwerkt tot voer. Ook dat vraagt om een andere vloer dan een standaard stalvloer. Voedingsstoffen, reiniging en belasting stellen hun eigen eisen aan het beton en de afwerking. De vloer moest stevig, gladder en goed bestand zijn tegen de omstandigheden in de voerkeuken.
Ook vlinderen werkt anders bij agrarische vloeren. Bij woonbeton wordt vaak toegewerkt naar een zo strak en esthetisch mogelijk resultaat. “Vaak stoppen ze bij agrarische vloeren net iets eerder met vlinderen”, zegt Marlon. “In sommige gevallen wordt er ook een bezemstreek ingetrokken, waardoor de vloer wat ruwer blijft.”
Dat vraagt ervaring. Te glad kan gevaarlijk zijn. Te ruw kan onpraktisch zijn. Te open kan de levensduur beïnvloeden. Te dicht kan in bepaalde situaties weer te weinig grip geven. Het juiste oppervlak ontstaat niet uit een standaardrecept, maar uit kennis van de toepassing.
Ook de logistiek rond het beton speelt mee. De Ronde werkt meestal met lokale betoncentrales en let op transporttijd. “Eigenlijk proberen we alles binnen een half uur te houden”, zegt Marlon. Frans noemt drie criteria: afstand, kwaliteit en prijs. “We kijken wat er in de buurt zit. Dat zijn belangrijke dingen.”
Het familiebedrijf werkt in de bovenste helft van Nederland en ziet juist de afwisseling als kracht. De ene dag een woonvloer van honderd of tweehonderd vierkante meter, de andere dag een kippenstal van 2.500 vierkante meter. “Die combinatie bevalt ons heel prima”, zegt Frans. “Onze medewerkers vinden dat ook fijn. De ene keer kunnen ze extra aandacht besteden aan een kleine vloer, de andere dag moeten ze weer knallen op een grote vloer.”
Hoe lang een agrarische betonvloer meegaat? Frans hoeft daar niet lang over na te denken. “Beton is in principe bijna onverslijtbaar”, zegt hij. “In een woning kan er een vlekje ontstaan of mensen raken erop uitgekeken en leggen er PVC of tegels overheen. In een bedrijfshal of stal kan een vloer heel lang meegaan, als je er netjes mee omgaat.”
Hij noemt kippenstallen die twintig jaar geleden door De Ronde zijn gemaakt en er nog altijd strak bij liggen. Maar dat gaat niet vanzelf. “Het heeft alles te maken met hoe de wapening erin zit en of dat allemaal klopt. Een stalvloer is dus absoluut geen woonvloer zonder uitstraling. Niet perse moeilijker of makkelijker. Het vraagt om boerenverstand. En kennis en ervaring.”