Per 1 januari 2026 wijzigt de inkomstenbelasting op meerdere punten. De belastingschijven zijn aangepast, heffingskortingen veranderen en de zelfstandigenaftrek wordt verder afgebouwd. Deze wijzigingen zijn relevant voor zzp’ers, ondernemers in een vof, maatschap of cv en directeur-grootaandeelhouders die inkomstenbelasting betalen.
In 2026 verschuiven zowel de grenzen als de tarieven van de belastingschijven. In de eerste schijf daalt het tarief licht, terwijl het tarief in de tweede schijf iets stijgt. Het hoogste tarief blijft gelijk, maar geldt pas bij een hoger inkomen. Voor ondernemers met een inkomen vooral in de eerste schijf kan dit beperkt gunstig uitpakken. Wie (deels) in de tweede schijf valt, betaalt over dat deel iets meer belasting.
De algemene heffingskorting stijgt in 2026 naar maximaal € 3.115. Deze korting wordt vanaf een inkomen van € 29.736 afgebouwd en vervalt volledig bij € 79.137. Ook de arbeidskorting gaat omhoog en bedraagt maximaal € 5.712. Het netto-effect verschilt per inkomenssituatie.
Het kabinet past in 2026 slechts 52,8% van de inflatiecorrectie toe. Hierdoor stijgen inkomensgrenzen en heffingskortingen minder hard mee met de inflatie. Dit kan ertoe leiden dat ondernemers, ook zonder sterke inkomensgroei, toch meer belasting gaan betalen.
We hebben al eerder bericht dat de zelfstandigenaftrek voor zzp’ers opnieuw verlaagd is: van € 2.470 in 2025 naar € 1.200 in 2026. In 2027 is de zelfstandigenaftrek nog maar € 900. Door deze afbouw stijgt het belastbare inkomen en daarmee de belastingdruk voor zelfstandigen.
De wijzigingen in de inkomstenbelasting per 2026 zullen voor veel ondernemers een merkbaar effect hebben. Het is raadzaam om tijdig inzicht te krijgen in de gevolgen voor de eigen situatie en dit mee te nemen in de financiële planning.