Rechtsvermoeden werknemerschap geldt ook bij vaste prijs
Alle afbouwbedrijven
aangesloten bij NOA
08 oktober 2026

VBAR ook zonder uurtarief

Vanaf 31 december 2026 geldt een nieuw rechtsvermoeden van werknemerschap voor zelfstandigen die minder verdienen dan een wettelijk vastgesteld uurtarief (wet VBAR). Dit rechtsvermoeden kan ook van toepassing zijn als een zzp’er niet per uur werkt, maar bijvoorbeeld tegen een stuksprijs, projectprijs of vaste aanneemsom.

De precieze tariefgrens die bij de invoering geldt, moet nog worden vastgesteld. Ligt het feitelijke uurtarief onder deze grens, dan kan een werkende zich beroepen op het rechtsvermoeden dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. Het is vervolgens aan de opdrachtgever om aan te tonen dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst.

Ook bij een aanneemsom

Een afgesproken uurtarief is daarvoor niet noodzakelijk. Ook bij een stuksprijs, projectprijs of vaste aanneemsom kan het rechtsvermoeden gelden. In dat geval moet de werkende wel aannemelijk kunnen maken hoeveel uren hij voor de opdracht heeft gewerkt. Aan de hand van de vergoeding en het aantal gewerkte uren wordt vervolgens het feitelijke uurtarief berekend. Een goede urenregistratie kan daardoor ook bij werken tegen een vaste prijs belangrijk zijn.

Wat betekent dit voor afbouwbedrijven?

Veel zelfstandige vakmensen in de afbouw werken tegen tarieven die boven de grens voor het rechtsvermoeden liggen. Toch is het goed om bij de inhuur van zzp’ers te weten dat een vaste prijs of aanneemsom op zichzelf niet betekent dat het rechtsvermoeden buiten beeld blijft.

Let naast wet VBAR ook op DBA

Belangrijk is om te noemen dat de tariefgrens alleen betrekking heeft op het rechtsvermoeden van werknemerschap (wet VBAR). Ook wanneer een zzp’er boven deze grens verdient, moet nog steeds worden beoordeeld of daadwerkelijk sprake is van zelfstandig ondernemerschap en niet van een arbeidsovereenkomst (wet DBA).

Deel dit artikel: