De Wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van een uurtarief treedt op 31 december 2026 in werking. Dat is vastgelegd in het inwerkingtredingsbesluit dat op 15 juli 2026 in het Staatsblad is gepubliceerd.
Vanaf 31 december 2026 kan een zzp’er met een uurtarief tot en met een wettelijk vastgesteld grensbedrag een beroep doen op het rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst. Het is vervolgens aan de opdrachtgever om aan te tonen dat er, gelet op alle omstandigheden, géén sprake is van een arbeidsovereenkomst.
Dit betekent niet dat bij een tarief onder deze grens automatisch sprake is van een dienstverband. Er komt ook geen wettelijk minimumtarief voor zzp’ers. De afspraken tussen opdrachtgever en opdrachtnemer - en vooral de manier waarop in de praktijk wordt gewerkt - blijven bepalend. Ook bij een hoger uurtarief kan dus sprake zijn van een arbeidsovereenkomst. Boven het grensbedrag kan alleen geen beroep worden gedaan op dit specifieke rechtsvermoeden.
Het exacte grensbedrag dat vanaf 1 januari 2027 geldt, is nog niet officieel bekendgemaakt. Dit wordt afzonderlijk vastgesteld bij ministeriële regeling en vervolgens geïndexeerd aan de hand van de ontwikkeling van het wettelijk minimumloon. Het veelgenoemde bedrag van € 38 per uur geldt voor het prijspeil van 1 januari 2026. Op basis van de voorgeschreven indexering en de huidige gegevens ligt een grensbedrag van ongeveer € 39 per uur vanaf 2027 voor de hand. Dit is echter nog een verwachting. De ministeriële regeling bepaalt uiteindelijk welk bedrag daadwerkelijk gaat gelden.
Werk je als opdrachtgever met zzp’ers? Dan adviseren we om bij overeenkomsten, begrotingen en de beoordeling van arbeidsrelaties voor 2027 voorlopig rekening te houden met een grens van € 39 per uur. Verwijs in overeenkomsten bij voorkeur naar het wettelijk vastgestelde en geïndexeerde grensbedrag, in plaats van alleen een vast bedrag van € 38 te noemen. Beoordeel arbeidsrelaties rond en onder de verwachte tariefgrens bovendien extra zorgvuldig. Let daarbij niet alleen op het tarief. De feitelijke manier waarop opdrachtgever en zzp’er samenwerken blijft doorslaggevend voor de vraag of sprake is van zelfstandig ondernemerschap of van een arbeidsovereenkomst. Om opdrachtgevers en zzp’ers hierbij te helpen, hebben we eerder al de checklist voorkomen schijnzelfstandigheid gemaakt
Lees ook ons eerdere bericht van 2 juli 2026
Het officiële inwerkingtredingsbesluit is te raadplegen in Staatsblad 2026, 207.