Wetgeving rechtsvermoeden bij uurtarief tot € 38
Alle afbouwbedrijven
aangesloten bij NOA
02 juli 2026

Nieuwe stap in zzp-wetgeving

De Tweede en Eerste Kamer hebben ingestemd met het wetsvoorstel dat de rechtspositie van laagbetaalde zzp’ers moet versterken. Het wetsvoorstel introduceert een rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst voor zelfstandigen die € 38 per uur of minder verdienen (exclusief btw, prijspeil 2026).

De wet treedt op een later vast te stellen moment in werking. Voor veel NOA-leden verandert de dagelijkse praktijk hierdoor niet direct. De meeste zelfstandigen in de afbouw werken tegen hogere tarieven. Toch is het goed om te weten wat de nieuwe regeling inhoudt en wat deze betekent voor opdrachtgevers.

Wat houdt het rechtsvermoeden in?

Het wetsvoorstel is bedoeld om kwetsbare zelfstandigen eenvoudiger hun werknemersrechten te laten opeisen wanneer zij feitelijk als werknemer werken. Verdient een zelfstandige € 38 per uur of minder en doet hij of zij een beroep op het rechtsvermoeden, dan moet de opdrachtgever aantonen dat géén sprake is van een arbeidsovereenkomst. Lukt dat niet, dan kan de rechter oordelen dat sprake is van een dienstverband, met alle daarbij behorende rechten en verplichtingen. Denk aan loondoorbetaling bij ziekte, ontslagbescherming en de afdracht van loonheffingen en premies.

Geen verbod op lagere tarieven

Belangrijk is dat de nieuwe wet geen minimumuurtarief invoert. Zelfstandigen mogen ook onder € 38 per uur blijven werken. Het lagere tarief leidt dus niet automatisch tot een arbeidsovereenkomst. Het rechtsvermoeden geldt alleen wanneer de zelfstandige daar zelf een beroep op doet. Vervolgens beoordeelt de rechter de volledige arbeidsrelatie. Ook de manier waarop wordt samengewerkt, de mate van zelfstandigheid en het ondernemerschap blijven daarbij van belang.

Wat betekent dit voor afbouwbedrijven?

Voor ondernemers die met zzp'ers werken blijft het belangrijk om kritisch te kijken naar de inrichting van de samenwerking. De nieuwe wet verandert niets aan de bestaande wet DBA en de daaruit voortvloeiende verplichting om schijnzelfstandigheid te voorkomen. Ons advies blijft:

  • duidelijke afspraken te maken over de opdracht;
  • zoveel mogelijk te werken met de Modelovereenkomst Afbouw;
  • ervoor te zorgen dat de feitelijke uitvoering aansluit bij de gemaakte afspraken;
  • regelmatig te toetsen of daadwerkelijk sprake is van zelfstandig ondernemerschap.

Ook wanneer een modelovereenkomst wordt gebruikt, kan de Belastingdienst of een rechter tot de conclusie komen dat feitelijk sprake is van een arbeidsovereenkomst als anders wordt gewerkt dan is afgesproken. Er wordt gekeken naar hoe in de praktijk met elkaar wordt gewerkt. Onze checklist kan een hulpmiddel zijn om schijnzelfstandigheid te voorkomen.

Nieuwe Zelfstandigenwet

Het kabinet heeft eerder besloten het verduidelijkingsdeel van de Wet VBAR niet verder door te zetten. In plaats daarvan wordt gewerkt aan een nieuwe Zelfstandigenwet, die meer duidelijkheid moet geven over wanneer iemand als zelfstandige kan werken. Het rechtsvermoeden voor lage uurtarieven is daarvan losgekoppeld en als afzonderlijk wetsvoorstel behandeld.

Deel dit artikel: