Per 1 januari 2026 geldt in Nederland een verbod op contante betalingen van € 3.000 of meer bij de aankoop of verkoop van goederen. Deze maatregel is bedoeld om witwassen en andere vormen van financiële criminaliteit tegen te gaan.
Het verbod geldt voor alle ondernemers die handelen in goederen, ongeacht de sector. Er zijn geen uitzonderingen. Betalingen boven de € 3.000 moeten voortaan giraal worden afgehandeld, bijvoorbeeld via bankoverschrijving of pin.
Het verbod geldt uitsluitend voor transacties met of tussen handelaren in goederen, zoals winkeliers en bedrijven. Particuliere verkoop tussen particulieren, bijvoorbeeld via Marktplaats, valt hier niet onder. Ook betalingen voor diensten mogen voorlopig nog contant worden gedaan. In 2027 wordt dit naar verwachting Europees geregeld en gaat ook voor diensten een verbod gelden. Dit betekent in de praktijk dat bijvoorbeeld stukadoorswerk in 2026 nog wel contant mag worden betaald, omdat stukadoorswerk juridisch onder het aanbieden van een dienst valt. Ander voorbeeld: Een natuurstenen aanrechtblad wordt juridisch in de regel aangemerkt als een goed. Dat geldt ook wanneer het blad speciaal op maat is gemaakt. Het maatwerk verandert de kwalificatie niet.
De grens van € 3.000 sluit aan bij limieten in omliggende landen. Daarmee wil het kabinet voorkomen dat criminelen uitwijken naar andere landen of juist naar Nederland om contant geld wit te wassen. Tegelijk blijft contant betalen voor dagelijkse aankopen mogelijk.
In 2027 treedt een Europees verbod in werking op contante betalingen vanaf € 10.000. Lidstaten mogen een lagere grens hanteren, zoals Nederland nu doet. Daarnaast werken kabinet en parlement aan een acceptatieplicht voor contant geld tot € 3.000. Het streven is dat deze plicht in 2027 ingaat, met uitzonderingen voor onder meer online betalingen en situaties waarin veiligheid een rol speelt.