CNC, Stuc-Trolley, Exo-skelet en vloerenrobot verlichten het werk zonder de vakman uit beeld te laten
Alle afbouwbedrijven
aangesloten bij NOA
28 september 2026

Hulpmiddelen houden vakwerk in beweging

In de afbouw is vakmanschap nog steeds mensenwerk. Een machine voelt niet of een afwerking werkelijk klopt, lost geen onverwachte maatvoering op en neemt het contact met de opdrachtgever niet over. Toch winnen hulpmiddelen snel terrein. Niet als vervanger van de vakman, maar om zwaar, repeterend of zeer precies werk slimmer te organiseren. Vier praktijkvoorbeelden laten zien hoe die ontwikkeling eruitziet: een CNC-machine in de natuursteenwerkplaats, de Stuc-Trolley bij de stukadoor, een exoskelet voor de plafond- en wandmonteur en een vloerrobot die nog op bredere acceptatie wacht.

CNC maakt maatwerk beter planbaar

Het Steenen Huys begon ongeveer twintig jaar geleden met lasergravures op glas en monumenten en groeide uit tot een veelzijdige natuursteenbewerker. Thijmen de Langen nam het bedrijf samen met zijn vrouw over van zijn vader. In de werkplaats staat een OMAG Digitale 5: een CNC-zaag-freescombinatie die vooral geprofileerde dorpels voor kozijnfabrieken bewerkt. 

De Langen: “Elke fabriek heeft zijn eigen standaard en wij leveren alleen maatwerk. De CNC gebruiken we daarom vooral om dorpels te profileren.” De werkwijze is overzichtelijk. Eerst zaagt een semi-automatische machine het ruwe natuursteen in blokken. De CNC brengt daarna de profielen aan. Ook keukenbladen en sparingen kunnen ermee worden bewerkt. Het grote voordeel zit voor De Langen niet alleen in de bewerkingstijd. Een dorpel met sponningen aan voor- en achterzijde hoeft niet meer verschillende keren te worden gekeerd en opnieuw te worden ingesteld. De machine werkt de vorm in één gang uit, terwijl hij zelf elders in de werkplaats aan de slag kan. Hij zegt: “Ik weet niet of het per se in absolute zin sneller is, maar de machine loopt door terwijl ik iets anders kan doen. Hij is nauwkeurig en er worden geen fouten gemaakt.” Die combinatie is belangrijk, zeker nu goed personeel moeilijk te vinden is. Een medewerker moet fysiek werk aankunnen, tekeningen lezen, nauwkeurig meten, rekenen en digitale software begrijpen. De CNC vermindert repeterende bewerkingen, maar laat juist goed zien hoeveel vakwerk overblijft: schuren, polijsten, verlijmen en het oplossen van maatwerkvragen. De Langen: “Je kunt stappen wegnemen door machines, maar er blijft altijd veel handwerk over. Terwijl de CNC loopt, ben ik bezig met wat de machine niet kan doen.” Voor het bedrijf past de machine ook bij de eigen digitale werkwijze. Klanten kunnen hun bestelling invoeren in Dorpel op Maat, het door zijn vader ontwikkelde tekenprogramma. De order is vervolgens rechtstreeks in de CNC in te lezen. Daarmee wordt maatwerk niet vervangen door seriewerk. Integendeel: ook losse orders en kleine aantallen zijn efficiënt te verwerken, zonder een voorraad standaardproducten aan te leggen.

Ondersteuning bij bovenhoofds werk

Bij Eissink Plafond- en Wandsystemen werkt Harold Stuiver wanden en plafonds af. Hij voegt naden, hoeken en schroefgaten af en schuurt vervolgens het oppervlak. Vooral bij dat langdurige schuren boven schouderhoogte kan het Hilti EXO-S-exoskelet uitkomst bieden. Stuiver gebruikt het vooral met de Giraffe, de longneckschuurmachine voor plafonds.

Met de Flex-schuurmachine merkte ik duidelijk voordeel”, vertelt hij. “Het gewicht van de machine werd door het exoskelet opgevangen. Daardoor kon ik het veel langer boven schouderhoogte volhouden.” Inmiddels werkt Stuiver met een Festool-schuurmachine met een ergonomische functie, waardoor de machine zich aan het plafond zuigt. Dat vermindert de belasting van schouders en rug al aanzienlijk. Het exoskelet blijft volgens hem een geweldige uitvinding, al werkt het niet bij iedere handeling even prettig. Bij bukken en het omlaag brengen van de armen voelt de tegendruk van de veren minder comfortabel. Het afstellen vraagt even passen en meten. Een ervaren drager kan collega’s goed helpen om het skelet passend te maken. Ook de opvallende verschijning hoort erbij. “Collega’s en andere bouwmedewerkers zien je eerst als een soort Ghostbuster met zo’n stellage op je rug. Als je uitlegt wat het doet, zijn ze vaak minder sceptisch.” Stuiver ziet vooral waarde voor duurzame inzetbaarheid. Wanneer het hulpmiddel meer ingeburgerd raakt, kan het helpen om nieuwe monteurs langer mobiel en gezond te houden.

Van kuip naar Stuc-Trolley

Bij Stukadoorsbedrijf Vos uit Oosterblokker draait het hulpmiddel vooral om lichamelijke belasting. Richard Vos werkt al vanaf zijn vijftiende of zestiende in het vak. Hij kent de gevolgen van jarenlang bukken, tillen en uit de kuip scheppen uit eigen ervaring. Zijn knieën zijn versleten.

De Stuc-Trolley, een compacte gipsspuit die op een regulier 230V-stopcontact werkt, maakt het werk volgens hem merkbaar lichter. Ook zijn zoon Milano, die zijn eigen bedrijf heeft, maar waarmee hij grotere klussen graag samen oppakt, pakt de machine graag. Vos: “Je loopt minder heen en weer naar je kuip, je hoeft hem niet meer leeg te scheppen en je maakt snelle meters. Je bent veel meer uitgerust als je thuiskomt.” De machine is vooral geschikt voor kleinere particuliere klussen: een slaapkamer, zolder of woonkamer. Waar een grote gipsspuit met slangen en voorzieningen vaak te veel is, kan de Stuc-Trolley eenvoudig mee naar binnen. Vos vult de mengkuip met vier of vijf zakken materiaal en mengt daarna zo nodig opnieuw. Voor grof werk gebruikt hij een reguliere gipsspuit; decoratief stucwerk en lijstwerk blijven handwerk. Volgens Vos is juist het plafondwerk een sterke toepassing: “Je zet hem in het midden van de woonkamer, hij staat op wieltjes en je trekt hem naar je toe. Dan spuit je het plafond in één keer in.”

Het aanbrengen gaat sneller, maar het eindresultaat hangt nog steeds af van de vakman. Na het spuiten volgen dezelfde stappen: vlakzetten, afreien, sponzen en afpleisteren. De machine brengt het materiaal aan; de stukadoor bepaalt de juiste consistentie, laagdikte en afwerking. De leercurve zit volgens Vos vooral in het goed aanmaken van het materiaal. Vos: “De kwaliteit blijft hetzelfde. Je moet je eigen vakmanschap beheersen om het goed te doen.” Ook praktisch ziet hij voordelen. De Stuc-Trolley neemt weinig ruimte in de bus in en vraagt vooral om het zorgvuldig schoonhouden van mengkamer en kuip. Vergeleken met grotere machines is hij volgens Vos minder storingsgevoelig. De aanschaf is een investering, maar de opbrengst rekent hij breder dan snelheid alleen. “Als dit zo blijft en het werk is lichter, kun je nog heel wat jaren door.”

FloorMaster 130 E vraagt om een andere werkorganisatie

Niek Kok van Kok Vloeren Westerhaar investeerde in de FloorMaster 130 E van Bremat omdat hij ervan overtuigd was dat de vloerenrobot het werk minder zwaar maakt en hij met de aanschaf voldeed aan de regels die de Arbeidsinspectie naleeft. In grote winkelruimten bleek dat ook zo te zijn. “We hebben er een aantal winkels mee gesmeerd en dat ging hartstikke goed”, vertelt Kok.

Bron: T.H.O. de Vliedberg BV
Bron: T.H.O. de Vliedberg BV

“De woningbouw stelt echter andere eisen.” De robot is volgens Kok te zwaar en te groot om via de trap naar boven te brengen. Bovendien kost het tijd om hem in iedere kleine ruimte opnieuw op te stellen. “In die tijd is die verdieping al klaar”, zegt hij over de afweging van de vloerlegger die snel wil doorwerken. De inzet past daarom vooralsnog bij grote, open vloeren en veel minder bij woningen met kleine kamers en meerdere verdiepingen. Kok schrijft de techniek echter niet af. Er komen nauwelijks nieuwe vloerleggers bij en hij wil een jong, vast ploegje juist vertrouwd maken met de robot. “Die moeten tot hun 65ste of misschien wel 70ste door. Misschien moeten die de techniek dus omarmen.” Ook de handhaving rond fysieke belasting speelde mee in zijn investering. Kok verwachtte dat de Arbeidsinspectie vaker zou gaan controleren en wilde voorbereid zijn op de vraag hoe hij het werk mechanischer en minder belastend organiseert. Hij wijst erop dat bij controles ook opdrachtgevers aangesproken of beboet kunnen worden. “Zonder controles verandert er niets”, zegt hij. Tegelijkertijd ziet Kok vooral een praktische opdracht voor de sector: hulpmiddelen moeten zo bruikbaar zijn dat vloerenleggers er op de bouwplaats daadwerkelijk mee willen en kunnen werken.

Bart Nijhoff van leverancier Bremat schetst de context: mechanisch werken met een vloerrobot kan de fysieke belasting terugdringen en bijdragen aan een consistenter resultaat, maar de toepassing is in Nederland nog beperkt. “In Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland raken bedrijven overtuigd zodra ze ermee werken. In Nederland zien we vaak eerst de bezwaren.” Volgens Nijhoff vraagt de inzet om een goede voorbereiding, bijvoorbeeld op bereikbaarheid en voldoende ruimte. Daartegenover staan minder zwaar werk, een voorspelbaardere vloerkwaliteit en een moderner imago van het beroep. “We klagen over personeelstekorten, maar moderne hulpmiddelen kunnen het vak juist aantrekkelijker maken voor jonge mensen. De extra kosten van mechanisch werken moet je eerlijk meenemen in de prijs. Maar gezondheid en veilige arbeidsomstandigheden zijn geen vrijblijvende keuze. Een vloerrobot neemt het vakmanschap niet over. Hij helpt de vakman om het werk consistenter en met minder belasting uit te voeren.”

Geen luxe, maar inzetbaarheid

De vier voorbeelden verschillen sterk in schaal en toepassing, maar hebben dezelfde kern. De CNC-machine geeft ruimte voor complex maatwerk. De Stuc-Trolley haalt belastende handelingen uit een werkdag zonder de afwerking te automatiseren. Het exoskelet ondersteunt bovenhoofds werk. De FloorMaster maakt zichtbaar dat techniek per project anders kan uitpakken. Hulpmiddelen maken het vak niet overbodig; ze kunnen het vak juist helpen om nauwkeurig, aantrekkelijk en fysiek vol te houden. Voorwaarde is dat ze aansluiten bij de dagelijkse praktijk op de bouwplaats én bij de vakman die ermee werkt.

Deel dit artikel: