De herziening is opgesteld door een werkgroep met NOA-leden en fabrikanten
Alle afbouwbedrijven
aangesloten bij NOA
28 september 2026

Herziene TBA-richtlijn 3.3 richt zich op vocht en afwerkingskwaliteit

Vanaf 1 oktober geldt de herziene TBA-richtlijn 3.3 voor het monteren van wanden en plafonds met gipskarton- en gipsvezelplaten. De richtlijn is aangevuld op basis van praktijkervaringen en sluit beter aan bij actuele bouwmethoden, waaronder luchtdicht bouwen en houtskeletbouw. De belangrijkste nieuwe onderwerpen zijn vochtbeheersing, waterdichting in natte ruimten en heldere afspraken over de gewenste afwerkingskwaliteit.

De herziening is opgesteld door een werkgroep met NOA-leden en fabrikanten. “We zijn in de praktijk dingen tegengekomen waarop we hebben gereageerd door ze in de richtlijn op te nemen”, zegt Hermen de Hek, senior technisch adviseur bij TBA. Ook is de tabel met afwerkingsniveaus nu integraal in richtlijn 3.3 opgenomen, zoals dat al bij andere TBA-richtlijnen gebeurde.

Vocht krijgt nadrukkelijker aandacht

Een belangrijke toevoeging gaat over luchtdicht bouwen. Zodra een gebouw wind- en waterdicht is, wordt er tijdens de bouw soms te weinig geventileerd. Vocht uit de bouw kan dan langdurig in het gebouw en de aanwezige materialen blijven zitten. Dat kan later leiden tot vervorming, scheurvorming en schimmel. De Hek ziet de risico’s toenemen, vooral bij houtskeletbouw. “De combinatie van houtskeletbouw, luchtdicht bouwen en slechte ventilatie is echt een thema dat op dit moment voor toenemende problemen in de droge afbouw zorgt. Het is aan de orde van de dag.” Vocht dat in hout trekt, kan bij het drogen tot kromtrekken en scheuren leiden. De richtlijn onderstreept daarom het belang van ventilatie, stabiele klimatologische omstandigheden en een zorgvuldige bouwfasering. Ook bevat de richtlijn nieuwe adviezen voor plafonds en hoge wanden. Zo wordt het gebruik van vierzijdig afgeschuinde gipsplaten aanbevolen, evenals montage in halfsteensverband. Dat levert een vlakker oppervlak op en helpt spanningen in de plaatlaag beter te verdelen. Een verplichting voor vierzijdig afgeschuinde platen ging TBA te ver. “Maar we geven wel aan dat het te adviseren is, omdat het veel problemen voorkomt.”

Membraan onder tegelwerk

De meest concrete aanscherping betreft badkamers en andere natte ruimten. In spatwaterzones moet onder tegelwerk of pleisterafwerking een doorlopende waterdichte membraanlaag worden aangebracht, inclusief de kimmen, doorvoeren en aansluitingen. Het systeem moet aantoonbaar geschikt zijn voor langdurige waterbelasting. Die extra laag is nodig omdat tegelwerk, voegen en kitranden in de loop der jaren water kunnen doorlaten. “Onder je tegelwerk ben je dan al waterdicht”, aldus De Hek. Zonder die bescherming kan water achter de afwerking komen, met lekkages en schade aan gipsplaten als gevolg. In veel Europese landen is deze werkwijze al gebruikelijker dan in Nederland.

Duidelijkheid vooraf

Met de opgenomen tabel voor afwerkingsniveaus kunnen opdrachtgever en afbouwer vooraf beter vastleggen welk eindresultaat wordt verwacht. De richtlijn beschrijft de niveaus A, B, C, E en F, inclusief toepassingsgebieden, visuele eisen en vlakheidstoleranties. Klasse D is vervallen; die goedkope, behangklare oplossing werd volgens De Hek in de praktijk nauwelijks toegepast. De herziene richtlijn maakt daarmee duidelijk dat een goed eindresultaat al veel eerder begint dan bij het voegen of schilderen: bij opslag, ventilatie, detaillering, een realistische bouwvolgorde en heldere kwaliteitsafspraken.

Deel dit artikel: