preventieve keuringen maken het verschil
Alle afbouwbedrijven
aangesloten bij NOA
18 februari 2026

Gezond de afbouw in

Bij Bovo Beroepsopleidingen/Afbouwprofs Oost Nederland is preventieve gezondheidszorg voor leerlingen geen papieren verplichting, maar dagelijkse praktijk. Door medische keuringen slim te organiseren - op schooldagen en op locatie - lukt het om jonge vakmensen daadwerkelijk te bereiken. “Als je het te ingewikkeld maakt, doen ze het niet,” zegt bedrijfsleider Albert KleinJan.

De afbouw is en blijft een fysiek zwaar vak. Tillen, werken boven schouderhoogte, langdurige belasting van rug en knieën en blootstelling aan lawaai horen er onvermijdelijk bij. Juist daarom is vroegtijdige aandacht voor gezondheid geen luxe, maar noodzaak. Toch blijkt het in de praktijk lastig om jonge werknemers structureel mee te krijgen in preventieve medische keuringen. Bij Bovo/Afbouwprofs Oost Nederland pakken ze dat anders aan. Met een aanpak die inmiddels zijn waarde heeft bewezen.

Niet verplicht, ook niet vrijblijvend

Elke leerling die start in de afbouw heeft een arbeidscontract. Daarmee valt hij automatisch onder de cao en is een medische intredekeuring verplicht. “Dat doen we met alle leerlingen,” legt Albert KleinJan uit. “Na een jaar werken hebben ze recht op een tweede keuring. Die is niet verplicht, maar wel heel belangrijk. Dan zie je wat een jaar werken in deze sector met je lichaam doet.” Juist die vervolgkeuringen vormen in veel bedrijven een knelpunt. Zodra een werknemer zelf een afspraak moet maken, er een vrije dag voor moet opnemen of moet reizen, daalt de deelname snel. “Dan zeggen ze: ik heb geen klachten, dus waarom zou ik gaan?” aldus KleinJan. “En voor je het weet doen ze het helemaal niet meer.”

De sleutel: keuren op schooldag

De oplossing bleek verrassend eenvoudig. Bij Bovo komt de bedrijfsarts gewoon naar de opleidingslocatie - op een reguliere schooldag. “De jongens zijn er toch al,” zegt KleinJan. “Docenten weten dat iemand even uit de les kan zijn. Niemand hoeft vrij te nemen en bijna iedereen doet mee.” De extra kosten, zoals reiskosten van de arboarts, neemt de school voor haar rekening. “Dat kost ons een paar honderd euro,” erkent KleinJan. “Maar dan weet ik wel dat alle leerlingen een PAGO met aanvullende DIA-gesprek hebben. En dat vind ik het meer dan waard.” Het resultaat: een hoge deelnamegraad en vrijwel geen uitval. “Er is eigenlijk nog maar een enkeling die zegt dat hij niet wil.”

Vroegtijdig signaleren voorkomt uitval

Die investering betaalt zich snel terug. Door klachten of risico’s vroeg te signaleren, kan er tijdig worden bijgestuurd. Denk aan aangepaste werkzaamheden, extra begeleiding of gerichte beschermingsmiddelen. “Als je gehoorschade of fysieke klachten vroeg constateert, kun je er iets mee doen,” zegt KleinJan. “Doe je dat niet, dan loop je het risico dat iemand later serieuze problemen krijgt - of zelfs ongeschikt wordt voor de sector.” Volgens KleinJan draait het om duurzame inzetbaarheid, juist bij jonge mensen. “Je wilt niet dat ze op hun veertigste al op zijn.”

Beschermingsmiddelen: gedrag volgt gemak

De intredekeuring en het PAGO-onderzoek staan niet op zichzelf. Ze maken deel uit van een bredere aanpak rond veilig en gezond werken. Zo krijgen leerlingen standaard otoplastieken in plaats van losse oorkappen. “Oorkappen raken kwijt of blijven liggen. Otoplastieken hangen gewoon om de nek,” zegt KleinJan. “Dan zie je dat ze ze ook echt gebruiken.” Gedrag blijkt sterk samen te hangen met voorbeeldgedrag op de werkvloer. “Leerlingen kijken naar hun leermeester. Als die zorgvuldig met zijn lichaam omgaat, nemen zij dat over. Doet hij het niet, dan is de kans klein dat de leerling het wel doet.”

Werkgevers profiteren mee

Ook leerbedrijven reageren overwegend positief op de aanpak. “De leerlingen missen geen werkdag, want het PAGO is onder schooltijd,” zegt KleinJan. “Dat vinden werkgevers prima.” Of het ook effect heeft op oudere collega’s, durft hij niet met zekerheid te zeggen. “Dat hangt sterk af van de werkgever. Als die het belang benadrukt, gaan mensen sneller. Zegt een werkgever: van mij hoeft het niet, dan gebeurt er ook niks.”

Uniek in de afbouw

Of deze aanpak al breder wordt toegepast binnen de afbouwsector, weet KleinJan niet zeker. “In de bouw gebeurt dit al jaren,” zegt hij. “In de afbouw lijkt het nog vrij uniek. Maar ik denk dat anderen hier zeker wat van kunnen leren.” Volgens hem is de les helder: maak preventie praktisch, laagdrempelig en logisch ingepast in de werk- en opleidingspraktijk. “Je kunt alles perfect geregeld hebben op papier, maar als het niet past in het dagelijks leven van die jongens, werkt het niet.”

Albert KleinJan
Albert KleinJan
Deel dit artikel:

Laatste nieuws