Het kabinet lijkt de afschaffing van de compensatie voor de transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid met een jaar uit te stellen, tot 2028. NOA vindt dat onvoldoende. Volgens de ondernemersvereniging legt de discussie over deze regeling vooral een veel groter probleem bloot: de enorme opeenstapeling van kosten waarmee werkgevers worden geconfronteerd wanneer een werknemer langdurig ziek wordt.
Een berekening van NOA laat zien dat één langdurig zieke werknemer een werkgever uiteindelijk ruim € 360.000 kan kosten. Het gaat daarbij niet alleen om twee jaar loondoorbetaling, maar ook om de kosten van arbodienstverlening, re-integratie, vervanging op de werkvloer, de transitievergoeding en mogelijk jarenlang hogere werkgeverspremies.
“Een jaar uitstel verandert niets aan het fundamentele probleem”, zegt NOA-voorzitter John Kerstens. “Natuurlijk moeten werknemers goed beschermd zijn als ze ziek worden. Maar we moeten óók durven kijken naar wat we inmiddels allemaal bij de werkgever hebben neergelegd. Als we willen dat ondernemers mensen in vaste dienst nemen, kan die stapeling niet buiten de discussie over de toekomst van ons sociale stelsel blijven.”
Ramon Jager, eigenaar van een stukadoorsbedrijf, maakte voor NOA de berekening op basis van een praktijksituatie. Twee jaar ziekte en re-integratie kost de werkgever in deze casus al ruim € 100.000. Dan volgt een transitievergoeding van bijna € 55.000. Daar bovenop wordt de werkgever nog jarenlang geconfronteerd met een hogere premie wanneer de werknemer in de WGA terechtkomt. Inclusief vervanging lopen de totale kosten dan op tot € 361.156.
“Als ondernemer wil je goed voor je mensen zorgen. Dat staat niet ter discussie”, zegt Jager. “Maar als één langdurig ziektegeval je uiteindelijk tonnen kan kosten, móét je dat risico meewegen wanneer je iemand in vaste dienst neemt. Dat is geen onwil om mensen zekerheid te bieden, dat is risicomanagement. Het systeem werkt zo precies het gedrag in de hand waar de politiek vanaf wil.”
Het kabinet lijkt de afschaffing van de compensatieregeling een jaar te willen uitstellen tot 2028. Maar ondernemersvereniging NOA vindt dat het kabinet naar de volledige stapeling van werkgeverslasten bij langdurige ziekte moet kijken en dit onderdeel moet maken van de gesprekken over het sociale stelsel.
Daarbij moet ook de verplichting voor werkgevers om gedurende twee jaar het loon bij ziekte door te betalen op tafel komen. NOA pleit er al langer voor om het tweede ziektejaar niet voor rekening en risico van de individuele werkgever te laten komen.
Kerstens: “Dit is het moment om niet één rekening een jaar vooruit te schuiven, maar het hele systeem tegen het licht te houden. Een sociaal stelsel moet werknemers zekerheid bieden én het voor werkgevers verantwoord houden om mensen in dienst te nemen.”