De afbouw heeft vakmensen nodig. Dat is geen nieuws voor ondernemers die al langer zoeken naar stukadoors, dekvloerenleggers, natuursteenbewerkers of plafond- en wandmonteurs. Toch ligt er volgens Patrick Vos, leerambassadeur Afbouw bij Savantis, ook een kans. Niet alleen bij jongeren die via het reguliere mbo instromen, maar juist ook bij werkenden en zij-instromers die al op de arbeidsmarkt actief zijn.
“Je ziet een tendens op de arbeidsmarkt”, zegt Vos. “Er is een groep mensen die door automatisering en AI in beweging komt. Voor de afbouw, waar de tekorten groot zijn, biedt dat kansen. De vraag is: hoe kunnen zij-instromers in de afbouw aan de slag, mét een diploma?”
Dat laatste is belangrijk. Want wie vakmensen wil aantrekken, moet niet alleen een baan bieden, maar ook perspectief. Een erkend mbo-diploma of mbo-certificaat geeft nieuwe medewerkers houvast, maakt hen breder inzetbaar en helpt werkgevers om vakmanschap aantoonbaar te borgen.
Juist daar komt De Vakopleiding in beeld. De Vakopleiding, een initiatief van Savantis, verzorgt flexibele mbo-trajecten voor specialistische beroepen in onder meer de afbouw. Denk aan Plafond- en Wandmonteur, Dekvloerenlegger en Leidinggeven in de Afbouw. De trajecten zijn bedoeld voor werkenden, zij-instromers en deelnemers die in hun eigen regio niet altijd terechtkunnen bij een ROC, bijvoorbeeld omdat er te weinig studenten zijn om een klas te formeren. De noodzaak daarvan blijkt ook uit landelijke cijfers. In het schooljaar 2024/2025 telde de kwalificatie Plafond- en wandmonteur volgens SBB slechts vijf inschrijvingen, verdeeld over twee onderwijsinstellingen. Voor Dekvloerenlegger stonden in datzelfde overzicht helemaal geen inschrijvingen geregistreerd. Dat zegt niet dat er geen behoefte is aan deze vakmensen. Integendeel. Het laat vooral zien hoe kwetsbaar kleine vakopleidingen zijn binnen het reguliere mbo-stelsel.
“De derde leerweg is echt gericht op zij-instroom”, zegt Vos. “Die is extreem flexibel. Het vraagt wel discipline van de deelnemer, want het is vaak veel zelfstudie. Het leeuwendeel gebeurt natuurlijk in de praktijk bij het leerbedrijf.” Bij zo’n traject volgt de deelnemer de opleiding in eigen tempo en wordt hij of zij op afstand begeleid door een docent. Alleen voor examens moet de deelnemer naar een locatie. Daardoor kan een werknemer blijven werken, ervaring opdoen in het bedrijf en toch toewerken naar een officieel mbo-diploma. “Wij propageren het niet als snelroute”, zegt Vos, “maar de meesten halen een niveau 2-diploma binnen een jaar.” Een eerder mbo-diploma is niet per se nodig. Dat maakt de route interessant voor mensen die uit een andere sector komen, voor medewerkers die al jaren in de praktijk werken maar nooit een diploma haalden, of voor bedrijven die iemand met technisch inzicht willen omscholen.
Niet iedereen hoeft meteen een volledig diploma te halen. Voor werkenden en zij-instromers zijn er ook kortere trajecten die opleiden tot een erkend mbo-certificaat. De deelnemer volgt dan alleen het beroepsgerichte deel van de opleiding. Ook dat traject wordt afgesloten met een officieel examen. Voor werkgevers kan zo’n certificaat een praktische tussenstap zijn. Iemand leert gericht de basis van een vak, zonder direct een volledig mbo-traject te volgen. In het aanbod van De Vakopleiding zitten onder meer de Basisopleiding Dekvloerenlegger, Basisopleiding Stukadoren, Basisopleiding Plafond- en Wandmonteur en Leidinggeven in de Afbouw. Omdat er voor natuursteenbewerking nog niet voldoende animo voor een dergelijke derde leerweg is, bestaat die nog niet. Vos: “Maar het is vrij snel te organiseren als er wel aanvragen van natuursteenbedrijven voor zo’n opleiding komen.”
Een diploma op niveau 2 is voor veel jongeren en zij-instromers een belangrijke eerste stap. De vraag is vervolgens: stromen ze daarna ook door naar niveau 3 of 4? Die doorstroom is in de afbouw al langer een aandachtspunt. Veel deelnemers willen na hun diploma vooral werken en geld verdienen. Extra schooltijd is dan niet altijd aantrekkelijk. Ook werkgevers hebben hun mensen vaak liever op de vloer dan nog een dag per week in de schoolbanken.
Toch ziet Vos voorzichtige beweging. Hij werkt aan een onderzoek onder vijftig studenten, gefinancierd vanuit het O&O-fonds. Daarin kijkt hij onder meer naar de vraag waarom jongeren afhaken tijdens de opleiding of kort na de start in het vak alsnog stoppen. “Ik stel daarin ook de vraag of ze willen doorstromen”, vertelt hij. “Ongeveer 50 procent zegt: ik wil graag door naar niveau 3. Dat is nog een voorzichtige conclusie, want ik moet in september zien of ik ze ook echt terugzie op niveau 3. Maar het lijkt erop dat meer niveau 2-jongens denken: dat jaartje erbij kan nog wel. Het zijn voor het grootste deel doeners”, zegt hij. “Theorie en in de klas zitten zijn niet hun favoriete hobby’s. En geld speelt natuurlijk ook een rol. Als je aan het werk bent, is de keuze voor nóg een jaar school niet vanzelfsprekend.”
Voor werkgevers is opleiden niet alleen een organisatorische vraag, maar ook een financiële. Juist daarom zijn de subsidiemogelijkheden belangrijk. Voor de derde leerweg bestaat de Subsidieregeling praktijkleren in de derde leerweg. Die is bedoeld als tegemoetkoming voor erkende leerbedrijven die een praktijkplaats bieden aan een werkende of werkzoekende in een kortlopend mbo-traject. De vergoeding kan oplopen tot maximaal 2.700 euro per gerealiseerde praktijkplaats van minimaal veertig weken. De regeling is wel gebonden aan aanvraagtijdvakken en budget: wie gebruik wil maken van subsidie moet dus tijdig controleren wanneer aanvragen mogelijk is.
Daarnaast is er de SLIM-scholingssubsidie. Die is bedoeld voor werkgevers die willen investeren in scholing van nieuwe of bestaande medewerkers, onder meer in maatschappelijk cruciale sectoren zoals techniek, bouw en energie. Voor opleidingen op mbo- of NLQF-niveau 1, 2 en 3 (NLQF is een kwalificatie van opleidingen die niet door reguliere onderwijsinstellingen worden aangeboden, maar wel door de overheid zijn gecertificeerd) kan de vergoeding oplopen tot 90 procent van de kosten. Voor niveau 4 en hoger geldt een lager percentage. Ook taalscholing kan in bepaalde gevallen onderdeel zijn van de aanvraag, bijvoorbeeld wanneer een kandidaat de vakopleiding combineert met extra Nederlands. Vos begrijpt dat ondernemers bij het woord subsidie soms al afhaken. “Mensen schrikken vaak als ze horen: subsidie. Dan denken ze dat ze allemaal formulieren moeten invullen en dat het ingewikkeld is. Maar het is een werkgeverssubsidie en wij kunnen vanuit Savantis ondersteunen bij de aanvraag. Dan is die berg in ieder geval weg.”