Dat vraagt om nieuwe materialen
Alle afbouwbedrijven
aangesloten bij NOA
25 november 2020

Circulair afbouwen

De Nederlandse economie moet in 2050 volledig circulair zijn. Dat lijkt misschien nog ver weg, maar tegelijk met die ambitie is afgesproken dat de bouw al over 10 jaar - in 2030 - 50 procent minder grondstoffen mag gebruiken dan dat we nu doen. En dat gaat dus gevolgen hebben. Ook voor de afbouw. Maar hoe doe je dat: circulair afbouwen?  

Vorig jaar schreef het EIB al in het rapport ‘Trends en ontwikkelingen in de afbouw, 2018-2023’ dat circulair bouwen als belangrijke kans voor de bouw wordt gezien. Maar voor de afbouwbranche biedt het volgens het EIB op de korte termijn nog weinig voordelen. Tenminste, niet voor vloerenleggers en stukadoors. Voor plafond- en  wandmontagebedrijven en natuursteenbedrijven is het makkelijker om circulair te werken. Systeemwanden en -plafonds laten zich immers al goed demonteren en hergebruiken. Bovendien laten deze bouwmaterialen zich makkelijk scheiden tot afzonderlijke grondstoffen. Als in de toekomst de grenswaarden worden aangescherpt en opdrachtgevers vaker circulair werken gaan voorschrijven, dan biedt dit goede kansen voor de plafond- en wandmontagebedrijven ten koste van andere plafond- en wandconstructies. Ook voor de natuursteenbranche hoeft circulariteit geen nadeel op te leveren. Natuursteen laat zich immers goed scheiden en hergebruiken en heeft een zeer lange levensduur. 

Bedreiging

Maar voor de andere deelsectoren binnen de afbouw vormt circulariteit op dit moment nog een bedreiging. Want hoe demonteer je een gestucte wand of een gestorte vloer? Het werk van stukadoors, vloerenleggers en blokken- en elementenstellers kan meestal niet worden gedemonteerd, maar moet worden gesloopt. En daarna komt het aan op hergebruik. En om materialen hoogwaardig te kunnen hergebruiken moeten ze goed van andere materialen kunnen worden gescheiden. En het probleem is dat veel van deze materialen vervuild zijn met andere materialen. Van een gipswand die is verstevigd met glasvezel kan prima een nieuwe gipswand worden gemaakt, maar gipsblokken laten zich door verlijming niet echt goed demonteren tot herbruikbare blokken. Ze kunnen hooguit tot puin worden vermalen waarna er nieuwe blokken van geperst worden. Een dure en omslachtige manier van hergebruik. Pleisterwerk en gipsplaten zijn vaak vermengd met andere materialen en laten zich daarom ook moeilijker scheiden. Bij vloeren is het onderscheid tussen cementgebonden vloeren en epoxyvloeren belangrijk. Het afval van cementgebonden vloeren laat zich goed mengen met ander puin of steenachtig materiaal en is daardoor herbruikbaar als steen- of betongranulaat. Voor epoxyvloeren geldt dit niet en deze laten zich ook moeilijk scheiden van het onderliggende materiaal. Het moge duidelijk zijn dat in de afbouw vooral de deelsectoren die lastig te scheiden afvalstromen produceren - stukadoors en vloerenbedrijven - te maken kunnen krijgen met omzetverlies zodra meer opdrachtgevers gaan eisen dat er circulair gebouwd gaat worden. 

Leveranciers

Dat vraagt om nauw overleg met de leveranciers en fabrikanten van deze bouwmaterialen. Niet voor niets investeert NOA in de relatie met leveranciers en wil het hoofdbestuur in de komende tijd investeren in de Stichting Strategie en Visie voor de Afbouw. Circulariteit zal een belangrijk onderwerp worden in dat platform. Want samen met leveranciers en fabrikanten van bouwmaterialen kunnen er nieuwe materialen worden ontwikkeld die gemakkelijker te demonteren of te scheiden zijn. 

Circulair?

In de circulaire economie worden materialen zo hoogwaardig mogelijk hergebruikt. In het ideale geval wordt het gehele product hergebruikt. Is dat niet mogelijk, dan onderdelen van het product en tot slot de grondstoffen of materialen die uit een product komen. Uit onderzoek blijkt dat ruim de helft (55%) van de fabrikanten in de bouwsector het circulair gebruik van grondstoffen ziet als een grote uitdaging in de komende tien jaar. Ondanks deze uitdaging zijn fabrikanten positief gestemd over een circulaire toekomst. Van hen denkt 43% dat over tien jaar meer met hergebruikte dan met nieuwe materialen wordt gewerkt. 

Deel dit artikel: