bouwproductie met 6,5% gestegen
Alle afbouwbedrijven
aangesloten bij NOA
24 januari 2019

Bouwsector blijft komende jaren nog sterk groeien

De bouw heeft het afgelopen jaar opnieuw een krachtige groei gerealiseerd. De bouwproductie steeg met 6,5%. Dit kwam neer op een reële productietoename met € 4 miljard naar een niveau van € 70 miljard. Hiermee is het productieverlies dat tijdens de crisis was ontstaan inmiddels volledig ingelopen. De groei zet de komende jaren bovendien stevig door, beschrijft EIB in haar nieuwste studie ‘Verwachtingen bouwproductie en werkgelegenheid 2019’.

Met groeicijfers van rond de 5% zowel dit jaar als het komende jaar zal de bouw opnieuw een sterke groeisector zijn binnen de Nederlandse economie. De werkgelegenheid blijft daarbij ook stevig doorgroeien. Nadat het afgelopen jaar sprake was van een toename van 16.000 arbeidsjaren, zal de werkgelegenheid in 2019 en 2020 cumulatief met nog eens 25.000 arbeidsjaren kunnen toenemen.

Op middellange termijn vlakt de groei wat af, maar deze blijft positief. De bouw kan zo solide groeicijfers blijven realiseren vanaf steeds hogere productieniveaus. Rond 2023 ligt de productie dan ongeveer 20% boven het huidige niveau. Investeringen in duurzaamheid leveren een belangrijke bijdrage aan de aanhoudende groei in de Nederlandse bouw op middellange termijn.

Aantrekkende groei in 2018


De productie van de bouwsector is voor het vierde jaar op rij krachtig gestegen. De woningbouw steeg in het afgelopen jaar met 6%, de utiliteitsbouw met 7,5% en de infrasector is met 5% toegenomen. Een andere rode draad was dat in alle sectoren de investeringen hoge groeicijfers vertoonden. De woningnieuwbouw groeide met 9% en de utiliteitsnieuwbouw zelfs met 11%.

De werkgelegenheid steeg met bijna 4% naar een niveau van 442.000 arbeidsjaren. Zo is de bouw er voor het tweede jaar op rij in geslaagd de arbeidscapaciteit fors uit te breiden. Bij de werknemers nam het arbeidsvolume toe met 10.000 arbeidsjaren, terwijl er bij de zelfstandigen sprake was van een groei met 6.000 arbeidsjaren. Relatief was de groei van de arbeidscapaciteit bij zelfstandigen nog wel iets sterker dan bij werknemers.

Hoge groei kan ook in 2019 en 2020 doorzetten

De woningnieuwbouw kan ook dit jaar weer een stevige groei laten zien, al zal de groei wel afvlakken ten opzichte van het afgelopen jaar. De stabilisatie van het aantal vergunningen in 2018 speelt hierbij een rol. De condities op de woningmarkt blijven echter gunstig, de orderportefeuilles zijn zeer goed gevuld en het productievolume per woning stijgt mede als gevolg van hogere duurzaamheidseisen. De groei van de herstel en verbouwinvesteringen is dit jaar bescheiden, maar kan in 2020 weer aantrekken als de terugval in de transformatie van kantoren naar woningen is verwerkt.

De investeringen in de utiliteitssector groeien krachtig in de komende twee jaar met groeicijfers van 7 tot 8%. De vergunningen zijn sterk toegenomen in 2018 en verschillende deelsectoren zitten hier in de lift.

Investeringen in duurzaamheid

Vanaf 2021 komt de bouw in rustiger vaarwater. Er is dan een periode van zes jaar van hoge groei gerealiseerd en de bouwproductie ligt in het begin van de periode op een niveau van € 77 miljard, 10% boven het huidige niveau en het niveau dat nog vlak voor de crisis werd gerealiseerd. Duurzaamheid is een belangrijke ontwikkeling die ervoor zorgt dat er ook vanaf dit hoge productieniveau nog een solide groei is te realiseren. Duurzaamheid werkt door in de nieuwbouw, waarbij het productievolume per woning of gebouw blijft stijgen. Ook in de bestaande gebouwenvoorraden (woningen, kantoren, overige gebouwen) geeft de toenemende focus op duurzaamheid een steeds grotere impuls aan het bouwvolume. Ten slotte speelt verduurzaming ook een toenemende rol bij nieuwbouw en bij de renovatieproductie in de infrasector.

Met groeicijfers van 2 tot 3% per jaar in de meeste onderdelen van de bouwproductie neemt het productievolume toe tot een niveau van ongeveer € 83 miljard tegen het einde van de periode.

De werkgelegenheid in de bouw neemt in de periode 2021-2023 met 17.000 arbeidsjaren toe. Dit komt neer op een groei van 1,25% per jaar. De groei vlakt hier dan wel duidelijk af in vergelijking met de werkgelegenheidsgroei die op dit moment nog wordt gerealiseerd. Aangezien het arbeidsaanbod vanuit de opleidingen op middellange termijn juist toeneemt, kan de arbeidsmarkt weer goed in balans komen in deze periode. Met de voorziene groei van de werkgelegenheid wordt tegen het eind van de periode een niveau bereikt van bijna 485.000 arbeidsjaren, waarmee de werkgelegenheid dan voor het eerst sinds vele jaren weer uitstijgt boven het niveau van net voor de crisis.

Bron: EIB
Deel dit artikel: