Zoals bekend handhaaft de Belastingdienst op schijnzelfstandigheid. Het demissionaire kabinet heeft onlangs besloten de zogenoemde ‘zachte landing’, waarmee belastinginspecteurs eerst met ondernemers het goede gesprek aan kunnen gaan, gedeeltelijk te verlengen. Een volledige verlenging, zoals die in 2025 gold, komt er niet.
De Belastingdienst blijft in 2026 in principe starten met een bedrijfsbezoek. Werkgevers krijgen daarna de gelegenheid om hun werkwijze aan te passen. Ook worden er geen verzuimboetes opgelegd. Deze onderdelen van de zachte landing blijven dus nog één jaar gelden.
Tegelijkertijd heeft het kabinet het handhavingsbeleid voor de Belastingdienst aangescherpt. Zo kan de Belastingdienst nu wél vergrijpboetes opleggen aan zowel opdrachtgevers als werkenden als sprake is van opzet of grove schuld. Het kabinet vindt het onwenselijk dat dit langer onbestraft blijft. De Belastingdienst kan ook naheffingen opleggen voor de periode tot 1 januari 2025 en blijft bevoegd om boekenonderzoeken te doen over een kalenderjaar of een recent aangiftetijdvak.
Volgens het kabinet is effectieve handhaving noodzakelijk om schijnzelfstandigheid terug te dringen en een eerlijk speelveld te behouden. Een volledige verlenging zou het signaal afgeven dat naleving kan worden uitgesteld en zou bedrijven die al stappen hebben gezet benadelen. Bovendien moet Nederland blijven voldoen aan afspraken uit het Europees Herstel- en Veerkrachtplan.
Eerder had de Belastingdienst al gemeld te focussen op risicogroepen. Dit zijn onder meer evidente schijnzelfstandigen, constructies met arbeidsmigranten, lage betalingen en gedwongen zelfstandigheid. Bouwend Nederland schrijft op haar website dat er verschillende controles worden uitgevoerd bij bedrijven in de bouwsector. Dit betreft bedrijven met verschillende grootte: klein, middel en groot. Bij minstens 10 bedrijven heeft de Belastingdienst aanwijzingen gegeven en moet de situatie binnen een aantal maanden worden aangepast. Bij deze bedrijven is aangekondigd dat in 2026 naheffingsaanslagen en boetes zullen volgen als de situatie aanblijft.
Hoewel de Belastingdienst nog begint met een bedrijfsbezoek en geen verzuimboetes oplegt, blijven financiële risico’s bestaan. Bij onjuiste inzet van zzp’ers kunnen naheffingen volgen en bij opzet of grove schuld zelfs vergrijpboetes. Het is daarom belangrijk om kritisch te blijven kijken naar de feitelijke samenwerking met zelfstandigen en niet alleen naar wat er op papier staat.
Vorig jaar hebben we voor opdrachtgevers en zzp’ers een Checklist voorkomen schijnzelfstandigheid gemaakt. Deze checklist helpt om te beoordelen of de samenwerking met een zzp’er voldoet aan de geldende regels en waar eventuele risico’s zitten. De checklist is bedoeld als praktisch hulpmiddel om het gesprek aan te gaan en tijdig bij te sturen. Voor verdere verdieping kunnen leden gebruik maken van een stap voor stap handreiking met sectorinformatie.