Omvang lijkt beperkt, maar aandacht blijft nodig
Alle afbouwbedrijven
aangesloten bij NOA
08 april 2026

Schijnzelfstandigheid in de bouw

Het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) heeft het rapport ‘Schijnzelfstandigheid in de bouw en infra’ gepubliceerd. Daaruit blijkt dat schijnzelfstandigheid in de sector op basis van meetbare indicatoren relatief weinig voorkomt. Tegelijkertijd vraagt de handhaving door de Belastingdienst om duidelijke criteria en sectorspecifiek maatwerk.

Het EIB analyseerde tien indicatoren, zoals uurtarief, aantal opdrachtgevers en investeringen. Op basis daarvan lijkt het risico op schijnzelfstandigheid beperkt:

  • Slechts circa 3% van de zzp’ers werkt voor € 36,- per uur of minder
  • Ongeveer 90% heeft meerdere opdrachtgevers
  • Zo’n 16% is sterk afhankelijk van één opdrachtgever

Dit wijst erop dat de meeste zelfstandigen daadwerkelijk als ondernemer opereren en financieel relatief weerbaar zijn.

Risico’s vooral bij werk voor aannemers

De risico’s concentreren zich bij specifieke groepen. Met name zzp’ers die vooral voor aannemers werken, hebben vaker minder opdrachtgevers, een hogere omzetafhankelijkheid en minder uitvoeringsvrijheid. Ook bij buitenlandse zzp’ers ziet het EIB een verhoogd risico, onder meer door afhankelijkheid van tussenpersonen en beperkte toegang tot eigen opdrachten.

Herkenbare situaties in onze sectoren

EIB schetst in de rapportage herkenbare praktijksituaties. In onze afbouwsectoren zijn veel werkzaamheden specialistisch. Die worden zelfstandig uitgevoerd. Dit verkleint het risico op schijnzelfstandigheid. Tegelijk zijn er situaties die in het kader van de wet DBA en geldende jurisprudentie aandacht blijven vragen:

  • Langdurig werken voor één opdrachtgever binnen een project: op grootschalige projecten met een lange looptijd komt dit regelmatig voor, terwijl dit niets over het ondernemerschap van de ingehuurde zzp’ers zegt.  
  • Werken in ploegen met beperkte vrijheid door planning en veiligheid: op veel bouwplaatsen gelden vaste tijden. Ook werken op zo’n bouw tegelijkertijd vele partijen - in loondienst én als zelfstandig ondernemer met en naast elkaar. Dit gebeurt vanwege veiligheid, ondeelbare taken en efficiëntie, terwijl dit wederom niets zegt over het ondernemerschap van zzp’ers.
  • Inzet via tussenpersonen: niet voor niets is ‘de bouwkolom’ een bekend begrip. Er zijn veel partijen nodig om samen te bouwen.  

Het EIB-rapport benadrukt dat dit in de bouw niet automatisch betekent dat er sprake is van schijnzelfstandigheid. Projectmatig werken en samenwerken op de bouwplaats zijn inherent aan het vak.

Daling aantal zzp’ers door handhaving

Het EIB rapporteerde dat na jaren van groei in 2025 een omslag zichtbaar werd: het aantal zzp’ers in de bouw daalde met circa 4,5%. Dit kwam omdat bedrijven maatregelen nemen om risico’s te beperken. Bij voorkeur worden minder zzp’ers ingehuurd, contracten werden aangepast en veel bouwbedrijven gingen een strengere toets op ondernemerschap doen. Volgens EIB is het opvallend dat veel zzp’ers juist zelfstandig willen blijven werken en niet in loondienst willen komen als ze dat gevraagd wordt.

Advies is gericht handhaven

Schijnzelfstandigheid lijkt volgens het EIB-onderzoek in de totale bouwsector geen grootschalig probleem. Op handhavingsgebied liggen er aandachtspunten bij specifieke situaties en groepen, met name rond inhuur via aannemers en tussenpersonen.

Voor ondernemers betekent dit: scherp blijven op de inrichting van de samenwerking en aantoonbaar werken met zelfstandige vakmensen die ook echt als ondernemer opereren.

Volledige rapport en infographic

EIB stelt hun volledige onderzoeksrapport en een praktische infographic met de highligts als download beschikbaar op hun website

Deel dit artikel:

Laatste nieuws