De ontwikkeling van houtbouw in middelhoge gebouwen neemt toe. Tegelijkertijd worden de eisen aangescherpt. Met de nieuwe NTA 6125-regelgeving voor brandveiligheid en het recent gelanceerde kwaliteitskader voor houtbouw (4-7 lagen) ontstaat een nieuw kader waar ook afbouwbedrijven mee te maken krijgen.
Een NTA - Nederlandse Technische Afspraak - is een snellere versie van een NEN-norm. De NTA 6125 is opgesteld in opdracht van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) en richt zich op de specifieke brandveiligheidsrisico’s van massieve houtbouw, zoals CLT. De NTA introduceert maatregelenpakketten voor gebouwen tussen circa 7 en 35 meter hoog. Doel is het beheersen van branduitbreiding en -duur, met aanvullende eisen aan onder meer detaillering, bescherming van constructies en materiaalkeuzes.
De NTA 6125 is opgesteld en gepubliceerd, maar nog niet definitief als wetgeving of aangewezen in het Besluit bouwwerken en leefomgeving (Bbl). Hoewel het een concept/richtlijn is, wordt de NTA 6125 in de praktijk al gebruikt, wat tot discussie leidt over de definitieve vorm. Dit jaar wordt een herziening verwacht op basis van reacties uit de markt, onderzoek en praktijkervaring. Houtskeletbouw valt buiten de scope van deze NTA.
Het nieuwe kwaliteitskader voor houtbouw 4-7 lagen is ontwikkeld door het programmateam Houtbouw Metropoolregio Amsterdam, samen met partijen uit de hele bouwketen. Het kader biedt één gedeeld vertrekpunt voor ontwerp, uitvoering en borging. Door duidelijke uitgangspunten vast te leggen voor onder meer vochtbeheersing, brandveiligheid en akoestiek, moeten projecten beter vergelijkbaar worden en minder afhankelijk zijn van projectspecifieke interpretaties. Dit helpt faalkosten te beperken en zorgt ervoor dat afbouwdisciplines eerder en consistenter worden meegenomen in het bouwproces.
Voor plafond- en wandmontagebedrijven zijn de effecten het grootst. Brand- en akoestische eisen worden zwaarder en hebben directe invloed op systeemkeuzes, bevestigingsmethoden en detaillering. Risico’s zitten vooral in een toename van maatwerk, hogere faalkosten en onduidelijkheid over verantwoordelijkheden tussen casco en afbouw. Tegelijkertijd ontstaan kansen voor bedrijven die aantoonbaar kunnen werken volgens gecertificeerde systemen en ervaring hebben met houtbouwspecifieke oplossingen.
Bij stukadoors verschuift de aandacht naar brandwerende en beschermende afwerkingen van houtconstructies. Niet elke pleister- of afwerksysteem is geschikt voor toepassing op massief hout. Het risico zit in foutieve materiaalkeuzes en aansprakelijkheid bij onvoldoende prestatie. Kansen liggen in specialisatie, een adviserende rol richting de aannemer en het leveren van gecertificeerde afbouwoplossingen.
Vloerenbedrijven krijgen vaker te maken met strengere eisen aan contactgeluid, vervorming en vooral vochtgedrag in houtconstructies. Vloerenbedrijven moeten alert zijn op extra eisen aan opbouwhoogtes en een vertragende afstemming in het bouwproces. Tegelijkertijd biedt houtbouw kansen voor hoogwaardige zwevende vloersystemen en akoestische oplossingen, mits deze vroegtijdig worden afgestemd.
De combinatie van de NTA 6125 en het kwaliteitskader maakt duidelijk dat houtbouw vraagt om meer regie, kennis en afstemming. Voor afbouwbedrijven betekent dit hogere eisen, maar ook ruimte om zich te onderscheiden op kwaliteit en vakmanschap. Vroege betrokkenheid in het bouwproces wordt daarbij steeds belangrijker.