Nieuwe Zelfstandigenwet moet meer duidelijkheid geven over werken met zzp’ers
Alle afbouwbedrijven
aangesloten bij NOA
08 oktober 2026

Consultatie nieuwe Zelfstandigenwet

Wanneer kun je iemand zonder risico als zelfstandige inhuren? Over die vraag bestaat al jaren veel onduidelijkheid. Het kabinet wil daar met een nieuwe Zelfstandigenwet verandering in brengen. Het wetsvoorstel is nu gepubliceerd voor internetconsultatie. Zzp’ers, opdrachtgevers en brancheorganisaties kunnen tot en met 29 oktober reageren.

Sinds 1 januari 2025 controleert de Belastingdienst actief op schijnzelfstandigheid. De Belastingdienst controleerde ook vóór die datum op schijnzelfstandigheid, maar met beperkingen vanwege het handhavingsmoratorium. De bestaande regels blijven voorlopig gelden. De nieuwe Zelfstandigenwet moet zelfstandigen en opdrachtgevers vooraf meer duidelijkheid geven over situaties waarin in ieder geval als zelfstandige kan worden gewerkt. De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2028.

Twee toetsen

Centraal in het wetsvoorstel staan twee toetsen: de zelfstandigentoets en de werkrelatietoets:

Zelfstandigentoets

De zelfstandigentoets kijkt naar de ondernemer zelf. Zo moet een zelfstandige onder andere beschikken over een KvK-inschrijving, btw-nummer en aparte zakelijke rekening en zelf verantwoordelijk zijn voor facturatie en betalingen. Daarnaast moet de zelfstandige in het lopende en voorgaande kalenderjaar samen minimaal drie verschillende opdrachtgevers of klanten hebben gehad. Het aantal opdrachtgevers wordt geteld over het vorige kalenderjaar en het lopende jaar, tot het moment van beoordeling. Volgens de toelichting moet het om echte opdrachten gaan. Twee hele kleine opdrachten die alleen bedoeld zijn om aan de eis van drie opdrachtgevers te voldoen, tellen niet mee. Werkt een zelfstandige via een tussenpersoon (intermediair)? Dan kan die tussenpersoon als één opdrachtgever tellen, ook als de zelfstandige voor meerdere klanten van die tussenpersoon werkt.

Ook moet jaarlijks een nog vast te stellen minimumbedrag worden besteed aan voorzieningen tegen ondernemersrisico's. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een arbeidsongeschiktheidsverzekering, voorziening voor ziekte, pensioenvoorziening of bedrijfs- of beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Hoe hoog het vereiste bedrag wordt, staat nog niet vast.

Werkrelatietoets

Met de werkrelatietoets wordt vervolgens gekeken naar de manier waarop binnen een specifieke opdracht wordt gewerkt. Beide partijen moeten buiten een arbeidsovereenkomst willen werken. De zelfstandige moet bovendien voldoende vrijheid hebben om zelf te bepalen hoe het werk wordt uitgevoerd en voor eigen rekening en risico werken. Krijgt een zelfstandige elk gewerkt uur betaald, ook als het werk langer duurt? En levert sneller werken geen financieel voordeel op? Dan voldoet de zelfstandige volgens de toelichting niet aan de voorwaarde ‘werken voor eigen rekening en risico’. Dat is belangrijk voor de afbouw. Betaling per uur betekent niet automatisch dat iemand in loondienst is. Wel kan hierdoor de ‘veilige haven’ vervallen: de nieuwe wet geeft dan geen zekerheid vooraf dat iemand als zelfstandige kan werken. Bij de vrijheid om zelf werktijd en werklocatie te bepalen houdt het wetsvoorstel rekening met werk dat nu eenmaal aan een bepaalde plaats of tijd gebonden is. Dat is voor de bouw en afbouw een belangrijk onderscheid: werkzaamheden op een bouwplaats kunnen immers niet zomaar ergens anders worden uitgevoerd.

'Veilige haven'

Voldoet een zelfstandige aan beide toetsen en wordt in de praktijk ook daadwerkelijk op die manier gewerkt? Dan ontstaat volgens het kabinet een zogenoemde 'veilige haven'. Er is dan in ieder geval geen sprake van een gezagsverhouding en daarmee kan als zelfstandige worden gewerkt.

Voldoet iemand niet aan alle voorwaarden, dan betekent dit overigens niet automatisch dat sprake is van loondienst. In dat geval biedt de nieuwe wet alleen geen zekerheid vooraf en moet de arbeidsrelatie worden beoordeeld volgens de bestaande wettelijke regels.

Belangrijk voor de afbouw

De precieze uitwerking is voor de afbouw van groot belang. In onze sector wordt veel met zelfstandig ondernemers samengewerkt. Daarbij kunnen opdrachten langere tijd duren en wordt vaak gewerkt binnen de planning en organisatie van een bouwproject.

Internetconsultatie tot 29 oktober

Het wetsvoorstel is nog niet definitief. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vraagt juist nu om reacties uit de praktijk. Daarbij wordt onder meer gevraagd naar het minimumbedrag dat zelfstandigen aan voorzieningen zouden moeten besteden, de positie van startende en deeltijdzelfstandigen, het werken via intermediairs en de invulling van het criterium 'werken voor eigen rekening en risico'.

Iedereen kan tot en met 29 oktober 2026 reageren via de internetconsultatie. Daarna kan het kabinet het wetsvoorstel aanpassen voordat het naar de Tweede Kamer gaat. NOA zal natuurlijk ook een onderbouwde reactie geven; we vinden méér duidelijkheid - en zeker ook dat er al rekening is gehouden met plaats- en tijdgebonden werkzaamheden - positief, maar vinden ook dat de systematiek praktisch toepasbaar en controleerbaar moet worden. Daarvoor kunnen sectorspecifieke voorbeelden in een toelichting goed werken. Want een nieuwe wet die opnieuw leidt tot verschillende interpretaties door opdrachtgevers, zelfstandigen, adviseurs en Belastingdienst schiet zijn doel voorbij.

Let op: de voorgestelde regels gelden nu dus nog niet. Voor opdrachtgevers en zzp'ers blijven voorlopig de huidige regels voor het beoordelen van arbeidsrelaties van toepassing.

Deel dit artikel: