De belangrijkste zaken op een rij
Alle afbouwbedrijven
aangesloten bij NOA

Zware beroepenregeling per 1 januari 2021 van kracht

Wij hebben u geïnformeerd over de Zware beroepen regeling die is afgesproken in de CAO-Afbouw. Inmiddels heeft het ministerie van SZW de CAO-afspraak ook goedgekeurd. Dit betekent dat de regeling nu definitief is en vanaf 1 januari 2021 van start kan gaan. Werknemers kunnen dan uiterlijk drie jaar, voor het bereiken van de AOW-leeftijd, stoppen met werken. De regeling loopt tot en met 31 december 2025. Hieronder zetten we de belangrijkste zaken op een rij. 

Per wanneer kan een werknemer gebruik maken van de regeling?

De regeling is alleen van toepassing op het zogenaamde bouwplaatspersoneel. Dus UTA-personeel kan hier geen gebruik van maken. Een werknemer kan drie jaar voor het ingaan van de AOW-leeftijd stoppen met werken. Vanaf dat moment krijgt hij een uitkering van het O&O-fonds tot aan zijn pensioen. De hoogte van zijn uitkering is het bedrag dat hij vanaf de AOW-leeftijd gaat krijgen aan ouderdomspensioen, plus AOW. In 2020 is de maximum uitkering € 21.200,-. De hoogte van dit bedrag wordt jaarlijks opnieuw bepaald door de overheid. De hoogte van het maximumbedrag per 1 januari 2021 is nog niet bekend.

Voorwaarden voor deelname

Werknemers die gebruik willen maken van de regeling moeten wel aan een aantal voorwaarden voldoen. Deze zijn grotendeels afgeleid van de voorwaarden zoals deze vroeger ook voor de VUT e.d. golden, toen deze nog bestond. De belangrijkste zijn:

  • Op het moment dat de regeling ingaat, moet de werknemer onder de CAO-Afbouw vallen.
  • De medewerker moet ook in het jaar voorafgaand aan de Zware beroepenregeling onder de CAO-Afbouw vallen. 
  • De werknemer moet in de 15 jaar voordat hij wil stoppen met werken tenminste 10 jaar in de afbouw hebben gewerkt, of al 45 jaar in de (af)bouw werken. 

Vrijwillig

De Zware beroepenregeling is een vrijwillige regeling. U kunt uw medewerkers niet dwingen er gebruik van te maken. Werknemers kunnen er ook voor kiezen om geen, of bijvoorbeeld een jaar later, gebruik te maken van de regeling. Dat heeft geen effect op het bedrag dat ze per jaar ontvangen. De maandelijkse uitkering uit de Zware beroepenregeling blijft in de resterende periode gelijk. Ze kunnen het bedrag dus niet opsparen voor later gebruik.

Aanvraag indienen

Uw medewerker moet de regeling zelf aanvragen. Sinds begin november kan een verzoek digitaal bij het O&O-fonds Afbouw/APG worden ingediend. De behandeltijd voor een aanvraag is maximaal 7 werkdagen als er geen aanvullende informatie nodig is. APG zal de werknemer daarbij een voorstel doen waarmee de werknemer tevens kan zien wat hij de komende 3 jaar gaat krijgen aan uitkering. Het maximale bedrag dat een werknemer krijgt als hij of zij eerder stopt met werken is € 21.200,- per jaar (peil 2020). Dat komt neer op een maandelijkse bruto uitkering van € 1.766,67 bij een fulltime dienstverband. Werkte de medewerker vóórdat hij stopte parttime, dan heeft hij recht op deze uitkering in verhouding tot de parttime gewerkte uren. De maandelijkse uitkering kan ook lager zijn dan € 1.766,67,- bruto bij een fulltime dienstverband. Dit betekent overigens niet dat werknemers die ervoor kiezen eerder te stoppen van dat bedrag moeten zien rond te komen. Ze kunnen hun ouderdomspensioen samen met hun AOW laten ingaan - dus over 3 jaar - maar ze kunnen er ook voor kiezen om hun pensioen vervroegd in te laten gaan. Voor de doelgroep die voor deze regeling in aanmerking komt, is het vaak goed mogelijk om dit te doen. De meeste werknemers hebben de afgelopen 15 jaar een stuk extra pensioen opgebouwd, wat bedoeld was om na het afschaffen van de VUT en Vroegpensioen toch eerder te stoppen met werken. Als ze dat doen vanaf het moment dat ze starten met de Zware beroepenregeling, komt dat bedrag er dus bij. 

55min-regeling

Zoals aangegeven, is het zeer waarschijnlijk dat uw medewerkers in de afgelopen jaren extra pensioen hebben opgebouwd. Dat was mogelijk middels de zogenaamde 55min-regeling ter compensatie van de afschaffing van het vroegpensioen. In dat geval wordt bij de hoogte van de uitkering rekening gehouden met deze rechten en valt het bedrag dat maandelijks wordt uitgekeerd lager uit. 

Berekening van de uitkering

Hieronder treft u een tweetal voorbeelden aan met totaal gefingeerde getallen, over hoe de uitkering er uit kan zien en berekend wordt:

Voorbeeld 1:

Een werknemer heeft recht op een pensioen incl. AOW van € 18.000,- (als hij tot zijn pensioen blijft werken). Zijn inkomen, op het moment dat hij 3 jaar eerder wil stoppen voordat de AOW-datum ingaat, bedraagt € 30.000,-. Zijn extra opgebouwde rechten aan 55-regeling bedragen - gerekend over de maximale 3 jaar uitkering van de regeling – in totaal € 5.000,- per jaar. Let op: Alle bedragen zijn bruto.

Het pensioen incl. AOW = € 18.000,- per jaar, welke wordt vermenigvuldigd met de factor 1,3. Dit heeft te maken met de verschillende fiscale behandeling van inkomen voor en na AOW-leeftijd. 1,3 x € 18.000,- = € 23.400,-. Op basis van deze berekening komt de werknemer feitelijk aan een gelijkblijvend bedrag aan inkomen in de periode van 3 jaar voor zijn AOW en vanaf het moment dat hij pensioen en AOW gaat krijgen.

Het uitgangspunt is vervolgens dat de werknemer in principe ook zijn extra opgebouwde pensioenrechten van zijn 55min-regeling opneemt. Deze bedragen € 5.000,-. Vanuit het O&O-fonds zou dan nog het volgende bedrag betaald hoeven te worden: € 23.400,- minus € 5.000,- = € 18.400,=. Dat is lager dan het maximum van € 21.200,- en kan dus aan de werknemer worden toegekend.  

Voorbeeld 2:

De werknemer uit het fictieve voorbeeld 1 wil 3 jaar eerder stoppen met werken voordat de AOW-leeftijd ingaat, maar heeft geen extra opgebouwde pot van de 55min-regeling: in dat geval krijgt de werknemer op basis van bovenstaande berekening het volle bedrag van maximaal € 21.200,-.

Of een werknemer daadwerkelijk gebruik kan maken van deze regeling, hangt natuurlijk sterk af van zijn verdere financiële positie. Is er wel of geen partnerinkomen, heeft hij wel of geen hypotheeklasten e.d. 

Drie maanden

Werknemers die eerder willen stoppen, moeten dat tenminste drie maanden voordat ze de regeling willen laten ingaan aanvragen. Daarom kunnen werknemers sinds begin november van dit jaar een aanvraag indienen. Voordat uw medewerker beslist of hij daadwerkelijk eerder wil stoppen, is het raadzaam dat er goed uitgerekend wordt of hij in de nieuwe situatie kan rondkomen en wat er verder allemaal bij komt kijken. Op de website www.mijnpensioenoverzicht.nl kunnen werknemers zien waar ze vanaf hun AOW-leeftijd recht op hebben. Ook bij bpfBOUW kan de werknemer kijken wat zijn te verwachten pensioen is bij de AOW-leeftijd, maar ook wat het betekent als hij eerder met pensioen wil gaan. Het is de bedoeling dat in het voorjaar van 2021 in de pensioensimulator ook de Zware beroepenregeling wordt opgenomen, zodat de werknemer het plaatje compleet heeft en zelf vooraf precies kan zien wat de gevolgen van bepaalde keuzes zijn. Het is raadzaam dat een werknemer zich daarnaast laat bijstaan door een pensioenadviseur of iemand van CNV of FNV; advies van de vakbond kan ook als een werknemer geen vakbondslid is. 

Als werkgever draagt u slechts in bescheiden mate bij aan de Zware beroepenregeling. Het O&O-fonds betaalt de uitkering. Werkgevers gaan vanaf 1 januari 2021 wel een premie van 0,3% betalen voor de regeling. Overigens is het niet mogelijk dat werknemers minder gaan werken en zich een deel laten uitkeren uit de regeling. Wie ervoor kiest gebruik te maken van de Zware beroepenregeling gaat uit dienst en neemt dus ontslag.

Alle informatie, veelgestelde vragen en de link om een aanvraag in te dienen vindt u op mijnafbouw.nl.