Wat is de 'omkeerregel'?
Alle afbouwbedrijven
aangesloten bij NOA

Toetsing van uw pensioen en de verplichtstellingsbeschikking

Iedere pensioenregeling moet voldoen aan de regels van de pensioenwet. Daar is een officieel Toetsingskader voor opgesteld. Dan kennen we in Nederland ook een zogenaamde verplichtstellingsbeschikking voor bedrijfstakpensioenfondsen. En hoe zit het met de ‘omkeerregel’ van de fiscus? We leggen het uit.

Financieel Toetsingskader

Bedrijfspensioenfondsen staan onder toezicht van de Nederlandsche Bank. De pensioenregeling moet voldoen aan de regels van de pensioenwet. Om te garanderen dat pensioenfondsen nu en in de toekomst met een grote mate van zekerheid kunnen voldoen aan de verplichting om pensioenen toe te kennen, is het Financieel Toetsingskader ontwikkeld. Als er onvoldoende financiële middelen voorhanden zijn, dan kunnen de pensioenen niet worden geïndexeerd aan de hand van de prijs of loonontwikkeling. Door de lage rentestand zijn de pensioenen in geheel Nederland duidelijk niet, of slechts gedeeltelijk, aangepast aan stijgende prijzen en lonen. Sommige pensioenfondsen moesten zelfs op pensioenrechten korten. Gelukkig vormt bpfBOUW op deze regel een uitzondering. De laatste twee jaar heeft bpfBOUW de pensioenen gedeeltelijk kunnen aanpassen (geïndexeerd) aan de

stijgende prijzen. Daarmee is bpfBOUW het best presterende fonds van de vijf grote bedrijfspensioenfondsen in Nederland.

Verplichtstellingsbeschikking

In Nederland kennen we een zogenaamde verplichtstellingsbeschikking voor bedrijfstakpensioenfondsen. Als organisaties van werkgevers en werknemers voldoende representatief zijn dan kunnen organisaties van werkgevers en werknemers de overheid verzoeken om werkgevers en werknemers verplicht onder het bedrijfspensioenfonds te plaatsen. Samen met andere werkgevers- en werknemersorganisaties in de bouw en afbouw heeft NOA samen met de vakbonden gekozen voor de verplichtstellingsbeschikking. Dit betekent dat werknemers in de bedrijfstak afbouw verplicht deelnemen aan de pensioenregeling van bpfBOUW en dat werkgevers en werknemers daar premie voor moeten afdragen. In beginsel vallen ook ondernemers in de afbouw- en natuursteensector onder de pensioenregeling van bpfBOUW. Directeuren-Groot Aandeelhouders zijn van de regeling uitgezonderd. Als u als ondernemer wordt aangeschreven door bpfBOUW om verplicht deel te nemen aan de regeling terwijl u dat niet wenst, adviseren wij u om contact op te nemen met NOA. Lees meer over de mogelijkheden van vrijstelling.

Fiscus en (vervroegd)pensioen

De opbouw van pensioen wordt door de fiscus gestimuleerd. Over de betaalde premie en de opbouw van pensioen wordt geen loon/inkomstenbelasting ingehouden. Over de pensioenuitkering moet wel loon- of inkomstenbelasting worden afgedragen. Deze systematiek heeft in het vakjargon de omkeerregel. De overheid wil echter voorkomen dat bovenmatig luxe pensioenen worden opgebouwd. Als u met uw regeling boven de grens van maximaal toelaatbare pensioen uitkomt, moet u over de pensioenpremie loon of inkomstenbelasting afdragen. Het bedrijfspensioenfonds voor de bouw zit in principe aan de maximaal toelaatbare premieopbouw. Als u overweegt om extra pensioen op te bouwen, door bijvoorbeeld een lijfrente aan te kopen, moet u zich zeer goed laten adviseren of de premie voor deze regeling aftrekbaar is. Bovendien moet u zich ook goed laten adviseren over het aan te kopen product om er zeker van te zijn dat de premie aftrekbaar is.

AOW

Iedereen - of ingezetene van Nederland, zoals dit formeel heet - bouwt in een periode van vijftig jaar een AOW-uitkering op. De AOW wordt gefinancierd doordat over de eerste globaal € 34.000,- op het inkomen van werkenden in Nederland 17,9% van het inkomen ingehouden wordt om de AOW te kunnen financieren. Gesteld kan worden dat de huidige generatie werkenden de AOW betaalt van de huidige generatie AOW-ers.