Button

Nieuws

Prinsjesdag: zorgen over de kwaliteit onderwijs

Prinsjesdag: zorgen over de kwaliteit onderwijs
22-09-2011

NOA en FOSAG beoordelen de onderwijsbegroting positief, maar maken zich vanwege de bezuinigingen onder andere zorgen over de herkenbaarheid en de kwaliteit van het onderwijs.

NOA en FOSAG juichen toe dat het een belangrijk beleidsvoornemen van het kabinet is om de macrodoelmatigheid in het beroepsonderwijs te vergroten. Het is noodzakelijk dat scholen in het MBO én HBO de keuze welke opleidingen zij aanbieden, in nauw overleg maken met het georganiseerd bedrijfsleven. NOA ziet daarbij ook een rol voor de nieuwe landelijke federatie van samenwerkingsverbanden. Daarnaast zien NOA en FOSAG met genoegen dat het kabinet het verbeteren van reken- en taalvaardigheden hoog op de agenda zet. Daarbij zouden echter de verworvenheden van het competentiegericht leren, het leren in de context van de beroepspraktijk, niet verloren mogen gaan. NOA en FOSAG willen ruimte zien in de beleidsvoornemens om samen met het onderwijs een invulling te geven die past binnen de beroepsopleiding die gevolgd wordt.

MBO-bezuiniging
Ook maken NOA en FOSAG zich zorgen over de bezuinigingen in het MBO. Bezuiniging op de Kenniscentra Beroepsonderwijs/Bedrijfsleven, zoals Savantis, waren reeds voorgenomen en beslaan een periode tot 2016. Maar verminderen van het aantal kwalificaties zou geen doel op zich moeten zijn. NOA en FOSAG erkennen dat voor de keuze van een toekomstig beroep duidelijk moet zijn welke mogelijkheden er zijn. Een zeer gedetailleerd stelsel van beroepsopleidingen kan bij ouders en hun kinderen tot onduidelijkheid leiden. Aan de kant van de bedrijven moet die duidelijkheid er echter ook zijn: herkenbare kwalificaties in de bedrijfstak waarbinnen wordt opgeleid. En ook de voorgenomen verkorting van MBO- opleidingen op niveau 4 van vier naar drie jaar geeft zorg. Deze kan alleen als door intensivering van die opleidingen de kwaliteit niet terugloopt.

Talenteconomie
Naast aandacht voor de kenniseconomie zou er nadrukkelijker aandacht moeten zijn voor de ambachtseconomie of talenteconomie. Dit betekent dat kinderen al in het basisonderwijs getoetst zouden moeten worden op hun talent. Zodat talenten op het gebied van ‘werken met de handen’ de erkenning krijgen die een keus voor een handvaardig beroep in een moderne ambachtelijke bedrijfstak, niet langer tot een minderwaardige keus maken. Wat de vergrijzing onder docenten betreft ondersteunen NOA en FOSAG met kracht de beleidsvoornemens om zowel de kwantiteit als de kwaliteit van docenten te verbeteren. Docentenstages in het bedrijfsleven en inzet van mensen uit het bedrijfsleven bij het onderwijs op school zouden ruimte en ook grotere financiële ondersteuning moeten krijgen. Het kabinet zet in op heldere streefdoelen in het onderwijs. Vanzelfsprekend zien NOA en FOSAG deze doelen als goede mogelijkheid om de beleidsvoornemens ook werkelijk te laten slagen.


terug