NOA Menu
dinsdag 25 oktober 2016

Reactie NOA en AFNL begroting ministerie EZ, deel economie en innovatie

Helaas heeft het Ministerie van Economische Zaken nog steeds weinig op met de sector afbouw, bouw en infra. De begroting voor 2017 toont wat dat betreft een consistente lijn met voorgaande jaren. Het Ministerie heeft terecht aandacht voor de sectoren industrie, land- en tuinbouw en de Topsectoren, maar de maaksector - afbouw, bouw en infra - komt er met een enkel zinnetje wel erg bekaaid vanaf.

Ministerie _economische _zaken

Te beweren dat afbouw, bouw en infra al ruim zijn bedeeld in het Kabinet via de Ministeries van BZK-Wonen en Rijksdienst en I&M-Infrastructuur, is in dit verband onzin. Als scharnierpunt voor het huisvestings/woonbeleid,  respectievelijk opdrachtgever van infrawerken, zijn deze Ministeries weliswaar cruciale aanspreekpunten, maar ze missen de verbinding met andere bedrijfssectoren. En dat is volgens Nederlandse Ondernemersvereniging voor Afbouwbedrijven (NOA) en Aannemersfederatie Nederland Bouw en Infra (AFNL) precies wat de sector afbouw, bouw en infra op dit moment node mist. Tekenend hierbij is de vaststelling van het Ministerie van EZ dat ruimte en financiering wordt geschapen voor innovatieve en snelgroeiende bedrijven, de zogenaamde start-ups; een hype van dit Kabinet. En mkb-techbedrijven in de sfeer van de topsectoren mogen zich ook verheugen in een warme belangstelling van het kabinet. Maar voor het midden- en kleinbedrijf, laat staan mkb-afbouw, -bouw en -infra, het overgrote deel van de bedrijven in Nederland, wordt hier en daar een noodverband gelegd door de kredietregelingen iets verder open te stellen; aardig, maar niet meer dan dat. 

Onbenut potentieel

NOA en AFNL zijn van mening dat de politieke en maatschappelijke discussie met betrekking tot het mkb is verarmd tot een bijna plichtmatig sympathie betuigen, en zich inhoudelijk beperkt tot een aantal blikvangers dat de essentie van het mkb te kort doet. Niet het mkb als afgeleide van het grootbedrijf, maar als zelfstandig fundament onder een samenleving die er, als er meer wordt gedacht en gehandeld vanuit kleinschaligheid, heel anders uitziet. NOA en AFNL vinden dat het mkb veel meer verdient dan toeschouwer te zijn bij een discussie over de vraag hoe grote concerns fiscaal kunnen worden ontzien uit angst voor wegtrek; dan morrend te moeten aanzien hoe uitzendbureaus op het paard worden gehesen voor hun toevloed aan flexibele banen en daar veel geld mee verdienen, terwijl het mkb primair behoefte heeft aan vaste banen maar daar door wet- en regelgeving van wordt afgehouden; dan te worden weggezet als niet sexy genoeg om internationaal mee te kunnen epateren. NOA en AFNL zijn er van overtuigd dat het mkb nog veel beter kan presteren, dat er een gigantisch onbenut potentieel is dat, mits goed aangesproken, veel meer toegevoegde sociaal- economische en culturele waarde genereert dan wordt verondersteld en een veel grotere focus op de behoeften en wensen van het mkb ten volle rechtvaardigt. 

Menselijke maat

In de huidige maatschappelijke orde, die wordt gekenmerkt door afnemende sociale cohesie, ontvlechting, een dalende trend in lidmaatschappen van maatschappelijke organisaties, toenemende segregatie tussen hoog- en laagopgeleiden, een steeds individueler en kritischer blik richting politiek en instanties in het algemeen en niet in de laatste plaats vormen van schaalvergroting die de neiging hebben te anonimiseren, is het midden- en kleinbedrijf als hoeder van kleinschaligheid, herkenbaarheid en drager van sociale cohesie een onmisbare schakel en bindende kracht. Het mkb vertegenwoordigt de menselijke maat. Het mkb staat voor in omvang beperkte gemeenschappen, waarin het individu centraal staat. Korte lijnen, gedeelde verantwoordelijkheid, servicegevoeligheid, verwevenheid met de regionale arbeidsmarkt en gemeenschapszin zijn eigenschappen die moeten worden gekoesterd en benut om maatschappelijke segregatie tegen te gaan. Was het mkb niet ooit banenmotor? Met de huidige wet- en regelgeving die vast werk ontmoedigt, zit dat er voorlopig niet meer in. Het mkb kijkt wel uit! Tenzij 

MKB als uitgangspunt voor beleid  

Uitgangspunt voor beleid dient in onze ogen te zijn dat voortaan ieder beleidsvoornemen eerst moet worden getoetst op realiseerbaarheid en uitvoerbaarheid in het mkb: de MKB-toets. Een gouden regel die voorkomt dat maatregelen hoog over vliegen, niet toepasbaar zijn en later via reparatiewetgeving over de knie moeten om werkbaar te zijn. Met een vast/variabel panel bestaande uit mkb-bedrijven kan vaak binnen een jaar worden nagegaan of iets werkt of niet. Daar is geen Small Business Act voor nodig. Alleen politieke wil en durf. Uiteraard zal er veel weerstand komen van de grote concerns, maar ook zij hebben baat bij een gezond en groeiend mkb als toeleverancier en afnemer.

MKB “rust” mede op het collectief

Anders dan grote concerns, is het mkb in hoge mate afhankelijk van collectieve voorzieningen. Voor scholing en nascholing, gezamenlijk onderzoek, innovatie en arbeidsomstandigheden zijn mkb-bedrijven vaak aangewezen op branche- of sectorbrede voorzieningen die door de gehele branche worden gefinancierd. Omdat het aantal zzp-ers in onder meer beroepen waar NOA en AFNL voor staan de collectieve middelen van branches sterk onder druk zetten, komen noodzakelijke collectieve investeringen onder grote druk. Dat hierin steeds minder wordt geïnvesteerd is ook één van de schaduwzijden van het enige tijd geleden opheffen van branchebrede en afdwingbare financiële bijdragen. Het blijkt dat met het kind het badwater is weggegooid. In het bijzonder wringt dit bij de meer ambachtelijke beroepen met relatief kleine aantallen bedrijven. Voldoende draagvlak krijgen op basis van vrijwilligheid is een illusie. Nu al zien we een aantal elementaire waarden die de kracht van een branche vormen weglekken. NOA en AFNL pleiten voor een collectieve vorm van financiering van middelen die door de gehele branche worden opgebracht. Misstanden in het verleden mogen geen legitimatie vormen om het fundament onder datgene wat goed is definitief weg te trekken. Vanzelfsprekend zal de  verantwoording beter en transparanter moeten worden geregeld.

Wat NOA en AFNL daarnaast van het kabinet vragen is met concrete daden voor mkb in bouw, afbouw en infra te komen:

 

  • Verruiming van externe financieringsmogelijkheden om in de investeringsbehoefte te voorzien. In de afgelopen jaren is door mkb-bedrijven in afbouw, bouw en infra niet of nauwelijks geïnvesteerd. Tegelijk is de vermogenspositie, die vóór de crises voornamelijk eigen vermogen gerelateerd was, danig verzwakt. Uit EIM-onderzoek blijkt dat daarom meer dan de helft van deze bedrijven verwacht grote problemen te ondervinden met het aantrekken van vreemd vermogen. Het Ministerie van Economische Zaken zou  de Borgstellingsregeling tijdelijk verder kunnen verruimen. Niet-bancaire kredieten zullen een steeds prominenter rol spelen.
  • De evaluatie van de Aanbestedingswet leert dat het aandeel mkb niet is gestegen en dat de wet in dit opzicht op dit moment nog niet aan haar doel beantwoordt. De aanbestedingspraktijk lijkt de intenties van de wet in te halen. Vooral grote aanbestedende diensten bewegen in dit opzicht traag en gemeenten hebben, uit overwegingen van kostenbesparing, de neiging tot schaalvergroting door samenvoeging van diensten en opdrachten. Een scherpe en geregelde monitoring is dringend gewenst. Aanbestedende diensten moeten ook worden aangespoord werken te gunnen aan infrabedrijven die complementair zijn en als ketenpartners opereren. In dit verband zullen wij het project ‘Beter Aanbesteden’, dat volgens de minister van EZ de praktijk van de nieuwe Aanbestedingswet moet plaveien, zeer kritisch volgen.
  • Het betalingsgedrag van overheden en grote opdrachtgevers moet verbeteren. Overheden betalen formeel binnen gestelde termijnen, maar rekken die op tot het uiterste door facturen pas na veel gedraal goed te keuren. De termijn tussen facturen indienen en facturen accorderen en uitbetalen is vaak buitensporig lang, waardoor de uitvoerende bedrijven nodeloos als kredietverstrekker dienst doen. Daarnaast schroeven grote private opdrachtgevers hun betalingstermijnen op om liquiditeiten zo lang mogelijk binnenboord te houden. NOA en AFNL steunen het initiatiefwetsvoorstel van CDA/PvdA ten volle om dit soort praktijken via wetgeving en boeterentes te beteugelen. In mkb-afbouw, -bouw en -infra, is wetgeving helaas onontkoombaar om een stok achter de deur te hebben.
  • Een doorn in het oog van organisaties is dat de sector nog steeds niet of nauwelijks is aangehaakt bij het Topsectorenbeleid. Los van de vraag of onze bedrijven werkelijk baat hebben bij een plek in het Topsectorenbeleid, blijft het onverteerbaar dat de ene maaksector wel “in de prijzen valt” en de andere niet. Bedrijven die een innovatieprikkel hard nodig hebben krijgen die niet, terwijl bedrijven en instellingen voor wie zo’n prikkel slechts bijzaak en luxe vormen, die innovatiemiddelen in de schoot geworpen krijgen. Als (af)bouw en als mkb willen we geen tweederangs bedrijven zijn. Als daar gegronde redenen voor zijn en kengetallen aantonen dat een aantal sectoren meer dan evenredig bijdraagt aan economische groei, is een zijstap via Topsectoren alleszins te billijken. Maar dan juist is het zaak, een sector die zó dicht aanschurkt tegen de topsectoren en er de fysieke ruimte voor moet bieden, met open armen in dat netwerk op te nemen. Voorbeelden zijn er te over: nieuwe zorgconcepten, stadsconcepten in een proces van voortschrijdende verstedelijking, productie- en distributiecentra dichter bij  bevolkingsconcentraties, verduurzamen en energiezuinig maken van naoorlogse woningwijken, energiebesparing, hergebruik van materiaal en duurzaam slopen. Allemaal thema’s met verbindingen met andere sectoren en in het bijzonder de Topsectoren. NOA en AFNL wijzen de minister op de enorme transitie die de sector, mede als gevolg van de opeenvolgende crises, doormaakt. Juist nu heeft de sector behoefte aan relaties met verwante sectoren en sectoren die voor hun fysieke ruimte van de bouw afhankelijk zijn.  
  • Voor mkb-bedrijven in de afbouw, bouw en infra zijn nauwelijks innovatiegelden beschikbaar. We moeten het doen met wat “klein goed” dat wordt uitgestrooid via branchegebonden innovatieprestatiecontracten. Op zich niets mis met IPC’s, sterker nog door NOA en AFNL bepleit, maar NOA en AFNL zijn van mening dat hun bedrijven veel meer zouden moeten kunnen profiteren van innovatieve prikkels. Nieuwe concepten, zoals voor nieuw te ontwerpen gebouwschillen, kunnen een innovatief zetje uitstekend gebruiken. 

Inloggen


Lid worden?

Personen actief in de Nederlandse afbouw krijgen veel voordelen als lid van NOA.


Lees de voordelen en word lid