NOA Menu
woensdag 21 maart 2018

Jong Afbouwtalent: ‘Perfect werk afleveren en volle bak doorwerken’

Lex van den Elsen (25) van Pierre van den Elsen Stucadoors in Uden. Lex is pas 25 jaar, maar stuurt twee nog jongere gasten aan alsof hij nooit anders heeft gedaan. Ooit is het de bedoeling dat hij het bedrijf van zijn pa overneemt, maar aangezien “stoppen lastig is voor mannen zoals hij”, kan dat nog wel even duren. Zelf heeft Lex van den Elsen ondertussen het felbegeerde papiertje voor Meesterstukadoor op zak. Toetreding tot het Neerlandsch Stucgilde is daarmee een feit. “Pa is al bezig het bedrijf langzaam mijn kant op te sturen.”

Lex Van Den Elsen

Het eerste wat hij doet als hij een pand betreedt, is de wanden en plafonds bekijken. En op vakantie maakt hij er een sport van om aan de hand van de gebruikte stucstijlen te raden uit welk jaar het gebouw stamt. In gesprek met zelfbenoemd ‘vakidioot’ en meesterstukadoor Lex van den Elsen.  

“Eigenlijk heb ik nooit iets anders gedaan”, vertelt Van den Elsen, stukadoorstalent uit Uden. “Van jongs af aan ging ik al met ons pap mee naar de bouw.” En die pap, dat is Pierre van den Elsen. Pierre leerde het vak weer van zijn vader, de opa van Lex, die ruim 60 jaar geleden het familiebedrijf begon. En ondanks het feit dat Lex nog maar 25 is, wordt het bedrijf langzaam maar zeker in zijn richting georganiseerd. “Pa probeert klussen binnen te halen die goed bij mij passen. Maar het kan nog wel een tijd duren voordat ik het echt overneem hoor. Ons pap is pas 55 en stoppen met werken is lastig voor mannen zoals hij. Gelukkig maar, want ik heb het goed naar mijn zin.” Pa van den Elsen stuurt het bedrijf aan, zorgt voor voldoende opdrachten zodat Lex en twee andere personeelsleden aan het werk kunnen blijven en steekt waar nodig de helpende hand uit. 

Lex is dagelijks met twee jonge jongens op locatie aan het werk. “Veelal korte klussen. In drie dagen erin en eruit.” De Van den Elsens onderscheiden zich volgens Lex door hun nette werk. “Stukadoors hebben een beetje een slechte naam. Dat we er een bende van maken. Maar ja, wij komen altijd als laatste op een project en stuc valt nu eenmaal altijd naar beneden. Daar doe je weinig aan. En alles netjes afplakken kost tijd. Maar ik hecht aan netheid. Zorg dat ik altijd twee paar schoenen bij me heb: één voor tijdens het werk en één voor als ik door het huis moet lopen.” 

Van den Elsen is een erkend leerbedrijf en Lex heeft zodoende al de nodige jonge gasten opgeleid. “Een vak apart, maar ik vind dat erg leuk. En we hebben zelden moeite om goede jongens te vinden, zij vinden ons altijd.” Het begeleiden van jonge vaklui houdt hem scherp, vertelt Lex. “Zeker omdat ik nog betrekkelijk jong ben. Toen ik mijn eerste leerling begeleidde was ik 21 en hij 16. Dan zie je een klant toch even denken van ‘wat komen die snotneuzen hier doen?’. Dan moet je dus perfect werk afleveren en volle bak doorwerken. Zodat ze geen reden tot klagen hebben. En dan zie je ze milder worden. Omdat ze zien dat we ons vak heel serieus nemen.” En serieus neemt hij zijn vak. Niet voor niets ronde hij afgelopen jaar de opleiding tot Meesterstukadoor van de NOA af. “G-e-w-e-l-d-i-g!”, vond hij dat. “Je zit dan toch met de creme-de-la-creme van het vak bij elkaar. Allemaal vakidioten. En je leert echt alle facetten van het stucvak. Ik ben er echt veel handiger door geworden. Vroeger dacht ik bij een bepaalde klus nog wel eens ‘oei, da’s moeilijk’, maar nu weet ik hoe je zo’n project kunt opdelen in kleinere stukken. En het mooie van die opleiding is dat we na het afronden allemaal lid zijn geworden van het Neerlandsch Stucgilde. Niet voor niets noemen we elkaar stucbroeders. We helpen elkaar, leren van elkaar. Hebben samen een whatsapp-groep waarin we tips geven. Ik ben echt heel blij dat ik die opleiding heb gevolgd.”

Lex weet niet beter dan dat hij met zijn vader in hetzelfde bedrijf werkt, maar het bevalt hem uitstekend. “Pa en ik zijn allebei vakidioten. Het bedrijf is ons leven. Maar hij is wel de baas. Natuurlijk mag ik altijd mijn mening geven en daar luistert hij meestal ook wel naar, maar als ik rechts wil en hij links, dan gaan we toch echt naar links. Hij heeft het laatste woord. En dat is ook logisch, vind ik.” Voor de rest van de familie (moeder werkt ook in het bedrijf, broer en zus zijn respectievelijk it’er en kapster) is het wel eens vervelend dat Lex en zijn vader over weinig anders praten dat het vak of het bedrijf. “Maar dan krijgen we het ook wel te horen.” 

Over de vraag wat hij het mooiste of slechtste stucwerk vindt, moet Lex lang nadenken. “Werk van anderen afzeiken doe ik sowieso nooit. Je weet immers niet onder welke omstandigheden iemand zijn werk heeft moeten doen. En het mooiste? Nou, ik kan wel het werk noemen waar ik zelf heel trots op ben. In Frankrijk hebben we eens een restauratieproject gedaan waarbij ik een oud ornament heb hersteld door zelf het middenstuk te boetseren. Daar ben ik heel trots op.” 

Plannen voor de toekomst heeft hij nog niet echt. “Of nou ja, op deze voet doorgaan. Mooie dingen maken. Steeds een beetje moeilijker klussen wat mij betreft. Blijven leren. Groeien hoeft niet perse. Misschien nog één jongen erbij, maar dan moet je wel de juiste persoon met de juiste motivatie vinden. Ik hoef geen groot bedrijf. Dat levert alleen maar gedoe op. Niet voor niets luidt het gezegde: ‘Ik wens je veel personeel toe’.

Inloggen


Lid worden?

Personen actief in de Nederlandse afbouw krijgen veel voordelen als lid van NOA.


Lees de voordelen en word lid