NOA Menu
maandag 19 november 2018

Hoe wint de afbouw de strijd om de leerling?

In de vorige uitgave van Afbouwzaken gingen we dieper in op de naamsverandering van Stuc Werk en Leren in NOA Opleidingsbedrijf Afbouw. Nu laten we de hoofdrolspelers aan het woord: een school, twee leerbedrijven en drie leerlingen.

Hoofdrolspelers School En Leerbedrijf

DE SCHOOL

Namens het ROC Markiezaat College in Bergen op Zoom, Collegemanager Marleen Michielsen.

“Samenwerken met een kwalitatief goed opleidingsbedrijf zoals het NOA Opleidingsbedrijf Afbouw is een win-win situatie: we kunnen daardoor een uitstekende opleidingssituatie bieden. De samenwerking werkt als volgt: we stemmen eerst de opleidingsbehoefte van de leerling af, zowel op theorie als praktijk. We zijn daarbij in staat om in elkaars verlengde te werken. Zorgvragen worden adequaat aangepakt. Het leerproces van de leerling is daarna voor beide partijen goed in beeld. Instructeurs en docenten werken zowel voor het ROC als voor het opleidingsbedrijf. Tegenwoordig noemen we dat een ‘hybride docent’ of instructeur. Maar het gaat om zowel actuele vakkennis als pedagogische en didactische kwaliteiten en kennis die je deelt en ontwikkelt. De voordelen van deze samenwerking voor ons als school zijn de korte lijnen, duidelijkheid voor zowel docenten als opleidingsbedrijf over wat de leerbelemmeringen zijn die onderweg of van te voren kunnen ontstaan. En het leerrendement wordt beter zichtbaar, waardoor de afstemming van het leertraject van een leerling goed is bij te stellen. Voor ons is het van groot belang dat het NOA Opleidingsbedrijf direct in verbinding staat met de bedrijven. Dat betekent: korte lijnen, persoonlijk contact en bij problemen is het gemakkelijker om snel een ander leerbedrijf te vinden. En onze leerlingen zijn verzekerd van een goede leermeester gedurende hun hele schooltijd. Vanuit de leerbedrijven zelf wil het nog wel eens gebeuren dat er te weinig tijd of inzicht is. Dat wordt nu opgevangen.”

DE LEERBEDRIJVEN

Pascal Romme (PR) van Romme Stukadoors- en Afbouwbedrijf uit Geffen en Hans van Baal (HB) van Stukadoorsbedrijf van Baal uit Rijsbergen.

Waarom heeft u ervoor gekozen om leerlingen niet zelf in dienst te nemen, maar ze via NOA Opleidingsbedrijf Afbouw bij u te laten werken?

PR: “Wij zijn al vanaf de oprichting in 2006 lid van het samenwerkingsverband. Zij doen de werving, de intakegesprekken en de selectie van de leerlingen. Naast de bedrijfseconomische redenen en het bedrijfsrisico vinden wij het van belang dat de leerling, wanneer het bij ons bedrijf minder loopt, behouden blijft voor de bedrijfstak. Als hij goed gemotiveerd en getalenteerd is natuurlijk. Dat is ook in het belang van de leerling. De begeleiding van de leerling door het NOA Opleidingsbedrijf Afbouw is daarnaast erg goed. Ze verzorgen bijvoorbeeld ook bijscholingen en VCA. 
HB: “Het opleidingsbedrijf doet de werving en selectie van de leerlingen en bepaalt of deze geschikt is. Dat scheelt mij een hoop werk. Ook vind ik het prettig dat tijdens de opleiding het risico van het werkgeverschap niet bij mij ligt.”

Sommige bedrijven zien NOA Opleidingsbedrijf Afbouw als een soort uitzendbureau. Is dat terecht?

PR: “Nee, totaal onterecht. Ze zorgen voor een leer-arbeidscontract voor de leerling voor de duur van de opleiding. Veel bedrijven bieden dit niet. Het is van belang dat er een verlengstuk is van onze bedrijven dat zorgt voor voldoende instroom. Dat kunnen we als individueel bedrijf niet. Daarbij, het NOA Opleidingsbedrijf is per slot van rekening door bedrijven uit de regio zelf opgericht. Het bedrijfsrisico ligt ook helemaal bij het samenwerkingsverband. Achter de schermen zijn ze constant bezig met activiteiten die het gemiddelde bedrijf niet ziet, maar die wel van groot belang zijn om het imago van onze bedrijfstak te vergroten en vmbo-leerlingen enthousiast te maken voor ons vak. Als bestuurder van het samenwerkingsverband heb ik wellicht iets meer zicht op deze zaken. Ik zie dat er veel nodig is en dus veel gedaan wordt om voor de toekomst voldoende instroom te genereren.” 
HB: “Leerlingen die in dienst zijn bij NOA Opleidingsbedrijf Afbouw worden betaald conform cao Afbouw. Dit biedt zekerheid voor de leerling. Dit ligt totaal anders bij uitzendbureaus. Die bieden geen zekerheden aan hun werknemers. Als een leerling niet goed bij ons past of nog niet vakbekwaam is, dan zorgt het NOA opleidingsbedrijf dat de leerling bij een ander bedrijf geplaatst wordt of extra praktijkscholing krijgt. Hiermee blijft de leerling gemotiveerd en behouden voor de bedrijfstak.”

Wat biedt NOA Opleidingsbedrijf Afbouw dat u niet ook zelf kunt?

PR: “Het enthousiast maken van jongeren, ze kennis laten maken met ons vak, scholen benaderen, gastlessen en stages verzorgen. Allemaal dingen waar een individueel bedrijf niet aan toe komt. We moeten eens over de schutting durven kijken en als collectief gaan werken. Het samenwerkingsverband is van en voor onze bedrijven. Wij geven hen de opdracht en bepalen samen de tarieven. Wanneer we alleen aan ons eigen bedrijf en de korte termijn denken, missen we de boot.”  

Hoe belangrijk is het dat de sector samen optrekt om het probleem van het tekort aan vakmensen te tackelen?

PR: “Van essentieel belang. Een landelijke uitstraling met een uniforme benadering van potentiële leerlingen is voor onze relatief kleine bedrijfstak de enige manier om de strijd om de leerling te winnen. Na jarenlang praten is er nu eindelijk een naam die landelijk wordt gehanteerd door alle opleidingslocaties van de samenwerkingsverbanden, in samenwerking met branchevereniging NOA en de lokale ROC’s. Bedrijven zouden dit moeten ondersteunen: niet alleen voor eigenbelang, maar voor het branchebelang.” 
HB: “Door samen op te trekken kunnen we veel meer bereiken. Onze bedrijfstak is relatief klein en hierdoor staan de opleidingen onder druk. De instroom van nieuwe leerlingen wordt steeds moeilijker, maar is hard nodig. We moeten daarom onze mooie bedrijfstak laten zien op vmbo’s want onbekend is onbemind.”

Heeft u wel eens leerlingen gehad die niet bevielen?

PR: “Jazeker. Het opleiden van een leerling is mede afhankelijk van een goede relatie van de leerling met mijn leermeesters. En dat is geen vanzelfsprekendheid. Wanneer dit niet lekker loopt, moet ik besluiten om de leerling te laten vertrekken. Het samenwerkingsverband herplaatst dan de leerling.”  
HB: “Het komt ook wel eens voor dat met name jonge leerlingen toch nog niet klaar zijn om te gaan werken bij een bedrijf en in dat geval gaat de leerling naar de praktijkruimte van het Opleidingsbedrijf om daar zijn vaardigheden te trainen.” 

Kost het opleiden van leerlingen veel tijd en moeite?

PR: “Ik zie het als een investering in mijn bedrijf, maar ook als een investering in de sector. Want uiteindelijk heb ik er ook profijt van als er meer geschoolde vakmensen de sector instromen. Uiteindelijk is het opleidingsbedrijf van en voor ons allemaal en daar zit met name de winst.”
HB:“Opleiden hoort bij maatschappelijk verantwoord ondernemen, al zijn de meeste bedrijven daar misschien niet mee bezig. Mijn stelregel is: het eerste jaar kost een leerling geld. Het tweede jaar niet meer, maar levert hij ook niets op. En daarna moet hij meer dan zijn kosten opbrengen. Het is een investering. Wij hebben het vak in het verleden zelf ook moeten leren. Wij kregen die kans. Dus ja: opleiden kost tijd en geld, maar niet opleiden nog veel meer. Zonder leerlingen geen toekomst.”  

Wat vind u ervan dat er ook bedrijven zijn die zelf leerlingen werven en in dienst nemen, omdat dit goedkoper zou zijn?

HB: “Dat vind ik kortzichtig. Misschien zullen de directe loonkosten onder de streep iets minder zijn. Maar er zijn ook heel veel variabele factoren denkbaar, waardoor het niet eens zo hoeft te zijn.”
PR:“Ik vind dat korte-termijn-denken en niet bijdragen aan het collectief. Niet meedoen aan het samenwerkingsverband betekent dat wij als branche onszelf minder goed kunnen profileren bij scholen en minder activiteiten voor meer instroom kunnen ondernemen. Kijk nou eens naar andere sectoren in de bouw en techniek. Die zijn heel actief met werving.  Bijna alle bedrijven zijn hierbij aangesloten. Dat is waarmee wij de strijd om de leerling moeten aanbinden. Als collectief optrekken is dus van groot belang.” 

Is er dan helemaal niets op het samenwerkingsverband aan te merken?

HB: “De huidige opleidingsstructuur is prima voor niveau 2 en hoger, maar ik miste nog een voorschakeltraject. Een traject voor de leerling die niet meer in de schoolbanken hoeft te zitten. Daarom heb ik naast het opleiden van BBL leerlingen via NOA Opleidingsbedrijf Afbouw het initiatief genomen om zelf ook een opleidingslocatie in te richten. Op deze locatie in Rijsbergen worden geschikte kandidaten die niet in aanmerking komen voor het reguliere BBL traject opgeleid tot stukadoor. Denk hierbij aan zij-instromers, die via een omscholing en/of scholingstraject worden klaargestoomd om toe te treden tot de branche. Ik doe dit in nauwe samenwerking met NOA Opleidingsbedrijf Afbouw Zuid-West en we vullen elkaar perfect aan. Ik heb het uitgebreid met NOA besproken en er is zelfs een toezegging van NOA om dit trainingstraject te gaan ondersteunen.”

Hoofrolspelers Leerlingen

DE LEERLINGEN

Tijn Broers (TB), Leon Beaard (LB) en Jim van den Bergh (JB)

Waarom heb je voor dit vak gekozen?

TB: “Door mijn peetoom ben ik gaan stukadoren. Hij nam mij in het weekend en de vakanties mee. Dit deed ik naast mijn HBO studie, maar het beviel zo goed dat ik hiervan mijn werk wilde maken. Ik ben daarom overgestapt naar de stukadoorsopleiding.
LB: “Omdat ik via via een paar meeloopdagen heb gehad en het beviel me goed. Ik vind het mooi om mensen weer blij te maken met het werk waar ze eigenlijk niet mooi of fijn tegen aan kijken.”  

Waarom heb je ervoor gekozen om via NOA Opleidingsbedrijf Afbouw bij een bedrijf te werken? Je had het bedrijf misschien ook zelf kunnen benaderen?

TB: “Ik weet dat het NOA Opleidingsbedrijf Afbouw contact heeft met heel veel bedrijven. Mijn peetoom heeft een eigen eenmansbedrijf, maar heeft niet voldoende werk om mij de hele week mee te nemen. Hij verwees mij naar het opleidingsbedrijf. Die hebben mij geholpen met mijn aanmelding en intakeprocedure en vervolgens bij een bedrijf geplaatst dat bij me past.” 
JB: ”Het is perfect geregeld en ik heb een leerarbeidsovereenkomst voor de duur van de opleiding.” 

Hoe vind je het dat je ook bij andere bedrijven ervaring op kunt doen? Maak je daar ook gebruik van?

LB: “Ik vind het wel goed, want je leert andere methodes van andere bedrijven. En je doet ervaring op met andere stukadoors. Soms word ik wel eens uitgeleend.” 
JB: “Nee nog niet. Maar ik hoop bij mijn huidige bedrijf te kunnen blijven.” 

Word je goed begeleid vanuit NOA Opleidingsbedrijf Afbouw?

LB: “Ja, ze helpen mij met alles waar ik hulp bij nodig heb. Zelfs op financieel vlak. En natuurlijk op stuc-begeleiding.”  
JB: “Ja ik kan altijd terecht met mijn vragen. Ook kan ik telefonisch of via een app mijn coördinator bereiken. De lijntjes zijn kort.” 

Wat biedt NOA Opleidingsbedrijf Afbouw jou nog meer?

TB: “Sowieso een baan gedurende mijn opleiding. Hierdoor weet ik dat ik mijn opleiding kan afmaken en netjes en op tijd salaris krijg volgens de cao. Daarnaast heb ik gereedschap en kleding gekregen en heb ik via NOA Opleidingsbedrijf mijn VCA gehaald.” 

Inloggen


Lid worden?

Personen actief in de Nederlandse afbouw krijgen veel voordelen als lid van NOA.


Lees de voordelen en word lid