NOA Menu
donderdag 23 mei 2013

Bescherming onderaannemers bij faillissementen met O-rekening

NOA-lid René Brown van Oxalis heeft bedacht dat onderaannemers met een O-rekening beschermd kunnen worden als een groot bouwbedrijf waar ze voor werken failliet gaat. Deze Onderaannemersrekening kan beheerd worden door de opdrachtgever. Door de vele faillissementen van grote bouwbedrijven, worden ook veel gezonde gespecialiseerde onderaannemers in het faillissement meegezogen. 

Faillissement

Volgens Brown kan de O-rekening vrij simpel werken: Als de hoofdaannemer een termijn declareert, wordt naar rato van de verdeling van het werk tussen hoofdaannemer en onderaannemers ook de betaling gesplitst: de hoofdaannemer krijgt het percentage voor het werk dat hij zelf verricht en de rest wordt gestort op de O-rekening. Van die rekening kunnen alleen onderaannemers betaald worden. Gaat een hoofdaannemer failliet, dan gaat dat niet ten koste van de onderaannemers. "Nu kunnen wij fluiten naar onze centen," zegt Brown.

Voor een goed begrip van Browns idee maakt hij een uitstapje naar de al bestaande G-rekening in de bouw. Zoals voor werknemers middels deze constructie bij wet e.e.a. geregeld is, zo moet de politiek zich nu ook buigen over een oplossing dat onderaannemers bij wet beschermd worden, zo stelt Brown. Overigens kunnen ook opdrachtgevers als het rijk, de provincie en woningbouwverenigingen zelfstandig een dergelijke constructie instellen. Immers, bij faillissement van een hoofdaannemer lopen zij zelf ook schade op.

René Brown legt zijn O-rekening uit aan de hand van een rekenvoorbeeld. “Stel dat een hoofdaannemer een werk aanneemt van 10 miljoen euro en gecalculeerd heeft dat hij voor 8 miljoen euro aan onderaannemers inhuurt. De praktijk is dat termijnfacturen volledig uitbetaald worden aan de hoofdaannemer, waarna die de onderaannemers betaalt. Als het goed gaat, moeten we in het slechtste geval langer wachten op ons geld. Maar als een hoofdaannemer failliet gaat, staan alle onderaannemers met lege handen. Alles wat wij dagelijks aanbrengen - en nog ons eigendom is - is dan in één klap niet meer van ons is. De betalingen aan de hoofdaannemer vallen in de boedel. De banken en Belastingdienst gaan voor en voor de onderaannemers blijft er dan niets over. Dat is de praktijk."

René Brown pleit nu, naar analogie van de G-rekening, voor een O-rekening, te beheren door opdrachtgevers als Rijk, provincie of woningbouwvereniging en niet door banken of hoofdaannemers. “Deze laatste zijn absoluut niet blij met deze constructie. Het komt erop neer dat als een termijn door de hoofdaannemer gefactureerd wordt, de opdrachtgever een vooraf bepaald deel overmaakt naar de hoofdaannemer en een deel stort op de O-rekening, waarvan alleen onderaannemers betaald kunnen worden. Brown: “Het is een gemakkelijk systeem, het is heel overzichtelijk en heel goedkoop in de uitvoering. En we weten dat het werkt bij de G-rekening."

Als het aan René Brown ligt, moet de politiek ingrijpen met wetgeving en aanpassing van de faillissementswet. “De grote aannemers hebben natuurlijk alleen maar voordelen bij het huidige betaalsysteem in de bouw. Die grote bedrijven gaan dat natuurlijk niet vrijwillig veranderen. Belangrijk is dat politiek, rijk, provincie en woningbouwverenigingen zich beraden hoe ze dit probleem oplossen!”  

Wat vindt u ervan? Vul onze poll in

Inloggen


Lid worden?

Personen actief in de Nederlandse afbouw krijgen veel voordelen als lid van NOA.


Lees de voordelen en word lid