NOA Menu
donderdag 28 september 2017

AOW-leeftijd aan opleidingsniveau koppelen

De leeftijd waarop iemand met pensioen kan gaan, moet afhangen van iemands opleidingsniveau. Dat bepleit accountantskantoor KPMG, dat stelt dat laagopgeleiden gemiddeld minder profiteren van de opgebouwde oudedagsvoorziening dan hoogopgeleiden. De Volkskrant schreef er deze week over in haar dagblad.

AOW-leeftijd aan opleidingsniveau koppelen

Volgens het accountantskantoor subsidiëren laagopgeleiden door de huidige wetgeving het pensioen van hoogopgeleiden. Mensen met een lagere opleiding beginnen vaak al rond hun zestiende levensjaar aan (zwaar) werk, terwijl hoogopgeleiden pas rond hun 25ste aan het werk gaan. Daarmee betalen de laagopgeleiden tot wel tien jaar langer AOW-premie. Aan de andere kant ligt de levensverwachting van laagopgeleiden gemiddeld bijna vier jaar lager dan die van hoogopgeleiden. Laagopgeleiden doen daarmee dus korter een beroep op het staatspensioen.

Eerder met pensioen voor zware beroepen

De AOW is een volksverzekering, die is gebaseerd op het aantal jaren dat iemand in Nederland woont. In de vijftig jaar voorafgaand aan de AOW-leeftijd bouwt iedereen in Nederland jaarlijks 2 procent van het recht op AOW op. Het staatspensioen staat dus los van iemand arbeidsverleden of het inkomen. Dat moet anders en kan ook anders. NOA heeft samen met sociale partijen door het EIB laten onderzoeken hoe en waarom mensen met zware beroepen eerder met pensioen moeten kunnen. Het rapport is inmiddels ook in de Tweede Kamer behandeld, maar besluitvorming zal naar zeggen van het huidige demissionaire kabinet pas door een nieuwe regering moeten worden gedaan. Lees er meer over. 

Bron: Volkskrant

Inloggen


Lid worden?

Personen actief in de Nederlandse afbouw krijgen veel voordelen als lid van NOA.


Lees de voordelen en word lid