NOA Menu

NOA Kenniscentrum

"Werk waarmee je de vloer kan aanvegen"

door: Armand Landman
| Werkvoorbereiding Praktijk

Egaliseren Pand

“Abominabel en van een kwaliteit die ik nog nooit eerder zo laagwaardig tegenkwam.” Zo beschrijft senior technisch adviseur van het Technisch Bureau Afbouw (TBA), Onno de Vries, een winkelvloer die hij aantrof in Amsterdam. De aannemer die de vloer in opdracht van woningcorporatie zou egaliseren om in het pand een supermarkt te kunnen vestigen, heeft overduidelijk een wanprestatie geleverd. 

De Vries werd door de woningcorporatie - eigenaar van de winkelruimte - ingehuurd omdat de kwaliteit van het beloofde werk na dik 17 maanden niet naar wens was.  Zo was er zichtbare schade aan de egaline en sprake van een zeer geringe voortgang van het werk in relatie tot de al vooruitbetaalde nota’s. In totaal betaalde de woningcorporatie meer dan € 50.000,- vooruit. Door de aannemer werden in de bestaande vloer ook nog afvoerleidingen aangebracht die met mortel werden aangewerkt en vervolgens dezelfde dag nog met egaline werden overlaagd. Juist op die plekken constateert De Vries aanzienlijke schade. De bedoeling was dat de aannemer, die overigens in het telefoonboek vermeld staat als timmerbedrijf, de gedeeltelijke gesloopte winkelvloer zou egaliseren met een minerale mortel en het aanbrengen van een PVA-chips vloerafwerking. Later bood dezelfde aannemer aan om ook het stucwerk en het aanbrengen van elektra voor zijn rekening te nemen. 

Complete ravage

Toen De Vries in het Amsterdamse winkelpand aankwam, trof hij een ravage aan. “De winkelruimte bleek compleet gestript en de vloer was slechts gedeeltelijk van egaline voorzien. Een paar tientallen meters van het wandoppervlak waren weliswaar voorzien van stucwerk, maar dat bleek tot aan het plafond besmeurd met cement residu. Bij de entree bleek dat de constructievloer maar liefst 20 millimeter hoger lag dan de egalisatielaag.” De Vries concludeert daaruit dat de vloer ter plekke niet eerst is verlaagd om daarna pas de egaline aan te brengen. Boven de aangebrachte leidingsleuven en een deel van de putdeksels is de schade aan de egalinelaag zelfs extreem in de ogen van de technisch adviseur: “Plaatselijk staat de egaline tot 150 millimeter opgekruld, met een dunne korst dekvloer aan de onderzijde van de egalinelaag. In de leidingsleuven is de vulmortel weinig samenhangend tot op zeker 30 milimeter diepte.” De Vries constateert dat de aangebrachte egaline zeer onregelmatig van dikte is aangebracht. Van soms bijna niets tot dikten van wel 17 millimeter. “Waarbij boven putdeksels in een aantal gevallen tot 10 millimeter egaline is aangebracht, terwijl andere putten nog circa 8 millimeter boven de egaline uitsteken.” 

Tot zijn verbazing is de egaline niet over het hele vloeroppervlak aangebracht en is er ook geen aansluitrand gemaakt. “Dit betekent dat de hele vloer opnieuw moet worden behandeld. Dit kan niet zonder enige dikte.” De Vries kan bovendien geen sporen vinden van primer of voorstrijk. Wel vindt hij een emmer met het opschrift ‘Remmers Tiefgrund’, maar die zit vol water. “Onmogelijk om vast te stellen of er voorstrijk of iets dergelijks heeft ingezeten en of die gebruikt is.” Het deel van de vloer dat volgens de aannemer wegens materiaalgebrek nog niet is behandeld, is niet schoongemaakt.   

Slechte kwaliteit

De Vries beoordeelt het werk als “abominabel en van zo’n slechte kwaliteit dat ik nog nooit eerder ben tegengekomen. In de eerste plaats is sprake van een uiterst onzorgvuldige ondergrondvoorbereiding. Bij de toegangsdeur ligt de constructievloer aanzienlijk boven het kennelijk beoogde vloerpeil. Daarnaast is de reinheid van het nog niet behandelde vloerdeel zo slecht, dat de hechting van de wel aangebrachte egaline vrijwel niet goed kan zijn, zeker nu ook nog geen sporen van een hechtprimer werden aangetroffen.” Daarnaast is de egaline zelf uiterst onvakkundig aangebracht, vindt De Vries: “Niet alleen is sprake van extreme laagdikten, ook werd de egaline uitgevloeid tot op 0 millimeter laagdikte. Daarmee wordt het aanwerken van egaline ten behoeve van het ontbrekende vloerdeel onmogelijk.” 

Onvoldoende verhardingstijd

Helemaal mis ging het in de ogen van De Vries bij het vullen van de leidingsleuven. Daarbij dient voldoende verhardingstijd aan te worden gehouden. Bij een cementgebonden specie zoals hier toegepast ten minste 2 tot 3 weken. En zelfs bij een kunsthars-gemodificeerde reparatiemortel nog altijd 48 uur. Door te werken op een verse dekvloerspecie zal de optredende materiaalkrimp in de egalisatielaag niet als schuifspanning aan de ondergrond worden afgedragen, maar vrij spel krijgen in de vorm van materiaalkrimp met een opkrulling zoals hier tot gevolg.” 

Oplossing: opnieuw beginnen

De Vries ziet maar één acceptabele oplossing om de vloer te herstellen en dat is compleet affrezen en van voren af aan beginnen. Overlagen acht hij onverantwoord gezien de slechte staat van de ondervloer. Volgens De Vries staat de waarde van het uitgevoerde werk ook nog eens in “geen enkele verhouding tot de uitgevoerde werkzaamheden.” Het geleverde stucwerk kent een waarde van circa € 500,- tot € 1000,-. En dan alleen als het niet zo smerig zou zijn opgeleverd. “De vloeregalisatie zou bij een juiste uitvoering een waarde kunnen vertegenwoordigen van € 5.000,- tot € 7.000,-. Maar daarvan is op dit moment dus geen sprake.” De vooruitbetaalde facturen gaan de werkelijke waarde van de werkzaamheden dus ruimschoots te boven.

Inloggen


Lid worden?

Personen actief in de Nederlandse afbouw krijgen veel voordelen als lid van NOA.


Lees de voordelen en word lid