NOA Menu

NOA Kenniscentrum

Wat vloerenbedrijven moeten weten over (P)MMA

door: Gert van der Meulen
| Techniek

(P)MMA

Rondom het gebruik van (P)MMA’s is al heel wat commotie ontstaan. Momenteel is er een ontheffing op het verbod om (P)MMA’s te gebruiken bij het realiseren van kunststofvloeren in binnen situaties. Maar deze ontheffing loopt slechts tot 1 augustus 2015 (update: inmiddels verlengd tot 1 september 2020). Daarom heeft NOA de kwestie verder opgepakt. Alvorens de laatste stand van zaken weer te geven, treft u onderstaand nog even een korte uiteenzetting aan over het ontstaan van de (P)MMA-problematiek, de getroffen oplossing en de verdere voortgang van dit dossier.

De feiten

In 2000 werd het oorspronkelijke VOS-besluit met de daaraan gekoppelde vervangingsplicht van toepassing. Dit besluit was/is een puur Nederlandse aangelegenheid, dat gevat kan worden onder de noemer: een Nederlandse kop bovenop de Europese regelgeving. Een strengere regelgeving dan Brussel voorschrijft, omdat men dat belangrijk vindt. Dat is hier gebeurd. Door de definitie van Vluchtige Organische Stoffen, zoals deze gedefinieerd werden, vielen (P)MMA’s destijds al onder deze regeling. Dat betekende, gezien vanuit de Arbowet en Arbobesluiten, dat het gebruik van (P)MMA’s sindsdien verboden was en (P)MMA’s onder de vervangingsregeling vielen. Indien men toch op technische gronden gebruik moest maken van (P)MMA’s, kon dit alleen onder voorwaarden. Op grond van die regeling zouden vloerenbedrijven voor elke vloer die gemaakt werd met een dergelijk product ontheffing moeten vragen bij het ministerie, als zij van mening waren dat dit vanwege bijvoorbeeld technische redenen moest en de vervangingsplicht geen oplossing bood. Omdat de Inspectie SZW/het ministerie destijds vooral aandacht had voor de verven en lakken (OPS) bleef het (P)MMA verhaal feitelijk gewoon liggen. In de praktijk brachten bedrijven deze vloeren aan en niemand had een probleem.

Arbeidsinspectie legt werken stil

In 2004 werd onze kunststofvloerensector echter ineens geconfronteerd met stilleggingen van werken: de Arbeidsinspectie (inmiddels Inspectie SZW) legde verschillende werken stil, omdat er (P)MMA’s gebruikt werden terwijl hiervoor geen ontheffing was aangevraagd en verkregen. Om tot een oplossing te komen, werd besloten een overleg tussen de Arbeidsinspectie, Ministerie SZW, Bedrijfschap Afbouw, NOA, FNV en CNV te laten plaatsvindenTijdens dat overleg werd besloten dat het bedrijfschap een notitie zou maken waarin de zienswijze van de sector werd weergegeven. Er werd duidelijk vermeld dat de sector van mening was dat het gebruik van (P)MMA’s geen enkel probleem zou geven in het kader van het VOS-besluit. Weliswaar vallen (P)MMA’s onder de definitie van VOS, maar komen er bij het verwerken geen vluchtige stoffen vrij die schadelijk zijn voor de gezondheid. Deze overleggen hebben eind 2004 plaatsgevonden. Na de overleggen eind 2004 en de aangeleverde notitie met uitleg bleef het zeer lang stil en werd noch vanuit het veld, noch vanuit het ministerie een probleem gemeld over het, verdere, gebruik van (P)MMA’s. De sector kon zonder problemen doorgaan en men was er van overtuigd dat de problemen de wereld uit waren. 

In 2009 kwamen het ministerie van SZW en de Arbeidsinspectie ineens aankloppen naar aanleiding van een aantal stilleggingen van werken. Zij hadden het stoffige dossier blijkbaar gevonden en het probleem was volgens hen nog niet opgelost. Enige verbazing aan onze zijde was daarbij niet vreemd, maar volgens SZW en de Arbeidsinspectie vielen en vallen (P)MMA’s nu eenmaal onder de Nederlandse VOS-regelgeving en de vervangingsplicht en  daarom mocht dit product niet zomaar gebruikt worden.

Wederom zijn de benodigde partijen aan tafel gaan zitten (NOA, BA, Ministerie SZW/Arbeidsinspectie, FNV en CNV). Omdat het om een product gaat dat onder de VOS-regeling valt, zijn ook diverse fabrikanten uitgenodigd. Zij zijn verenigd in de VVVF en zijn in die hoedanigheid bijeen gekomen. Vanuit de sector en door de fabrikanten werd nogmaals aangereikt dat naar ons oordeel (P)MMA’s in de praktijk bij het verwerken geen problemen op het gebied van VOS bevatten. Maar de Arbeidsinspectie bekeek het puur theoretisch en bleef vasthouden aan het regeltje dat in het besluit stond opgenomen: (P)MMA’s vallen onder het VOS-besluit en dus de vervangingsplichtregeling. Het staat nu eenmaal op de lijst en dus mag het niet.

Hoewel er een duidelijk verschil van inzicht was tussen enerzijds SZW/Arbeidsinspectie en anderzijds de sector en fabrikanten, werd gekozen voor een pragmatische aanpak. NOA had feitelijk op dat moment kunnen besluiten bezwaar aan te tekenen tegen het besluit tot het verbod op het gebruik van (P)MMA’s. Dan hadden we moeten rekenen op een langdurige procedure waarbij de Arbeidsinspectie ondertussen ‘gewoon’ zou blijven handhaven. Door het geldende VOS-besluit/vervangingsplicht zouden bedrijven regelmatig geconfronteerd worden met het stilleggen van werken en hierdoor flinke schade oplopen. Pas als de procedure ‘gewonnen’ zou worden, zou dit beleid worden aangepast. Dit was en is voor NOA niet aanvaardbaar. 

Na veel overleg, onderzoek door het COT (in opdracht van SZW) en heen en weer gepraat, werd vervolgens de afspraak gemaakt zoals deze nu is. Per saldo heeft dat geresulteerd in een verruiming van de wetgeving per 24 september 2010. Bedrijven die (P)MMA’s onder bepaalde voorwaarden willen gebruiken, hoeven nu geen ingewikkelde ontheffingsprocedure te doorlopen. Die verruiming houdt in ieder geval stand tot 1 augustus 2015. Na deze datum is het feitelijk weer verboden ze te gebruiken, omdat men er vanuit gaat dat de stand der techniek er dan zo uitziet, dat er een goed vervangend product is dat niet onder het VOS-besluit valt. Dan kan dus alsnog aan de vervangingsplicht worden voldaan. Deze datum heeft het ministerie van SZW min of meer arbitrair vastgesteld om zo de druk op de fabrikanten hoog te houden om dan ook daadwerkelijk vervangende producten te leveren. Afhankelijk van de ontwikkelingen op dat gebied zal eind 2014 bekeken moeten worden of de verruiming op het verbod eventueel nog verlengd moet worden.

De toekomst

Zoals uit het voorgaande moge blijken, zijn zowel de verwerkers als de fabrikanten van mening, dat het gebruik van (P)MMA’s met betrekking tot vluchtige organische stoffen bij het verwerken van vloersystemen, niet tot schade van de gezondheid leidt. Deze stoffen komen dan namelijk niet vrij. Dat dit zo is, wordt zelfs door het COT, dat haar rapport in 2009 in opdracht van het ministerie van SZW gemaakt heeft, als zodanig onderschreven. Letterlijk wordt in het rapport gesteld dat de enige reden voor het verbod ligt in het feit dat (P)MMA’s nu eenmaal op de lijst van VOS-producten met vervangingsplicht staat en niet omdat er ook gevaarlijke stoffen bij de verwerking zelf vrijkomen.

Onderzoek

Inmiddels heeft NOA in overleg met leveranciers en verwerkers een onderzoek laten starten om een eenduidige werkmethode te ontwikkelen. Die is dan gebaseerd op de praktijk en de veiligheidsvoorschriften van de Europese regelgeving in het kader van REACH waarmee veilig en gezond gewerkt kan worden. Om aan te tonen dat de werkmethode veilig is, worden metingen in de praktijk uitgevoerd. De inzet van NOA is, om in samenwerking met verwerkers, leveranciers en fabrikanten, het ministerie van SZW er van te overtuigen dat (P)MMA’s geen gevaar voor de gezondheid opleveren en dat een verbod op verwerking niet gerechtvaardigd is.

Inloggen


Lid worden?

Personen actief in de Nederlandse afbouw krijgen veel voordelen als lid van NOA.


Lees de voordelen en word lid