NOA Menu

NOA Kenniscentrum

WAS zorgt voor 'naming and shaming'

door: Gert van der Meulen
| Management

Naming and shaming

Per 1 juli 2015 is de Wet aanpak schijnconstructies (WAS) in werking getreden. Net als bij de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) wordt ook deze wet gefaseerd ingevoerd. Een aantal onderdelen zullen per 1 januari 2016 van kracht worden. Hierdoor hebben werkgevers de tijd om de loonadministratie aan te passen aan de nieuwe regels. Hieronder zullen we in het kort de belangrijkste punten uit de WAS uiteenzetten.

Doelstelling WAS

De WAS is ingevoerd om o.a. de wet minimumloon, minimumvakantiebijslag en een aantal andere wetten te verbeteren. De overheid kan daardoor beter handhaven op naleving van arbeidsrechtelijke wetgeving en schijnconstructies aanpakken. De wet beoogt bij te dragen aan het voorkomen van oneerlijke concurrentie tussen bedrijven, het versterken van de rechtspositie van werknemers en werknemers te belonen conform wet- en regelgeving, collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s) of afspraken bij een individuele arbeidsovereenkomst. 

Oneerlijke concurrentie

Schijnconstructies leiden tot ongewenste concurrentie: verdringing, onderbetaling en soms zelfs uitbuiting van werknemers. Voor bonafide werkgevers en ondernemers is het uitermate frustrerend om niet in een gelijk speelveld aan het werk te kunnen. Er moet geconcurreerd worden tegen partijen die op oneigenlijke manier de arbeidskosten verlagen en in sommige gevallen gebruik maken van schijnconstructies.

Ongewenste schijnconstructies

De overheid heeft zelf ook last van de schijnconstructies: Nederlandse werknemers, die vervangen worden door arbeidskrachten die genoegen nemen met een lager loon, doen eerder een beroep op publieke middelen. Dit zet ons sociale zekerheidsstelsel onder druk. Bovendien kunnen schijnconstructies ervoor zorgen dat Nederland premies of belastingen misloopt, omdat er ten onrechte met grensoverschrijdende constructies premies of belastingen in het buitenland worden afgedragen.

Wat betekent de WAS voor u?

De WAS bevat de volgende maatregelen om schijnconstructies te voorkomen en aan te pakken:

  • De ketenaansprakelijkheid voor de betaling van het loon wordt uitgebreid. De opdrachtgever is ook verantwoordelijk voor het betalen van het (cao-)loon aan een werknemer. Voorheen kon alleen de werkgever daarvoor aansprakelijk worden gesteld. Er bestond al een ketenaansprakelijkheid, maar die gold alleen in de uitzendbranche voor het betalen van het minimumloon.
  • U mag het salaris niet meer volledig contant uitbetalen. U moet minimaal het salarisgedeelte gelijk aan het wettelijk minimumloon giraal overmaken.
  • U mag geen verrekeningen, bijvoorbeeld huisvesting of ziektekostenpremies, met het wettelijk minimumloon toepassen.
  • U moet meer gegevens vermelden op de loonstrook.
  • Het is niet meer mogelijk om een buitenlandse werknemer een deel van het minimumloon als onkostenvergoeding te betalen. U moet het doel van de onkostenvergoeding vermelden op de loonstrook van uw werknemer. Doet u dit niet, dan kunt u een bestuurlijke boete krijgen.
  • Krijgt een werknemer het cao-loon niet betaald? Dan kan hij makkelijker naar de rechter stappen om het (volledige) cao-loon te eisen. Hiervoor kan een verzoekschrift worden gebruikt. Voorheen moest dit gebeuren middels een dagvaarding en had de werknemer een deurwaarder nodig.
  • Bedrijven die zich schuldig maken aan onderbetaling of illegale tewerkstelling worden openbaar gemaakt.

Bepalingen per 1 januari 2016

De bepalingen die gevolgen hebben voor de uitbetaling van het loon worden doorgeschoven naar 1 januari 2016. Het gaat dan specifiek om:

  • De verplichtingen voor girale betaling van het minimumloon.
  • Nieuwe eisen aan inhoudingen en verrekeningen.
  • De eis om onkostenvergoedingen op de loonstrook te specificeren. 

Handhaving

Met een nieuwe wet op papier is het probleem natuurlijk niet opgelost. Er zal ook gehandhaafd moeten worden. De handhaving is voor het belangrijkste deel neergelegd bij de Inspectie SZW. De inspecteurs krijgen de bevoegdheid om actie te ondernemen als organisaties zich niet aan de WAS houden. 

“Naming and shaming”

Het grootste deel van de WAS is per 1 juli 2015 in werking getreden. Formeel heeft de Inspectie SZW dus al de bevoegdheid om boetes uit te delen aan werkgevers die zich niet aan de eisen uit de WAS houden. Daarnaast mag de Inspectie de gegevens openbaar maken van ondernemingen die zich niet aan de regels houden (“naming and shaming”). Verder regelt de WAS dat de Belastingdienst uw organisatie sinds 1 juli 2015 aansprakelijk kan houden voor het uitbetalen van het correcte loon aan uitzendkrachten en (onder)aannemers. De gedupeerde kracht moet wel eerst proberen om het achterstallige loon bij zijn eigen werkgever te halen, maar als dat niet lukt, draait uw organisatie er voor op. 

Het is belangrijk dat u goed beoordeelt met wie u zaken doet! Door de toegenomen diversiteit op de bouwplaats en het hoge aantal wisselende onderaannemers - waarvan de status soms zeer onduidelijk is - kan u als u even niet oplet een flinke schadepost geven. Blijf dus scherp! Vertrouwen op een paar blauwe ogen van een onderaannemer is verstrekt onvoldoende. 

Hoe de wet in de praktijk precies zal uitwerken, moet nog blijken. Mocht u er mee te maken krijgen, of u heeft er nog vragen over, dan kunt u als NOA-lid altijd contact met ons secretariaat opnemen.

 

Inloggen


Lid worden?

Personen actief in de Nederlandse afbouw krijgen veel voordelen als lid van NOA.


Lees de voordelen en word lid