NOA Menu

NOA Kenniscentrum

Transitievergoeding

door: Gert van der Meulen
| Administratie Personeel

Transitievergoeding (1)

Per 1 juli 2015 geldt een transitievergoeding voor alle werknemers met één of meer dienstverbanden van in totaal twee jaar of langer. Het maakt daarbij niet uit of het tijdelijke of vaste contracten zijn.

Nu is het geen vanzelfsprekendheid dat een werknemer een ontslagvergoeding krijgt. Er is een verschil tussen een ontslagroute via het UWV of de kantonrechter. Bij ontslag via het UWV Werkbedrijf is er per definitie géén sprake van een ontslagvergoeding. Bij ontslag via de kantonrechter wordt in veel gevallen wel een ontslagvergoeding door de rechter opgelegd. In de afbouwsector worden veel ontslagzaken geregeld met een vaststellingsovereenkomst. In veel gevallen wordt daarbij niet of nauwelijks een ontslagvergoeding afgesproken en betaald. 

In de WWZ heeft men uit het oogpunt “gelijke monniken, gelijke kappen” gemeend dat iedere werknemer bij ontslag door de werkgever een wettelijk recht heeft op een ontslagvergoeding. Deze ontslagvergoeding is met een ‘duur’ woord tot transitievergoeding benoemd. Voor de afbouwsector betekent dit, behalve als een werknemer nog instemt met een vaststellingsovereenkomst dat het ontslaan van een werknemer na 1 juli 2015 een dure grap kan worden. 

Recht op transitievergoeding

De transitievergoeding geldt voor alle werknemers met één of meer dienstverbanden van in totaal twee jaar of langer (tijdelijk en vast). Dus als u bijvoorbeeld een werknemer heeft, die inmiddels een derde jaarcontract heeft dat op 1 december 2015 afloopt, dan heeft deze werknemer op grond van de WWZ recht op een transitievergoeding. Dit komt omdat hij al langer dan twee jaar in dienst is. 

Hoogte transitievergoeding

  • De opbouw is ⅓ maandsalaris per dienstjaar in de eerste 10 jaar van de arbeidsovereenkomst.
  • Vanaf het 10e dienstjaar: ½ maandsalaris per dienstjaar.
  • Maximum vergoeding is € 75.000,-, tenzij het jaarsalaris hoger is.
  • Hardheidsclausule tot verplichting van betaling van vergoeding.
  • Bij ernstige verwijtbaarheid van de werknemer is er geen vergoeding.
  • Kosten voor ‘van-werk-naar-werk-trajecten’ kunnen in mindering worden gebracht. Over wat hier allemaal precies onder wordt verstaan, is nog geen 100% zekerheid. Dit moet door de minister nog worden ingevuld. 
  • Overgangsrecht voor 50+ medewerkers. Tot 2020 tellen de dienstjaren van 50+ medewerkers met 10 of meer dienstjaren harder mee: namelijk één maand per dienstjaar boven de 50 in plaats van een ½ maand.

Uitzonderingsregel

Voor mkb-bedrijven met minder dan 25 medewerkers is er een uitzondering gemaakt op het overgangsrecht. De dienstjaren tellen dan pas mee vanaf 1 mei 2013. Daarmee wordt de schade beperkt voor kleine bedrijven die oudere werknemers in dienst hebben en die moeten ontslaan. 

Met het invoeren van de transitievergoeding zullen de kosten bij ontslag voor een gemiddeld afbouwbedrijf alleen maar toenemen. Zeker als men een aantal uitwassen van deze wet in ogenschouw neemt. Daarvoor hebben we in dit magazine twee praktijkvoorbeelden gegeven. De WWZ heeft dan aanzienlijke financiële gevolgen.

Inloggen


Lid worden?

Personen actief in de Nederlandse afbouw krijgen veel voordelen als lid van NOA.


Lees de voordelen en word lid