NOA Menu

NOA Kenniscentrum

Ontheffing op gebruik (P)MMA'S verlengd

door: Gert van der Meulen
| Techniek

Ontheffing op gebruik (P)MMA'S verlengd

Alweer vier jaar geleden ontstond behoorlijk wat commotie over het gebruik van (P)MMA’s bij het realiseren van kunststofvloeren in binnen situaties. Daarop volgden misverstanden, een verbod op gebruik en aansluitend een tijdelijke ontheffing op het verbod voor vloerenbedrijven… In de afgelopen tijd hebben we de kwestie verder opgepakt, wat heeft geresulteerd in een nieuwe ontheffing op het gebruik van (P)MMA’s tot 1 januari 2020.  

Alvorens op de gemaakte afspraken in te gaan, beschrijven we in het kort het ontstaan van de (P)MMA-problematiek en de getroffen oplossing.

Feiten

In 2000 werd het oorspronkelijke VOS-besluit met de daaraan gekoppelde vervangingsplicht van toepassing. Dit besluit is een puur Nederlandse aangelegenheid, dat gevat kan worden onder de noemer: een Nederlandse kop bovenop Europese regelgeving. Het VOS-besluit is een strengere regelgeving dan Brussel voorschrijft, omdat men dat in Nederland belangrijk vindt. Door de definitie van Vluchtige Organische Stoffen, zoals deze gedefinieerd werden, vielen (P)MMA’s destijds al onder deze regeling. Vanuit de Arbowet en Arbobesluiten geredeneerd, betekende dit dat het gebruik van (P)MMA’s sindsdien verboden was en (P)MMA’s onder de vervangingsregeling vielen. Indien men toch op technische gronden gebruik moest maken van (P)MMA’s, kon dit alleen onder voorwaarden. Op grond van die regeling zouden vloerenbedrijven, voor elke vloer die zij wilden maken met een dergelijk product, een ontheffing moeten aanvragen bij het ministerie! Daarbij zou moeten worden aangegeven dat dit vanwege bijvoorbeeld technische redenen moest en de vervangingsplicht geen oplossing bood. De Inspectie SZW en het ministerie hadden destijds vooral aandacht had voor de verven en lakken (OPS), waardoor het (P)MMA-probleem ergens op een plank bleef liggen. In de praktijk werden er zonder aanvraag vloeren met (P)MMA’s gemaakt en had niemand een probleem.

Stilleggingen

In 2009 meldden echter ineens het ministerie én de inspectie van SZW zich, omdat er een aantal werken waren stilgelegd. Zij hadden het inmiddels stoffige dossier blijkbaar gevonden en signaleerden dat het probleem volgens hen nog niet was opgelost. Enige verbazing van onze zijde was daarbij niet vreemd. Ministerie en inspecteurs hielden echter ineens vol dat (P)MMA’s nu eenmaal onder de Nederlandse VOS-regelgeving en de vervangingsplicht vallen en zodoende mocht dit product in binnen situaties niet zomaar gebruikt worden.

Niet aanvaardbaar

Partijen gingen daarom rond de tafel zitten om te bezien hoe dit kon worden opgelost. Zowel brancheorganisatie, verwerkers als fabrikanten gaven namelijk aan dat er bij het verwerken van (P)MMA’s in de praktijk geen problemen op het gebied van VOS ontstaan. Maar ministerie en inspectie bekeken het puur theoretisch en hielden vast aan het regeltje dat in het besluit stond opgenomen: (P)MMA’s vallen onder het VOS-besluit en de vervangingsplicht. Het staat nu eenmaal op de lijst en dus mag het niet. Er was duidelijk een verschil van inzicht, maar gelukkig wilden alle partijen een pragmatische aanpak. NOA had feitelijk bezwaar aan kunnen tekenen tegen het besluit tot het verbod op het gebruik van (P)MMA’s. Omdat dit vaak langdurige procedures zijn, kon de Inspectie SZW tussentijds gewoon blijven handhaven en moesten we het hopelijke positieve resultaat voor de sector al die tijd afwachten. Bovendien zouden bedrijven daardoor regelmatig geconfronteerd worden met het stilleggen van werk, waardoor flinke schade zou worden geleden. Dit was (en is!) voor NOA niet aanvaardbaar. 

Veel heen en weer gepraat

Na veel overleg, onderzoek door het COT (in opdracht van SZW) en nog meer heen en weer gepraat, werd vervolgens de afspraak gemaakt zoals deze vandaag de dag nog steeds bestaat: met ingang van 24 september 2010 is de wetgeving verruimd, waardoor kunststofvloeren met gebruik van (P)MMA’s zonder vergunning kunnen worden vervaardigd. Bedrijven die (P)MMA’s onder bepaalde voorwaarden willen gebruiken, hoeven dus geen ingewikkelde ontheffingsprocedure te doorlopen. 

De ontheffing op het VOS-besluit werd verstrekt tot 1 augustus 2015. Vanaf die datum zou het feitelijk weer verboden worden om (P)MMA’s te gebruiken, omdat men er vanuit ging dat de stand der techniek dan dusdanig was, dat er een goed vervangend product zou bestaan dat niet onder het VOS-besluit valt. Op die manier zou men per 1 augustus 2015 alsnog aan de vervangingsplicht kunnen voldoen. Deze datum was door het ministerie van SZW min of meer arbitrair vastgesteld om de druk op fabrikanten hoog te houden. Zij zouden daadwerkelijk vervangende producten moeten kunnen leveren.  

Onderzoek

In 2013 startte NOA in overleg met leveranciers en verwerkers een onderzoek om een eenduidige werkmethode te ontwikkelen. Deze werkmethode werd gebaseerd op de praktijk en de veiligheidsvoorschriften van de Europese regelgeving in het kader van REACH, een systeem om veilig en gezond te werken. Om aan te tonen dat de werkmethode veilig was (en is), werden metingen in de praktijk uitgevoerd. Gezamenlijk wilden we hiermee het ministerie van SZW overtuigen dat (P)MMA’s geen gevaar voor de gezondheid opleveren en er dus ook na 1 augustus 2015 geen verbod op verwerking gerechtvaardigd was. Het onderzoek leverde echter geen eenduidig beeld op. In een aantal gevallen bleek er - bij bepaalde handelingen - vooral kortstondig een forse overschrijding van de gezondheidskundige norm te zijn. Tevens bleek er onderscheid in wat REACH beoogde en wat er in de praktijk gebeurt en mogelijk is. We kwamen daarom niet tot een eenduidige werkwijze. 

Nieuw overleg 

Het onderzoek leverde niet meteen de oplossing voor het probleem. Opnieuw was er veelvuldig overleg met de Inspectie SZW, leveranciers, producenten en verwerkers. Tussendoor werden er een aantal mogelijke alternatieven op de markt gebracht. Dat bracht natuurlijk discussie op gang: “Zijn dit goede alternatieven?” Veel van deze producten zijn op epoxybasis of PU-basis gemaakt. Daar zitten ook weer allerlei negatieve gezondheidsaspecten aan. Wij stelden ons daarom standvastig op het uitgangspunt dat het ene “kwaad” niet met het andere “kwaad” moet worden uitgewisseld. Een oplossing moet een échte oplossing zijn. 

Ook producenten erkenden dit standpunt. Daarom kon de afspraak worden gemaakt dat fabrikanten een matrix zouden ontwikkelen met de verschillende situaties waarin (P)MMA’s worden gebruikt. Daarbij zou elke fabrikant aangeven op welke termijn zij dachten een alternatief product te kunnen bieden. Nadat deze matrix gemaakt was, werd snel duidelijk dat de industrie nog minstens vijf jaar nodig had om echt goede alternatieven te ontwikkelen. Daarbij werd al aangegeven dat deze vooralsnog zullen bestaan uit epoxy’s of PU-gerelateerde producten met de daarbij behorende mogelijke gezondheidsschade.

Afspraken

Nadat Inspectie SZW de matrix had ontvangen en NOA (ondersteund door informatie van de producenten) nog eens duidelijk aangaf dat in de Europese regelgeving (P)MMA’s nadrukkelijk worden uitgezonderd van VOS. Ook in de Nederlandse regelgeving zouden (P)MMA’s dus permanent uitgezonderd moeten worden. Maar na intern overleg bij het ministerie bleek dat een permanente uitzondering vanwege de politieke verhoudingen in onder andere de Tweede Kamer op dit moment geen haalbare kaart is. Zou dit aan de orde worden gesteld, dan zou dit mogelijk meer problemen dan een oplossing bieden.  

Ontheffing verlengd

Een tijdelijke oplossing bleek wel te kunnen. Daarom zijn de volgende afspraken gemaakt:

  1. De ontheffing op het verbod op gebruik van (P)MMA’s in binnen situaties is verlengd tot 1 september 2020;
  2. De sector ontwikkelt in overleg met producenten, leveranciers, verwerkers en stichting Arbouw uiterlijk 1 november a.s. één of meer veilige werkwijzen om te werken met (P)MMA’s en neemt deze daarna op in de Arbocatalogus Afbouw;
  3. Producenten en leveranciers gaan de komende vijf jaar door met het ontwikkelen van bruikbare alternatieven. 

Hoewel producenten verder gaan met het ontwikkelen van mogelijke alternatieven blijft NOA zich ook komende jaren inspannen om een definitieve ontheffing te krijgen.

Inloggen


Lid worden?

Personen actief in de Nederlandse afbouw krijgen veel voordelen als lid van NOA.


Lees de voordelen en word lid