NOA Menu

NOA Kenniscentrum

Objectieve beoordelingsmethode voor kunststofvloeren

door: Erica van Aken
| Praktijk Verkoop

Objectieve beoordelingsmethode voor kunststofvloeren

Er is een nieuwe richtlijn ontwikkeld om kunsthars gebonden gietvloeren te kunnen classificeren én beoordelen op basis van objectieve criteria. Onno de Vries, technisch adviseur bij het Technisch Bureau Afbouw en vloerenexpert, legt uit hoe bedrijven de nieuwe CUR-aanbeveling kunnen gebruiken. “De richtlijn kan discussies over esthetische aspecten voorkomen!”

Kunsthars gebonden gietvloeren worden op veel manieren toegepast. Vooral particulieren zijn ‘er dol op’, maar hebben geen technische kennis en weten eigenlijk ook niet wat er wel en niet van zo’n kunststofvloer verwacht mag worden. Dat leidt in de praktijk regelmatig tot discussie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. “Want er kan wel luchtig worden gedaan over het leggen van een vloertje, om een goede kunsthars gebonden vloer te gieten is echt expertise nodig”, vindt Onno de Vries, sr. technisch adviseur (dek)vloeren, vloerafwerkingen en terrazzo bij Bedrijfschap Afbouw/Technisch Bureau Afbouw. Hij ziet “dat er in de praktijk appels en peren worden aangeboden onder dezelfde noemer ‘kunststofvloer’. Daarbij is het voor de opdrachtgever onduidelijk wat hij/zij nu eigenlijk koopt: een prachtig fris appeltje, of een bobbelige, uitgezakte peer. De particulier heeft niet het verschil tussen een gietvloer van 1mm of 3mm dikte in de gaten. Iedereen kijkt bovendien met eigen ogen naar een vloer. Dan kunnen de meningen daarover verschillen en dan hebben we het nog niet eens over smaak. Omdat nergens beschreven stond waar objectief op gelet en getoetst kan worden, waren stevige discussies bijna een logisch gevolg. Het bleef ook niet bij meningsverschillen...”

Daarom zijn producenten, verwerkers en expertisebureaus gezamenlijk om tafel gaan zitten om objectieve normen vast te leggen. Dit heeft geleid tot een officieel SBR-kennispaper K653.14, waarin vier standaard kunststof gietvloeren geclassificeerd zijn. Daarbij staat aangegeven welke onvolkomenheden in een vloer kunnen ontstaan en per klasse mogen voorkomen. 

Voordelen nieuwe richtlijn

“Het is voor alle partijen heel prettig dat er nu een uniforme beoordelingsmethode is”, meent Onno. “Voor de klant is nu duidelijk wat hij/zij mag verwachten, omdat ook zichtbaar is gemaakt welke onvolkomenheden er bij een vloer kunnen voorkomen en in welke mate dat bij een bepaalde overeengekomen klasse is toegestaan. Voor de opdrachtnemer is de richtlijn een prettig handvat om duidelijke afspraken te maken en de klant te vertellen wat hij levert voor een bepaalde prijs. Mocht er dan alsnog een meningsverschil ontstaan, dan kan aan de hand van de richtlijn worden beoordeeld of hetgeen is geleverd ook volgens de afgesproken norm is. Nu is helder hoe je moet beoordelen en langs welke liniaal je kunt meten. Hierdoor kunnen ook deskundigen niet meer alle kanten op oordelen.”

Inhoud richtlijn

De SBR-kennispaper is een uitgebreide richtlijn, waarin opgesomd staat welke aspecten opdrachtgever en opdrachtnemer samen moeten afspreken, welke standaardklassen zijn bepaald - van klasse A met zeer hoge esthetische eisen (voor bij voorbeeld hoogwaardige woningbouw) tot klasse D met beperkte eisen (voor bij voorbeeld industrie) - en op welke aspecten allemaal kan worden beoordeeld. Van pinholes, visogen, spaanslagen en verontreinigingen, tot adervorming, scheuren en vlekken; alles staat erin. “Voor vloerenbedrijven is het heel praktisch dat er nu in een objectief document staat omschreven wat er allemaal mis kan gaan”, stelt De Vries. “Daarmee is het voor klanten geen vanzelfsprekendheid meer dat ze hoe dan ook een kwalitatief hoogwaardige vloer krijgen. Dat dit wel kan, maar dat daar een ander prijskaartje aan hangt.”

Waar u op moet letten

Het is nu aan de sector om de nieuwe richtlijn goed te gebruiken. Onno de Vries somt kort en krachtig op waar bedrijven aan moeten denken: 

  • “In de offerte moet duidelijk beschreven worden wat het bedrijf zegt te leveren en wat de klant dus mag verwachten. In 3.2.2 en 3.2.3 van de richtlijn staan alle aspecten genoemd. De richtlijn kan daardoor ook prima leidraad zijn bij een verkoopgesprek. 
  • Ik adviseer om de volledige richtlijn als bijlage bij de offerte te voegen. Wordt de offerte gemaild, dan kan een pdf worden meegezonden. 
  • Bedrijven die alleen maar kunststof vloeren maken, moeten de richtlijn geen onderdeel van hun leveringsvoorwaarden maken. Zakelijke opdrachtgevers wijzen de voorwaarden van de onderaannemer nog wel eens van de hand en dat zou betekenen dat ook deze richtlijn niet meer aan de orde is. Maak hem als apart document deel van de overeenkomst.
  • Vermeld de richtlijn en benoem een klasse in de offerte; dat is wel zo duidelijk.
  • Maak ook een vermelding in de offerte of opdracht waar opdrachtgevers de richtlijn op internet terug kunnen vinden. Dat kan bij NOA, maar bedrijven kunnen de richtlijn ook zelf op hun website vermelden, of verwijzen naar de website van SBR-CURnet. Bij de ontwikkeling van de richtlijn is namelijk afgesproken dat de kennispaper door een ieder gratis te verstrekken moet zijn en dat deze vrij is van copyright.” 

Kritische blik wel zo verstandig

“Overigens doen bedrijven er verstandig aan, om zelf kritisch na te gaan of eerder door hen geleverde vloeren aan de nieuwe richtlijn voldoen”, vervolgd Onno. “Vanaf nu snij je jezelf in de vingers als je niet precies levert wat je belooft. Door deze nieuwe richtlijn kunnen ondernemers ook niet meer volstaan met het offreren van ‘een vloer’. Dat moet duidelijk gespecificeerd worden en daarom kun je beter nu met de richtlijn in de hand je uitgevoerde werk ook zelf testen. Blijk je eigenlijk nooit klasse A te maken, dan moet je die ook vooral niet offreren. Dan moet je eerst aan de slag om je kwaliteitsniveau te upgraden. Betrek medewerkers erbij! Dankzij de nieuwe richtlijn kunnen vloeren nu in vier standaardklassen worden ingedeeld. Maak daar gebruik van. De nieuwe richtlijn is een mooi instrument om een kwaliteitsslag te maken! Zitten er bijvoorbeeld wel eens haren in je vloer? Denk er dan over na om een haarnetje te dragen. In de norm is ook het aantal toegestane menselijke haren per klasse vastgelegd.”   

Esthetische standaardklassen

Alle mogelijke onregelmatigheden, verontreinigingen, scheuren, aders en tintverschillen staan dus in de standaardklassen omschreven. Sommige mogen niet voorkomen en andere onvolkomenheden in geringe mate. Bij klasse A zijn de eisen het zwaarste en die worden steeds iets soepeler bij klasse B, C en D. Voor enkele aspecten geldt een basiseis. Die is voor alle klassen gelijk: dat geldt bijvoorbeeld voor scheuren en adervorming. 

Handig om te weten

Onno de Vries is er van overtuigd dat “met deze nieuwe richtlijn door producenten, verwerkers en expertisebureaus tezamen veel onduidelijkheid rondom esthetische kwaliteit van kunsthars gebonden gietvloeren is weggenomen. Ook voor andere vloerafwerkingen moet dat kunnen. Dus zijn we nu aan de slag gegaan om nóg drie nieuwe richtlijnen te ontwikkelen: voor esthetische eisen aan coatings, troffelvloeren en siergrindvloeren.” Er is nog geen publiciteitsdatum bekend, maar dit jaar moet mogelijk zijn. 2014 wordt daarom voor de gehele vloerensector een belangrijk jaar om kwaliteitsslagen te maken!

Inloggen


Lid worden?

Personen actief in de Nederlandse afbouw krijgen veel voordelen als lid van NOA.


Lees de voordelen en word lid