NOA Menu

NOA Kenniscentrum

Inzet AFNL-NOA in pensioendiscussie

door: Frank Rohof
| Management

Pensioen (2)

De politiek en sociale partners in de Sociaal Economische Raad praten al heel lang over aanpassingen in het pensioenstelsel. De wijzigingen zijn noodzakelijk om pensioentoezeggingen ook in de toekomst te kunnen garanderen. Dat lijkt vreemd omdat het vermogen van de gezamenlijke pensioenfondsen in de afgelopen jaren tot € 1300 miljard euro is gegroeid. Toch komen er steeds meer ouderen die langer leven en minder werkenden die pensioenpremies opbrengen. 

Door de lage rente zijn pensioenen in de afgelopen jaren niet of nauwelijks geïndexeerd. Pensioentoezeggingen zijn versoberd terwijl de premies zijn verhoogd of gelijk gebleven. Als gevolg van deze verslechteringen is het draagvlak voor pensioenen bij veel mensen verminderd. AFNL-NOA heeft een eigen pensioenpamflet opgesteld met tien duidelijke wensen die we bij politiek en SER hebben neergelegd. Hoe zien AFNL en NOA het toekomstig pensioenstelsel in Nederland?

1. Behoud AOW als bestaansminimum

AFNL en NOA menen dat de AOW moet worden behouden als volksverzekering voor alle ingezetenen die in Nederland wonen. De AOW is het basispensioen. Wij zijn geen voorstander van het invoeren van een vermogenstoets, omdat dit leidt tot inkomenspolitiek over de rug van gepensioneerden. Doordat ons land als gevolg van vergrijzing steeds minder werkenden en meer gepensioneerden krijgt, is een verbetering van de huidige AOW onbetaalbaar en niet realistisch.

2. Verplichtstellingsbeschikking noodzakelijk voor voldoende levensstandaard

De AOW vormt een basispensioen voor alle ingezetenen in Nederland. Nederland kent in de zogenaamde tweede pijler ook een verplichtstellingbeschikking. Werknemers die onder de verplichtstellingsbeschikking vallen moeten dan verplicht deelnemen aan de pensioenregeling van bedrijfspensioenfonds of verzekeraar. In de bouwnijverheid kennen we de verplichtstellingsbeschikking waaronder ook AFNL en NOA vallen. AFNL en NOA zijn een voorstander van de verplichtstellingsbeschikking. Ervaring leert dat de huidige manier van pensioenopbouw bijdraagt aan een betere levensstandaard op de oude dag. Ook vinden wij dat zelfstandige ondernemers, die dat willen, gebruik moeten kunnen maken van de pensioenregeling. Dat geldt zeker als men werknemer is geweest en vervolgens de carrière voortzet als ondernemer. Zeker in die gevallen is er geen sprake van de krenten uit de pap pikken. Voor onze bedrijfstak worden ondernemers die dat wensen wel in de gelegenheid gesteld pensioen op te bouwen.

3. Eerder pensioen voor werknemers in zware beroepen en meer dan 45 dienstjaren

Wetenschappelijk onderzoek heeft uit gewezen dat werknemers in de afbouw drie jaar korter leven dan het landelijk gemiddelde. Bovendien starten de werknemers in de afbouw 2,5 jaar eerder met werken dan het landelijk gemiddelde. Toch kent onze bedrijfstak door het fysiek zware werk een uitval wegens arbeidsongeschiktheid die twee keer zo hoog ligt dan wat in gebruikelijk in Nederland gebruikelijk is. Wij vinden dat ook werkenden in de afbouw gezond de pensioengerechtigde leeftijd moeten kunnen halen. Het steeds verder verhogen van de pensioengerechtigde leeftijd is voor onze bedrijfstak onverantwoord. Werknemers in de afbouw met meer dan 45 jaar werkervaring moeten eerder met pensioen kunnen.

4. Geen keuze pensioenuitvoerders in de tweede pijler

Het klinkt leuk dat werkenden hun eigen pensioenuitvoerder mogen kiezen. Iedereen wil graag aangesloten zijn bij het pensioenfonds met de hoogste dekkingsgraad. Pensioen is echter een complex product. Pensioenregelingen kennen solidariteitselementen zoals wat te doen met arbeidsongeschiktheid en het risico van lang leven. Als dergelijke elementen buiten beschouwing worden gelaten, zal dat leiden tot hogere uitvoeringskosten en dus lagere pensioenen. Dat achten AFNL-NOA ongewenst.

5. Fiscale facilitering

Enkele jaren geleden heeft de overheid bepaald dat mensen met een salaris boven thans € 105.075 niet meer fiscaal vriendelijk (premie is aftrekbaar en uitkering is belast) pensioen kunnen opbouwen. Het pleidooi om dat bedrag verder te verlagen achten AFNL-NOA niet wenselijk. Ook mensen met een middeninkomen en een inkomen daarboven moeten in staat zijn om fiscaal vriendelijk een pensioen te kunnen opbouwen.

6. Solidariteitsaspecten moeten gehandhaafd worden

Een pensioenregeling kent veel terreinen solidariteitsaspecten. AFNL-NOA vindt het sociaal dat mensen worden beschermd tegen risico’s die moeilijk te verzekeren zijn. Denk bijvoorbeeld aan het risico dat een werknemer arbeidsongeschikt wordt en geen inkomen en dus geen pensioenopbouw meer heeft. Veel pensioenregelingen kennen dan vormen van premievrije opbouw. Ook bestaat een risico dat een gepensioneerde langer leeft dan gemiddeld. Dan moet het fonds tot het overlijden van de gepensioneerde pensioen uit betalen. AFNL-NOA vindt dergelijke solidariteitsaspecten goed. Ook het voornemen van het kabinet om de doorsneepremie af te schaffen (iedereen betaalt dezelfde premie, maar niet iedereen bouwt hetzelfde pensioen/kapitaal op waardoor jongeren te veel betalen en ouderen te weinig) snappen we. Probleem is echter wel dat de oudere van nu in het verleden als jongere ook teveel betaald heeft. Daarvoor moet de oudere werknemer dan wel gecompenseerd worden.

7. Keuzemogelijkheden en eigendomsrechten

Er is veel discussie over zogenaamde eigendomsrechten. Iedereen zou een individueel potje moeten krijgen. Ook zijn er pleidooien dat pensioenvermogens moeten kunnen worden aangewend voor bijvoorbeeld aflossing van hypotheekschuld. Dat klinkt mooi, maar een pensioen wordt opgebouwd voor de oude dag en niet voor aflossing van de hypotheek waardoor het pensioen lager wordt. Vaak wordt vergeten dat de beleggingsopbrengst van het collectief beleggen voor 2/3 deel bijdraagt aan het benodigde kapitaal voor de pensioenuitkering. Het is niet gewenst dat individuele potjes de opbrengst van beleggingen gaan doorkruisen. Keuze elementen zoals een hogere uitkering in het begin en een lagere uitkering na verloop van enkele jaren, een hoger ouderdomspensioen in plaats van partnerpensioen worden door ons wel ondersteund.

8. Europa; handen af van ons pensioen

Nederland heeft een uniek pensioenstelsel. De Brusselse bureaucratie bedenken steeds weer plannetjes waarvan onze pensioenfondsen last kunnen krijgen. AFNL-NOA zijn helder en duidelijk: Brusse,l handen af van ons pensioen!

9. Aandacht voor indexatieachterstand

Door de Europese crisis en een samenstel van regels hebben fondsen de pensioenen in de afgelopen jaren niet kunnen indexeren. Dat komt de geloofwaardigheid van ons pensioenstelsel niet ten goede. Wij vinden dat de regels in het zogenaamde nFTK (nieuw Financieel Toetsingskader) eens kritisch tegen het licht moeten worden gehouden.

10. Zijn bpfBOUW en andere fondsen nog ten dienste van en voor de bedrijfstakken?

Vroeger bepaalden werkgevers en werknemers het beleid in het pensioenfonds. Mede door eisen van de Nederlandse bank ten aanzien van deskundigheid zijn het steeds meer deskundigen die de dienst bepalen en staan organisaties van werkgevers en werknemers steeds meer op afstand. Het zijn echter wel werkgevers en werknemers die de premie betalen. Veel erger is nog dat het er op lijkt dat het pensioenfonds bpfBOUW, maar ook de uitvoeringsorganisatie APG steeds verder op afstand van de bedrijfstakken komt te staan. We merken weinig van het zogenaamde stakeholderbeleid die de afstand moet overbruggen. Dat is jammer en moet veranderen. BpfBOUW is een fantastisch fonds met een geweldige dekkingsgraad. Er wordt degelijk beleid gevoerd! Het bestuur en uitvoeringsorganisatie doen zichzelf te kort door dat niet te communiceren.

Inloggen


Lid worden?

Personen actief in de Nederlandse afbouw krijgen veel voordelen als lid van NOA.


Lees de voordelen en word lid