NOA Menu

NOA Kenniscentrum

Hoger beroep, hoe gaat dat?

door: Ingeborg van Leusden
| Werkvoorbereiding Praktijk

Een gewaarschuwd mens...

Het is al weer anderhalf jaar geleden dat ik u vertelde over een NOA-lid dat door de rechtbank in het gelijk was gesteld, vanwege gebreken in de door hem gemaakte cementdekvloeren. De jubelstemming veranderde echter, toen de wederpartij van dat vonnis in hoger beroep ging. Aan de onzekerheid over de positie van het NOA-lid kwam dus nog geen einde. Hoe gaat dan eigenlijk een hoger beroep, hoor ik u denken. Nou, laat ik u daar eens in meenemen!

Als er een vonnis wordt gewezen, wordt deze meestal uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dit betekent dat aan het vonnis voldaan moet worden, ook al is hoger beroep ingesteld. Wel is het zo dat als in hoger beroep een andere uitkomst is en er is schade vanwege het uitwinnen van het vonnis, dat de partij die verliest in hoger beroep daarvoor aansprakelijk is. Het blijft dus wel een risico. In dit geval was er een depot gesteld door de wederpartij. Een pot met geld bij één van de advocaten, zodat het NOA-lid wist dat er betaald kon worden als de wederpartij door de rechter zou worden veroordeeld. Partijen spraken af dat gedurende het hoger beroep het depot zou blijven bestaan.

Hoger beroep

Dat was dus anderhalf jaar geleden. De wederpartij ging in hoger beroep en heeft de zogenoemde grieven tegen het vonnis op schrift gesteld. Daarop heb ik namens het NOA-lid geantwoord. In dit hoger beroep ging het met name om de vraag welke kwaliteit dekvloer het NOA-lid had moeten maken. De wederpartij had daarover met zijn opdrachtgever veel specifiekere afspraken gemaakt in het bestek dan dat met het NOA-lid was overeengekomen. Dat bestek kende het NOA-lid ook helemaal niet. Om de stellingen van de wederpartij kracht bij te zetten, werd veelvuldig gebruik gemaakt van deskundigen die elkaar becommentarieerden en de standpunten van partijen uitlichtten. Het was dus ook nog best spannend of de hogere rechter het oordeel van de rechtbank in stand zou laten. 

Niets te verwijten

Het Gerechtshof oordeelde gelukkig net als de rechtbank, dat de onderaannemer niets te verwijten viel. Het werk van het NOA-lid vertoonde gebreken, omdat de vloeren niet sterk genoeg waren voor de krachten die erop werden uitgeoefend, maar dat hoefde het NOA-lid niet te weten. Dat de hoofdopdrachtgever dat wel wist en dus specifieke eisen had voorgeschreven aan de aannemer ten aanzien van druksterkte en hechtsterkte en de aannemer daar niets mee heeft gedaan, blijft voor rekening en risico van de aannemer. Aldus anderhalf jaar na het vonnis van de rechtbank, stelt het Gerechtshof het NOA-lid in het gelijk. Hoogstwaarschijnlijk zal de wederpartij zich bij deze uitspraak neerleggen en zal het NOA-lid deze zaak eindelijk kunnen sluiten.

Cassatie

Er is nog één ultieme mogelijkheid voor de wederpartij, dat is cassatie bij de Hoge Raad. De Hoge Raad kijkt enkel of het recht op de juiste wijze is toegepast en of de rechter de uitspraak voldoende heeft gemotiveerd. De feiten en omstandigheden staan dus vast. Een speciale cassatieadvocaat kan worden ingeschakeld om te bezien of een zaak geschikt is voor cassatie en wat de kansen daarin zijn. In deze zaak zijn er geen aanwijzingen dat de wederpartij die mogelijkheid zal onderzoeken.

Column Ingeborg van Leusden, Afbouwzaken 5-2017

Inloggen


Lid worden?

Personen actief in de Nederlandse afbouw krijgen veel voordelen als lid van NOA.


Lees de voordelen en word lid