NOA Menu

NOA Kenniscentrum

“Het is niet ons geld. Het is van de deelnemers”

door: Armand Landman
| Management

Bpf BOUW

Werkgevers en werknemers staan regelmatig tegenover elkaar. Binnen het bestuur van pensioenfonds bpfBOUW is dat juist niet zo. Daar trekken ze gezamenlijk op met maar één doel: een zo goed mogelijk pensioen voor alle deelnemers. Twee dames passen binnen het bestuur op het appeltje voor de dorst van de bouw: Regina Schoutsen namens NOA en Mieke van Veldhuizen namens werknemers. Hoe gaat dat in zijn werk?

Tijdens cao-onderhandelingen zitten werkgevers en werknemers vaak tegenover elkaar. Werkt zoiets door binnen het bestuur van bpfBOUW? 

Van Veldhuizen: “Daar merk je niet veel van. Er is binnen het bestuur altijd al goed gekeken naar waar we voor zitten. Namelijk voor een zo goed mogelijk pensioen voor álle deelnemers. Werknemers omdat ze meebetalen, werkgevers omdat ze flink bijdragen en pensioengerechtigden omdat onze beslissingen hen direct raken. BpfBOUW kan zijn belangrijkste functie veel beter vervullen als de dragende organisaties daar een belangrijke rol in vervullen.”

Schoutsen: “Daar komt bij dat het onderscheid tussen waarover bpfBOUW gaat en waarover de cao-partijen gaan veel nadrukkelijker is vastgesteld. De cao-partijen verstrekken ons - bpfBOUW - een opdracht. Die aanvaarden wij en moeten wij vervolgens zo goed mogelijk uitvoeren. We zitten dus veel meer in een klant-leveranciersverhouding. Vandaar dat we het ook nooit over de regelingen hebben in het bestuur, maar over of we de gestelde opdracht evenwichtig kunnen uitvoeren. Dat is tegenwoordig heel belangrijk: het evenwichtig afwegen van de verschillende belangen. 

Van Veldhuizen: “Dat wil dus zeggen dat we pensioengerechtigden niet kunnen bevoordelen ten opzichte van de actieve deelnemers of andersom. Dat moeten we continu afwegen.” 

Schoutsen: “We zien bijvoorbeeld dat UTA-personeel gemiddeld langer leeft dan werknemers met een zwaar beroep. Toch betalen ze allemaal dezelfde premie. Is dat wel evenwichtig? Daar moeten wij een oordeel over geven. Arbeidsongeschiktheid zit ook in de doorsneepremie verrekend en dat compenseert het voorgaande wellicht. Maar het is aan ons om aan te tonen dat dat evenwichtig is. 

Schoutsen: “En dat we dat tegen elkaar hebben afgewogen en dat het inzichtelijk is hoe we tot ons oordeel zijn gekomen. Het mag geen black-box zijn.” 

BpfBOUW is qua omvang het vierde grote pensioenfonds van Nederland. De laatste paar jaar presteert het opvallend beter dan de anderen. Hoe kan dat?

Van Veldhuizen: “Daar zijn we natuurlijk trots op. Maar we hebben ook jarenlang - net als andere fondsen - niet kunnen indexeren. En dat komt hard binnen. Vooral bij mensen die al met pensioen zijn. Wij hebben de ambitie om onze deelnemers een geïndexeerd pensioen te bieden. Dat is erg belangrijk. Want een groot gedeelte van onze achterban zijn de mensen met de handjes. Die hebben vaak een niet al te riant ouderdomspensioen. We zijn er dus trots op dat we dit jaar weer een heel klein beetje - veel te weinig - hebben kunnen indexeren. Dat is gelukkig een signaal dat het weer wat beter lijkt te gaan. En hoe dat komt? Ik denk vooral - en dan kijk ik naar Regina - omdat we al die jaren een voorzichtig beleid gevoerd hebben.” 

Schoutsen: “Het ligt aan vele facetten. Maar het begint toch bij het evenwichtige. Dat klinkt in alles door. Ik wil me niet op de borst kloppen, maar in 1992 riep ik al dat de premie niet omlaag kon omdat er buffers opgebouwd moesten worden. Want als je risico’ wil lopen - en dat wil je als je geld belegt - dan moet je tegenvallers kunnen opvangen. Dat wat je binnenkrijgt moet voldoende zijn om te kunnen doen wat je belooft. Daar wordt bij andere fondsen wel eens anders tegenaan gekeken. Wij zijn - in tegenstelling tot andere fondsen - gelukkig nooit onder de 100 procent dekkingsgraad gekomen. Het is namelijk verdomd moeilijk om dat weer in te lopen. Dat is ons bespaard gebleven. Wij hebben altijd willen voorkomen dat er gekort zou worden. Die afweging maakt dat we evenwichtig met zowel de premies als met de beleggingen zijn omgegaan.” 

Van Veldhuizen: “Onze beleggingen in echt, reëel Nederlands vastgoed en dan met name de vrije huursector, hebben goed gerendeerd.”

Schoutsen: “Zelfs toen het best slecht ging was dat onze buffer.” 

Wie bepaalt waarin wordt belegd?

Schoutsen: “Dat doet het bestuur. Wij dus. Maar er is ook onze uitvoeringsinstantie APG met heel veel expertise. En we werken met commissies waarin mensen met bepaalde kennis zitten. In onze commissie Vermogensbeheer zit heel veel kennis.” 

Schoutsen: “En, heel belangrijk, het risico dat we als fonds mogen lopen is aan de cao-partijen. Dat wordt uitgedrukt in de kans op korting die geaccepteerd wordt en hoe groot die korting dan mag zijn en in welk pensioenresultaat er behaald moet worden. Dat moet zo hoog mogelijk zijn. Aan die knoppen wordt gedraaid door de cao-partijen en die geven ons dan een kader mee waarmee wij aan de slag gaan. 

En zijn er dan nog voorwaarden aan het soort beleggingen? Moeten die bijvoorbeeld groen zijn of mag er niet belegd worden in wapen- of tabaksindustrie? 

Van Veldhuizen: “Dat wordt steeds belangrijker. We kijken constant naar hoe duurzaam de bedrijven zijn waarin we beleggen. En ja, de discussie over beleggen in de tabaksindustrie is nog niet beslecht, maar wordt wel degelijk gevoerd. Willen we dat als bpfBouw blijven doen?” 

Schoutsen: “Dat lijkt simpel, maar het is verrotte moeilijk. Zeker bij de koffietafel kun je denken ‘ach, hoe simpel kan het zijn? Gewoon daar en daar niet meer in beleggen. Punt’. Maar je moet ook bedenken wat de consequentie is. Maken we welbewust de keuze om niet meer in een bepaalde industrie te beleggen met als resultaat dat we een lager rendement halen? Dan kan dat leiden tot een hogere premie of een lager pensioen. Als je het mensen rechtstreeks vraagt kiezen ze toch liever voor een hoger rendement. En als je stopt met beleggen in tabak wat doe je dan met bedrijven die tabak verkopen, zoals supermarkten?” 

Van Veldhuizen: “Maar het staat hoog op de agenda. Zo heeft Bouwinvest, waarmee we in vastgoed beleggen, de verduurzaming van de gebouwde omgeving heel hoog in het vaandel staan. Het staat prominent op de agenda, maar het is niet makkelijk.”  

Ander onderwerp: eerder stoppen met werken voor zware beroepen. Hoe kijken jullie daar tegenaan?

Van Veldhuizen: “Wij zijn daar niet zelf een speler in. Het is het domein van de sociale partners. Wij voeren een opdracht, een regeling, uit. Wij vullen aan op AOW. Wij weten echter dat veel van onze deelnemers in een zwaar beroep werken en dus vinden we het belangrijk dat er in de politiek oplossingen voor gezocht worden. Dat kunnen wij niet zelf.” 

Schoutsen: “Het raakt het fonds niet direct, want iemand die eerder stopt met werken, zal zijn opgebouwde pensioen over langere tijd moeten uitsmeren. We willen natuurlijk wel meedenken, cijfers aanleveren. Op dit moment maken veel van onze leden nog gebruik van aanvullingsregelingen, dus we kunnen een eventuele uitval wegens langer doorwerken niet in onze cijfers terugvinden.” 

Schoutsen: “We kunnen wel zien dat bouwvakkers eerder doodgaan dan mensen met minder zware beroepen. De politiek schuift dit nu al jaren als een hete aardappel voor zich uit. En wie is daar de dupe van? Mensen met zware beroepen. Op het moment dat de overgangsregeling wegvalt dan krijg je een groot probleem. Want wie zijn die mensen met een zwaar beroep? Juist, mensen die het minst verdienen. En die hebben geen potje om eerder te stoppen. Terwijl ik het mijn bouwvakker en stukadoor het het meeste gun om eerder te stoppen. Want die werken al langer dan hoger opgeleiden. Bedrijven houden die mensen ook echt niet tot hun 67ste in dienst. Omdat ze niet meer kunnen. Je creëert dus een enorme armoedeval. Die mensen kunnen niets vervroegen, omdat hun aanvullend pensioen al laag is. Die komen dan in de bijstand. En dan wordt hun aanvullend pensioen nog lager!” 

Schoutsen: “Je ziet de tweedeling groeien. Maar waarom dan ook geen tweedeling maken in de AOW? Een hogere AOW dus voor lager opgeleiden. Die gaan eerder dood, leven ongezonder. En de AOW is toch het belangrijkste onderdeel van hun pensioen. Andere maatregelen werken die tweedeling in de hand, waarom dan hier niet ook verschil maken tussen hoog en laag opgeleid?” 

Van Veldhuizen: “De onderkant betaalt steeds vaker de rekening. En zelfs wij, als redelijk renderend pensioenfonds, kunnen niet indexeren. Hoe graag we dat ook willen. Tref als politiek nu eens één keer een maatregel die deze groep ontziet. In plaats van ze weer onevenredig hard te raken. Je ziet: wij willen een zo goed mogelijk resultaat voor al onze deelnemers. Het is hun geld. Daar hebben ze misschien wel een loonsverhoging voor moeten laten schieten. Daar vechten we dus hard voor.”

Wat vinden jullie van het groeiend aantal zzp’ers dat geen pensioen opbouwt? 

Schoutsen: “Sinds 2008 is het aantal deelnemers binnen bpfBOUW aan de werknemerskant dramatisch gedaald. We zien nu een hele voorzichtige kanteling. Maar de mensen die we verloren zijn, krijgen we nooit meer terug. De arbeidsmarkt is totaal veranderd. Daarmee vermindert het draagvlak onder ons pensioenfonds. Dat is een zorg. Vandaar dat we om ons heen kijken om te zien of er samenwerking met andere fondsen mogelijk is. We zien ook een hele grote groep met een heel klein pensioen die niet meer deelnemen. Dat zijn waarschijnlijk allemaal zzp’ers. Gelukkig is er in de afbouw en in de natuursteen een pensioenverplichting. Maar in de rest van de bouw niet. We zijn daarom aan het onderzoeken hoe we die groep toch iets kunnen aanbieden. We denken dan dat het het beste zou zijn als zzp’ers allemaal, door heel Nederland in alle sectoren, onder een algemene pensioenplicht zouden vallen. Dan ben je van de onderlinge concurrentie af. Daar wordt wisselend over gedacht. Ik heb thuis ook een zzp’er die daar anders over denkt.”

Schoutsen: “Toch is het belangrijk om iets aan het level playing field te doen. Want waarom de één wel en de ander niet? Maar dat moet dan wel landelijk worden opgepakt. Ook is het toezicht miniem. Er is dus een hele grote groep zonder pensioen. Niet zo gek ook, want wie is er nu met zijn pensioen bezig?”

Van Veldhuizen: “Mensen zijn geen rationele denkende wezens. Dat blijkt uit alle onderzoeken. Mensen denken op korte termijn. Zzp’ers zijn niet anders.” 

Bovendien heeft een zzp’er geen werkgever die een deel van zijn pensioen betaald.

Van Veldhuizen: “Klopt. Zou het dan niet logisch zijn dat een bedrijf dat een zzp’er inhuurt een deel van de kosten in een pensioenfonds stort?”

Schoutsen: “Zoals in de uitzendbranche ook al gebeurt.”

Van Veldhuizen: “We hebben nog geen oplossing, maar het heeft zeker onze aandacht. Vanuit onze zorgplicht zijn we het verplicht om te bedenken wat we zouden moeten doen. En gelukkig zijn wij niet het enige fonds dat dat doet.” 

Schoutsen: “Maar we moeten ook de afweging maken of wij wel willen investeren in mensen die eigenlijk niet willen. Want al die kosten gaan wel ten koste van het rendement. En nogmaals, het is niet ons geld.”

Bpf BOUW Dekkingsgraad

Inloggen


Lid worden?

Personen actief in de Nederlandse afbouw krijgen veel voordelen als lid van NOA.


Lees de voordelen en word lid