NOA Menu

NOA Kenniscentrum

Herinvesteringsreserve

door: Gert van de Bovenkamp
| Administratie

Laat de termijn van herinvesteringsreserve niet verlopen

Een herinvesteringsreserve ontstaat op het moment dat u over gaat tot verkoop van een bedrijfsmiddel en waarbij de opbrengst hoger is dan de boekwaarde van dit bedrijfsmiddel.

Op dat moment ontstaat er boekwinst. U bent dan, onder voorwaarden, niet verplicht de gerealiseerde boekwinst direct af te rekenen met de Belastingdienst. U mag deze boekwinst reserveren als u het voornemen heeft om te gaan herinvesteren. Maar let op…

Heeft uw bedrijf in de afgelopen drie jaar een herinvesteringsreserve gevormd, zorg er dan voor dat u deze reserve op tijd gebruikt voor nieuwe investeringen. Doet u dat niet binnen drie jaar, dan vervalt dit bedrag ten gunste van het fiscale resultaat. U mag onder voorwaarden een herinvesteringsreserve vormen als u boekwinst behaalt bij de verkoop van bedrijfsmiddelen. Deze herinvesteringsreserve kunt u gebruiken voor de aankoop van een vervangend bedrijfsmiddel. Het vormen van deze reserve mag echter alleen als u een voornemen heeft om te herinvesteren. Uw onderneming krijgt door de vorming van een herinvesteringsreserve uitstel van belastingheffing over de behaalde boekwinst. Bij een BV moet de directie jaarlijks aan het einde van het boekjaar in een schriftelijk besluit vastleggen dat er een herinvesteringsvoornemen is. Het is van groot belang dat u het voornemen tot herinvesteren goed onderbouwt. Als deze onderbouwing niet aanwezig is, mag u geen reserve vormen en moet u de boekwinst tot de winst uit onderneming rekenen.

De Rechtbank in Breda heeft onlangs een uitspraak gedaan over een geschil tussen de Inspecteur en een BV die onroerend goed bezat. Bij verkoop van onroerend goed in 2005 werd boekwinst behaald. De BV vormde een herinvesteringsreserve maar de Inspecteur ging hiermee niet akkoord, omdat er geen voornemen tot herinvesteren aanwezig was. Volgens de BV was dit voornemen wel aanwezig en bleek dit ook uit het statutaire doel van de onderneming en de feitelijke werkzaamheden van de BV. De Rechtbank moest de aanwezigheid van het voornemen tot herinvesteren beoordelen. De Rechter gaf aan dat er al snel sprake kon zijn van een herinvesteringsvoornemen. Het was echter vereist dit voornemen kenbaar te maken. Het was niet voldoende om te verwijzen naar het statutaire doel, de jaarstukken, de aangifte vennootschapsbelasting en het deponeringsverslag. Een verwijzing naar de feitelijke werkzaamheden was onvoldoende. Volgens de Rechtbank was het voornemen om binnen drie jaar te investeren in een vervangend bedrijfsmiddel niet aannemelijk gemaakt door de BV. De Inspecteur kreeg dus gelijk en de BV moest de boekwinst tot de winst van het jaar 2005 rekenen.

Dus in geval van vorming van een herinvesteringsreserve dient een voornemen tot herinvestering aanwezig te zijn, die voorzien is van een goede onderbouwing. Deze regels zijn niet alleen vereist voor een BV, maar ook voor alle andere ondernemingsvormen!

Inloggen


Lid worden?

Personen actief in de Nederlandse afbouw krijgen veel voordelen als lid van NOA.


Lees de voordelen en word lid