NOA Menu

NOA Kenniscentrum

Door weer en wind

door: Armand Landman
| Techniek

Door Weer En Wind

Bewoners van een Haagse hoekwoning schakelden Technisch Bureau Afbouw (TBA) in om een advies te krijgen over schadeplekken op de binnenmuren van hun woning. Het vermoeden bestaat dat die veroorzaakt worden door scheurvorming aan de buitenzijde van de linkerzijgevel.    

De woning, gebouwd in het jaar 2000 heeft een buitengevel die is afgewerkt met een gevelisolatiesysteem met gepleisterde afwerking. Aan het oppervlak van dit systeem zijn schadeplekken ontstaan in de vorm van scheuren en poreuze delen. Binnen in de woning zijn de wanden op sommige plekken verkleurd, bladdert de verf van de muren en laat het stucwerk los. 

Verschillende mankementen

Senior technisch adviseur en mediator Ed van der Plas van TBA reist af naar Den Haag en constateert ter plaatse verschillende mankementen. Hij meet indicatief het vochtgehalte op de plekken op de binnenmuren waar schade voorkomt. Met name op de plekken die dicht bij de grond zitten meet hij een sterk verhoogd vochtgehalte. Op de andere plaatsen is de muur ook vochtig, maar niet van dien aard dat er watertransport in de constructie plaatsvindt. Van der Plas ontdekt bij sommige schadeplekken concentraties gekristalliseerd zout of kalkuitbloei. Het zichtbare betonoppervlak heeft bovendien een vrij open en ruwe structuur. De technisch adviseur maakt daarop nog opnamen met een warmtebeeldcamera, maar dat levert geen afwijkend temperatuurverloop op. 

Kopgevel

Daarop inspecteert Van der Plas de kopgevel aan de buitenkant. De sierpleister afwerking op deze gevel heeft een grofkorrelig uiterlijk en de oppervlaktetextuur is vrij onregelmatig met veel open plekken, ziet hij. Ook liggen de korrels in de sierpleister afwerking grotendeels bloot ten opzichte van de fijne vulstoflaag (gekleurde dispersie). Van der Plas ziet vooral in het middengedeelte van de gevel plaatselijk scheuren in verticale richting van soms wel 50 centimeter lang. Wat direct opvalt is dat de scheuren een regelmatig patroon lijken te volgen. Van der Plas: “Met hart-op-hart afstanden van 1 meter. Dat deed me vermoeden dat het euvel zich wel eens in de isolatielaag zou kunnen bevinden. Isolatieplaten hebben immers een afmeting van 50 bij 100 centimeter.” Van der Plas besluit een deel van het oppervlak nat te maken en ziet dat het water niet direct afparelt maar wel vrij snel door de sierpleister wordt opgezogen. De sierpleister blijkt sterk poreus en heeft een hoge capillaire werking. 

Warmtelek

Van der Plas pakt zijn warmtebeeldcamera er weer bij en ziet dat er aan de onderzijde van de gevelafwerking - op het raakvlak tussen opstaande bitumenslab en de onderzijde van het sokkelprofiel - een warmtelek in de gevelconstructie aanwezig is. Van de Plas: “Precies op de plek waar aan de binnenzijde van de wand een schadeplek aanwezig is.” Links naast het raamkozijn met aluminium waterslagprofiel en kopschotten toont de gevelafwerking in horizontale richting een flinke rechtlijnige scheur. Van der Plas weet dat dit type scheurvorming alleen voorkomt op de langsnaden tussen de isolatieplaten. “Hier was een langsnaad gelijk met de onderzijde van het waterslagprofiel aangehouden. Duidelijk een fout in de toepassing van isolatieplaten bij dit soort geveldetails. Bij uitwendige hoeken moet je immers altijd een hele plaat gebruiken die wordt uitgesneden in de vorm van de hoek: de pasplaat.” 

Weersomstandigheden

De adviseur van TBA wijt de problemen aan ouderdom en gebrek aan onderhoud. Dergelijke sierpleister afwerking op een kopgevel moet idealiter na een jaar of 7 worden geschilderd met een verfsysteem met een lage Sd-waarde. Dat is niet gebeurd. “De scheuren aan het oppervlak van de gevelafwerking zijn veroorzaakt door het teruglopen van de elasticiteit van de kunstharsgebonden sierpleister afwerking. Dat komt door inwerking van uv-licht en de wisselende weersomstandigheden. De sierpleister afwerking is hierdoor bros en poreus geworden.” Van der Plas concludeert dat hemelwater via de scheurnaden en via het poreuze oppervlak in de sierpleisterafwerking kan binnendringen. Hij vermoedt dat ter plaatse van de scheuren ook hemelwater dieper in het gevelisolatiesysteem en mogelijk zelfs tot op het beton kan doordringen. “Dit water is van invloed op de wijze waarop dit gevelisolatiesysteem technisch zal functioneren onder invloed van hygro-thermisch gedrag op de gevel. Tevens kan door het binnengedrongen water de hechting van de isolatieplaten negatief worden beïnvloed”, stelt hij in zijn rapport. 

Destructief

Voordat kan worden overgegaan tot herstel van de gevel wil Van der Plas daarom nog weten hoe het isolatiesysteem achter de gevel eraan toe is. Daarvoor doet hij op vier plaatsen destructief onderzoek. Hij ontdekt dat de meeste scheuren aan de buitengevel precies op de plek liggen waar ook de naden tussen de achterliggende isolatieplaten open staan, soms tot wel 5 millimeter. “Een duidelijk geval van onvoldoende maatvoering bij het verlijmen van de isolatieplaten of nakrimp van de isolatieplaten.” Van der Plas adviseert de naden op te vullen met purschuim. Ook aan de onderzijde van de gevelconstructie sluiten isolatieplaten niet goed aan waardoor er vocht achter kan komen. Dit verklaart de schade aan de binnenzijde en dan met name de plekken waar zout- en kalkdeeltjes zich ophopen. “Door onttrekking van vocht uit de betonwand kunnen zout- en kalkdeeltjes zich verzamelen in en achter de stuc- en verfafwerking. Door droging en onttrekking van vocht uit de constructie zullen deze zout- en kalkdeeltjes respectievelijk kristalliseren en carboniseren waarbij expansieve druk wordt veroorzaakt. Dat verklaart de onthechting van verf- en stucwerk binnen in de woning.  

Hechting

Het destructief onderzoek wijst uit dat de isolatieplaten nog voldoende aan het betonoppervlak hechten. Van der Plas ziet echter geen schotelpluggen als extra verankering. “Ik heb aangeven dat ik het verstandig vind dat die alsnog worden aangebracht. Wanneer er namelijk langdurig vocht tussen beton en de achterzijde van de isolatieplaten voorkomt, kan dit van negatieve invloed zijn op de inwendige sterkte en hechtsterkte van de cementgebonden hechtspecie tussen de isolatieplaten en het beton.”  

Herstel

Herstel van de schade kan volgens de TBA-adviseur op drie manieren, waarbij de eerste de minste zekerheid geeft dat de scheuren niet meer terugkeren. In alle gevallen zal de gevel aan de buitenkant gereinigd moeten worden met een hogedrukreiniger en een algendoder en moeten oude kitresten worden verwijderd. Ook moet uiteindelijk de hele gevel worden voorzien van een nieuw verfsysteem op basis van een primer of hechtlaag en twee lagen gevelverf van goede kwaliteit. In de snelste en dus goedkoopste oplossing adviseert Van der Plas voor de schilderbeurt om de directe sierpleisteraansluitingen tegen kopschotten en waterslagen smal weg te slijpen. Daarna kunnen de ontstane naden en scheuren dichtgezet worden met een flexibel blijvende overschilderbare kit. “Maar dit geeft geen zekerheid dat de scheuren niet meer terugkomen.” Beter is het daarom om - voordat de schilders aan de slag gaan -  aan weerszijden van de scheuren de sierpleisterafwerking over een breedte van 15 cm in te slijpen en de sierpleisterdelen te verwijderen. Hierna moet het zichtbare oppervlak van de grondmortel weefsellaag weggeschaafd worden tot op het wapeningsweefsel. “Hierdoor ontstaat een 20 centimeter brede strook”, legt Van der Plas uit. “De scheur vervolgens smal en diep openkrabben en dichtzetten met purschuim. Na droging de pur-schuim wegsnijden.” De 20 centimeter brede strook kan vervolgens worden voorgezet met grondmortelspecie en hierin moet een 20 centimeter brede strook fijnmazig wapeningsweefsel ingebed worden. Daarna overzetten met grondmortelspecie, tot dezelfde dikte als de bestaande grondmortellaag. Na droging deze stroken grondmortel aanhelen met een kunstharsgebonden sierpleister met korrelgrofte 3 millimeter. “Dit geeft meer zekerheid dat de scheuren niet terugkeren”, zegt Van der Plas. “Maar het allerbeste zou zijn als de scheuren zoals beschreven worden ingeslepen en opgevuld en daarna de volledige gevel wordt overgezet met een grondmortel weefsellaag. En dus niet alleen ter plaatse van de scheuren. Dan is de kans dat de scheuren terugkomen minimaal.” Van der Plas wijst de bewoners erop dat de herstelwerkzaamheden aan de gevel overeenkomstig de eisen en voorwaarden zoals omschreven in de BRL 1328 (beoordelingsrichtlijn voor buitengevelisolatie met gepleisterde afwerking) uitgevoerd moeten worden. 

Hechtgips

Voordat de binnenmuren hersteld kunnen worden, zal eerst de buitengevel gerepareerd moeten zijn en gecontroleerd moeten worden dat er geen roestvorming van wapeningsijzer voorkomt en alle zout- en kalkdeeltjes zijn verwijderd. Ook moeten de wanden weer vochtvrij zijn. Daarna moeten de wanden worden voorgestreken met een kwartshoudende hechtlaag. Na 24 uur droogtijd kunnen de muren met een hechtgips pleisterwerk worden hersteld.

Inloggen


Lid worden?

Personen actief in de Nederlandse afbouw krijgen veel voordelen als lid van NOA.


Lees de voordelen en word lid