NOA Menu

NOA Kenniscentrum

Berekening verlof- en feestdagen overgangsmaatregel

door: Gert van der Meulen
| Personeel Administratie

Berekening verlof- en feestdagen overgangsmaatregel opheffen vakantiefonds

Door de opheffing van het Vakantiefonds is er een overgangsperiode waarin verlof- en feestdagen uitbetaald moeten worden. Om vast te kunnen stellen op hoeveel verlof- en feestdagen een werknemer recht heeft, hebben we de berekeningen bij maand- en weekverloning op een rijtje gezet. Onderstaande overzichten bieden u het aantal uit te betalen verlof- en feestdagen voor de periode van 2 januari (week 53 van 2015 loopt tot en met 1 januari 2016) tot 1 juni 2016.

Overgang verlof- en feestdagen uit het oorspronkelijk rechtjaar
De grondslag van deze berekeningen is te vinden in artikel 22 lid 7 van de cao. Met de onderstaande formule kan worden berekend hoeveel verlof- en feestdagen er worden  opgebouwd tussen 20-04-2015 (begin rechtjaar) en 31-12-2015 (einde rechtjaar): 

Dit zijn 22 verlof- en feestdagen. Over het gehele rechtjaar 2015-2016, dat oorspronkelijk tot en met 22 april 2016 zou lopen, zouden dat 31 verlof- en feestdagen zijn geweest. Nu de vakantiebon eind 2015 stopt, moet de werkgever 31 minus 22 = 9 dagen van het rechtjaar 2015-2016 in het jaar 2016 zelf doorbetalen. 

Formule

A = het aantal dagen dienstverband in de periode 2 januari
tot en met 22 april 2016 
B = het aantal verlof- en feestdagen in een vol rechtjaar

Overgang verlof- en feestdagen op nieuwe vakantiejaar

Om de overgangsregeling aan te laten sluiten op de nieuwe periode voor de opbouw van vakantietoeslag en verlof- en feestdagen (de nieuwe periode loopt van 1 juni 2016 tot en met 31 mei 2017) moeten ook de verlof- en feestdagen die tussen het einde van het oorspronkelijk rechtjaar (22 april 2016) en 1 juni 2016 vallen in de overgangsregeling worden meegenomen en uitbetaald. 

Op basis van dezelfde formule wordt berekend hoeveel verlofdagen het betreft en daar worden de feestdagen in de genoemde periode bij opgeteld. Er is een verschil in dagen bij maand- en weekverloners. 

Het verschil tussen de maand- en weekverloners (geldt ook voor 4-weekse verloners) zit in het feit dat de periode van de maandverloners echt tot 31 mei loopt en die van de weekverloners tot eind periode 5 (20 mei).

Bij maandverloning betaalt de werkgever de volgende dagen:

  • 9 verlofdagen (inclusief Nieuwjaarsdag en Tweede Paasdag) over de periode 2-1-2016 tot en met 22-4-2016;
  • 3 dagen en 1,5 uur verlof  over periode 25-4-2016 tot en met 31-5-2016;
  • 3 feestdagen (Koningsdag, Hemelvaartsdag en Tweede Pinksterdag) over periode 25-4-2016 tot en met 31-5-2016.

Bij weekverloning betaalt de werkgever de volgende dagen:

  • 9 verlofdagen (inclusief Nieuwjaarsdag en Tweede Paasdag) over periode 2-1-2016 tot en met 25-4-2016;
  • 2 dagen en 3 uur verlof over periode 25-4-2016 tot en met 20-5-2016;
  • 3 feestdagen (Koningsdag, Hemelvaartsdag en Tweede Pinksterdag) over periode 25-4-2016 tot en met 20-5-2016.

Om te voorkomen dat er per werknemer berekend moet worden hoeveel dagen deze al heeft opgenomen of eventueel overhoudt, is er voor gekozen om alle dagen uit de overgangsregeling in één keer in mei 2016 uit te betalen. Hierdoor wordt alles in één keer recht getrokken en kan iedereen op 1 juni 2016 conform het gebruikelijke vakantiejaar van 1 juni tot 1 juni verlof- en feestdagen opbouwen/opnemen. Het bovenstaande houdt tevens in dat u over de verlof- en feestdagen in de periode tot 1 juni 2016 geen loon hoeft te betalen.

Inloggen


Lid worden?

Personen actief in de Nederlandse afbouw krijgen veel voordelen als lid van NOA.


Lees de voordelen en word lid